Terroristen opsporen à la ‘CSI’: ‘Gezichtsherkenning wordt even belangrijk als vingerafdrukken of DNA’

© Brecht Surmont
Joanie De Rijke
Joanie De Rijke Medewerkster Knack

Sinds eind vorig jaar gebruikt de Nederlandse politie gezichtsherkenning. Een computer spoort verdachten op via een databank met 900.000 foto’s, en dat levert resultaten op. België loopt wat achter.

Veiligheidscamera’s op straat, nummerplaatherkenning, een gezichtsscan voor je op het vliegtuig stapt, gezichtsherkenning om je smartphone te ontgrendelen: steeds meer worden we digitaal gecontroleerd. Tot tevredenheid van politie- en veiligheidsdiensten worden de technologieën om een verdachte digitaal te volgen of op te sporen geavanceerder.

Tegelijk botsen ze voortdurend op de beperkingen. ‘Het is niet zoals in CSI, dat je met één muisklik de verdachte vindt’, grijnst John Riemen, biometriespecialist van de Dienst Landelijke Operationele Samenwerking (DLOS) in Nederland. ‘Zover zijn we nog lang niet.’ Riemen leidt het project Catch, een systeem om verdachten op te sporen via biometrische gezichtsvergelijking.

Het gebouw in Zoetermeer waar we hem ontmoeten biedt onderdak aan de Nederlandse digitale databank van vinger- en handpalmafdrukken, en nu dus ook van foto’s.

We vinden 10 procent van de gezochten. Binnen een paar seconden zijn alle 900.000 foto’s gecheckt

‘Vroeger hadden we veel meer te maken met lokale misdrijven. De opsporing verliep vaak via de wijkagent’, vertelt Riemen. ‘Vandaag is dat verschoven naar nationale en internationale criminaliteit. Daders verspreiden zich over heel Nederland, en ook het aantal rondtrekkende criminele bendes uit Oost-Europa en andere werelddelen is toegenomen.

Het gevolg is dat we steeds vaker op zoek zijn naar verdachten die we niet kennen. Daarom begonnen we in 2014 met een proefproject rond gezichtsherkenning. Dat was relatief succesvol, tot de aanslagen in Parijs plaatsvonden.

De hele wereld was plots op zoek naar Salah Abdeslam. Op zeker moment was er een indicatie dat hij zich in Nederland zou kunnen ophouden. We kregen de vraag of we met zijn opsporingsfoto in ons politiesysteem wilden zoeken.

We hadden de technologie van het proefproject nog, maar daar kwamen we niet ver mee omdat we niet genoeg foto’s uit het vreemdelingensysteem ter beschikking hadden. Dat was voor de korpsleiding van onze politie het signaal om daar met spoed aan te werken. Zo zijn we aan dit project begonnen.

We hebben twee systemen gekocht: een verzameling foto’s van verdachten en veroordeelden, en een set foto’s van vreemdelingen. Het werkt zoals het vingerafdrukprogramma: we linken de databank met gegevens van personen van wie we vingerafdrukken en foto’s hebben aan de opsporingsfoto’s.’

Niet rechtsgeldig

De databank van verdachten en veroordeelden in Zoetermeer bevat 900.000 mensen, goed voor 1,3 miljoen foto’s. In het vreemdelingenbestand heeft de politie maar liefst 4,8 miljoen foto’s ter beschikking. ‘Daar zitten ook mensen tussen die asiel of een visum hebben aangevraagd en weer vertrokken zijn’, nuanceert Riemen.

Terroristen opsporen à la 'CSI': 'Gezichtsherkenning wordt even belangrijk als vingerafdrukken of DNA'
© Brecht Surmont

Er is een strikte bewaartermijn voor de foto’s, klinkt het. Afhankelijk van het strafbare feit kan dat twintig, dertig of tachtig jaar zijn. Bij vreemdelingen hangt het af van hun status. ‘Dit systeem is sinds december 2016 operationeel. We mogen niet klagen: van de nationale verzoeken vinden we 10 procent terug.

