Alles over Maarten Inghels

In de bijna dertig jaar dat Herman de Coninck en ik samen optrokken, hebben we nauwelijks brieven gewisseld. Dat was ook niet zo vreemd: we spraken elkaar vaak genoeg, en veelal tot diep in de nacht. Vijf jaar lang vormden we een tweespan op de redactie van het weekblad Humo: samen maakten we honderden interviews, van Eddy Wally en Bobbejaan Schoepen tot Hugo Claus en Louis Paul Boon. Ons interview met striptekenaar Marc Sleen ondertekenden we als Oktaaf Keunink en Piet Fluwijn - jongens waren we. We woonden bij elkaar om de hoek, we frequenteerden dezelfde kroegen. En in 1983 stonden we samen aan de wieg van het Nieuw Wereldtijdschrift - het blad waarvoor ik in 1997 zijn in memoriam zou schrijven.

De achtste, en allicht laatste editie van het Kunstenfestival in Watou wil het hebben over de kracht van mededogen. Voor zijn doen opvallend sociaal bewogen én inhoudelijk sterk, wil het festival in het kleine West-Vlaamse dorp bij de Franse grens duidelijk eindigen in schoonheid.

Elke maandag presenteert de VPRO online een Nederlandstalige dichter in een visueel YouTube-bonbonnetje, zoals dat heet, van iets meer dan 2 minuten. In de 8ste aflevering was de jonge Vlaamse dichter Maarten Inghels deze week te gast.