Alles over Gerrit Komrij

In de bijna dertig jaar dat Herman de Coninck en ik samen optrokken, hebben we nauwelijks brieven gewisseld. Dat was ook niet zo vreemd: we spraken elkaar vaak genoeg, en veelal tot diep in de nacht. Vijf jaar lang vormden we een tweespan op de redactie van het weekblad Humo: samen maakten we honderden interviews, van Eddy Wally en Bobbejaan Schoepen tot Hugo Claus en Louis Paul Boon. Ons interview met striptekenaar Marc Sleen ondertekenden we als Oktaaf Keunink en Piet Fluwijn - jongens waren we. We woonden bij elkaar om de hoek, we frequenteerden dezelfde kroegen. En in 1983 stonden we samen aan de wieg van het Nieuw Wereldtijdschrift - het blad waarvoor ik in 1997 zijn in memoriam zou schrijven.

Pfeijffer zegt in zijn bloemlezing 'De Nederlandse poëzie van de twintigste en de eenentwintigste eeuw in 1000 en enige gedichten' vooral voor 'avontuurlijke gedichten' te hebben gekozen: 'Poëzie waarin iets gebeurt en waarin iets op het spel staat, heb ik de voorkeur gegeven boven verstilde observaties die ten onrechte voor poëtisch doorgaan'.

Morgenavond organiseert Behoud de Begeerte een avond rond gedragsobservator Midas Dekkers die in de Antwerpse Permekebib komt vertellen over de grote geneugtes van de kleine verlossing door de eeuwen heen.

Schrijver en voormalig Dichter des Vaderlands Gerrit Komrij gaat trouwen met zijn vriend Charles Hofman.

Goed om zo'n dickensiaanse conservatief het eigene van de literatuur te zien verdedigen: mythen, leugens, verguldsel en een wereldbeeld, schrijft Jeroen Vullings in Vrij Nederland.