Vaak hebben we alleen een foto van het gezicht, maar we zijn tevreden. Het systeem is snel. Binnen een paar seconden zijn al die 900.000 foto’s gecheckt.’

Het biometrische systeem werkt als volgt: de computer laat een selectie van gezichten zien die het meest overeenkomen met de opsporingsfoto van de verdachte. Vaak zijn die foto’s niet duidelijk omdat ze van een bewakingscamera op straat, in de metro of in een winkel afkomstig zijn.

Een expert probeert de kwaliteit enigszins te verbeteren, maar makkelijk is dat meestal niet. ‘Een crimineel doet altijd zijn uiterste best om niet herkend te worden’, zegt Riemen. ‘Het zou helpen als men veiligheidscamera’s op een betere plaats zou hangen. Niet tegen het plafond, in de hoek van een winkel, wel op ooghoogte en achter de kassa.’

Het systeem produceert altijd een kandidatenlijst met mensen die op de verdachte lijken. Dat gebeurt op basis van technische overeenkomsten: meetkundige punten zoals de binnen- en buitenkant van het oog, het puntje van de neus, de aanhechting van het oor, de mondhoeken.

Daarna legt de computer een soort spinnenweb over het gezicht en maakt een berekening. Het resultaat daarvan is een formule, en dan begint het systeem te vergelijken. De techniek zegt niet: dit is degene die u zoekt. De techniek zegt: dit is de meest waarschijnlijke kanshebber.

Een match geeft een indicatie, maar zal op zichzelf nooit als bewijs kunnen dienen in de rechtbank

Een gezicht is nu eenmaal geen vingerafdruk, het is niet uniek en onveranderlijk want het kan beïnvloed worden door leeftijd, ziekte, gewicht en plastische chirurgie. Riemen: ‘We kunnen dus nooit 100 procent zekerheid hebben en een sluitende conclusie trekken.

Alleen als je over twee exact dezelfde foto’s beschikt, zal het systeem een heel hoge score geven. Het geeft dus een indicatie, maar zal op zichzelf nooit als bewijs kunnen dienen in de rechtbank.’

Proef op de som

We proberen het uit met een foto van John Riemen zelf. Achter zijn bureau, met gladgeschoren hoofd, ziet hij eruit als een brave huisvader. Op de foto in het systeem, met snor, ziet hij er nogal obscuur uit. ‘Goeie boeventronie’, grinnikt zijn collega.

De foto van Riemen wordt door het systeem gehaald. We zien hoe het ‘spinnenweb’ over het gezicht wordt gelegd en hoe de ogen worden gedetecteerd. ‘Ogen, en meer bepaald de oogkassen, behoren tot de belangrijkste kenmerken’, zegt Riemen. ‘Ze vormen een ijkpunt.’

In een boek naast de computer zien we een lijst met specifieke gezichtskenmerken zoals flaporen, knobbels, wallen, rimpels en kuiltjes. ‘Dat is onze beoordelingsmatrix’, legt Riemen uit. ‘We vergelijken die kenmerken tussen de aangeboden foto en de referentiefoto, zonder computer dus.

Als de computer een mogelijke match heeft gevonden, gaat de bewuste foto naar twee andere onderzoekers die een analyse maken en elk een conclusie trekken. Die conclusies leggen we samen, en uit het resultaat selecteren we een kandidaat. Onze mensen werden getraind door een Amerikaanse expert.’

Terroristen opsporen à la 'CSI': 'Gezichtsherkenning wordt even belangrijk als vingerafdrukken of DNA'
© Brecht Surmont

Uit de vergelijking met de foto van Riemen worden binnen de 50 seconden 25 resultaten uit de 900.000 foto’s geselecteerd. Behalve de foto die al in het systeem zat, zien we 24 foto’s van personen uit de databank. Niet één van die mannen heeft ook maar iets weg van John Riemen. ‘Het systeem selecteert ze omdat ze technisch gezien toch nog redelijk op elkaar lijken’, licht Riemen toe.

‘Het is een puur metrisch gegeven. Het systeem kijkt niet naar het plaatje dat eronder zit, het rekent gewoon een formule uit. In dit geval zouden we alleen mijn eigen foto doorgeven aan de opsporingsdienst, en zouden we met de rest niets doen.

Het gaat alleen om het resultaat dat bevestigd wordt door drie verschillende experts. De match van 10 procent is gebaseerd op herkenning door een mens, niet door de computer.’

Volgens Riemen evolueren de systemen voor biometrische gezichtsvergelijking snel. ‘Het Amerikaanse Instituut voor Standaard en Technologie (NIST) voert om de zoveel jaren tests uit. Leveranciers mogen hun software aanleveren, het instituut probeert ze uit en publiceert het resultaat. Uit hun tests blijkt dat de technologie met grote sprongen vooruitgaat.’

Politie overtreedt de wet

Het systeem Catch is niet nieuw, het gaat om een automatisering van een handmatig proces dat al bestond. ‘Daar is op zich niets mis mee’, zegt Rejo Zenger, beleidsadviseur bij Bits of Freedom, een organisatie die de digitale rechten van burgers bewaakt.

‘Ik heb wel twijfels over het beheer van de databanken van veroordeelden en van vreemdelingen waarmee de Nederlandse politie werkt. Ze gaat daar heel slecht mee om. Als een verdachte wordt vrijgesproken, moet zijn foto uit het systeem. In de praktijk verloopt dat niet altijd even vlot.

De Nederlandse wet op dat soort politiegegevens bestaat acht jaar, maar de politie overtreedt de wet al even lang. De minister van Justitie weet dat ook en wil dat veranderen. Maar het zal zeker vier jaar duren voordat het zover is.’

We moeten ons nú afvragen waar de grens ligt. Het is niet omdat iets technisch mogelijk is dat het ook moet kunnen

Zenger heeft bedenkingen bij de snelle ontwikkeling van gezichtsherkenning. ‘Ik ben ervan overtuigd dat gezichtsvergelijking straks even belangrijk zal zijn als een vingerafdruk of DNA.

Dat biedt voordelen bij de opsporing van criminelen en terroristen, maar als we vandaag geen debat openen over het gebruik van de huidige technologie, kun je er gif op innemen dat de techniek straks ook voor andere toepassingen zal worden gebruikt.

Zo zou het kunnen dat de camera’s voor nummerplaatherkenning in de toekomst ook voor gezichtsherkenning worden ingezet. Een volgende stap in het proces is een databank met videobeelden.

Op die manier wordt het heel makkelijk te achterhalen hoe en met wie iemand door een winkelcentrum of metrostation liep, en of die persoon dezelfde week nog op de luchthaven was.

Via objectherkenning zal men kunnen zien of iemand een tas bij zich had, en of het ging om dezelfde tas die later ergens werd teruggevonden. Tot voor kort was het doorspitten van duizenden uren beeldmateriaal een onmenselijke taak, maar dat wordt dus drastisch anders.

Een andere mogelijkheid is dat we met computers niet alleen geautomatiseerd beeld van gezichten doorzoeken, maar ook patronen in relaties, gedrag en wie weet zelfs emoties kunnen detecteren.

Terroristen opsporen à la 'CSI': 'Gezichtsherkenning wordt even belangrijk als vingerafdrukken of DNA'
© Brecht Surmont

We moeten ons nú afvragen waar de grens ligt. Het is niet omdat iets technisch mogelijk is dat het ook moet kunnen.’

België

In België is de politie minder happig om te praten over het gebruik van biometrische gezichtsherkenning. ‘Technieken en tactieken blootleggen verzwakt de efficiëntie van de maatregelen’, zegt Peter De Waele, woordvoerder van de federale politie.

‘We gebruiken gezichtsherkenning bij de e-gates in de luchthaven. De camera’s die van een afstand personen herkennen worden er nog getest. De eerste resultaten waren niet zo denderend, dus zijn we overgegaan op een ander systeem.

We hopen een accurate technologie te vinden die gezochte personen herkent. Als die wordt goedgekeurd, zullen we ze eerst inzetten in de luchthaven, daarna komen de metrostations en waarschijnlijk ook andere plaatsen aan de beurt.’

Partner Content