Steeds meer mensen met pensioen voor hun 65ste

© Getty

Bijna vier op de tien Belgische werknemers die met pensioen gaan, doen dat vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. Vooral arbeiders zwaaien af vóór hun 65ste verjaardag. Bij de zelfstandigen ging iets meer dan de helft (51,4%) voor zijn/haar 65ste verjaardag op pensioen. Dat blijkt uit een analyse door hr-dienstenbedrijf Acerta van gegevens van 290.000 werknemers en 200.000 zelfstandigen.

De Belg moet langer werken vooraleer hij/zij recht heeft op een volledig pensioen, zo besliste de federale regering in 2019. De wettelijke pensioenleeftijd ligt nu op 65 jaar, maar verhoogt in 2025 naar 66 en in 2030 naar 67 jaar.

Toch is de trend in de private sector op dit moment net omgekeerd: steeds meer Belgen gaan vervroegd op pensioen, zo becijferde Acerta. Van de Belgische werknemers die in 2021 met pensioen gingen, deed 37,5% dat vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar. Dat is een stijging van 2,1% in vergelijking met 2020 en van 14% in vergelijking met 2019.

Volgens de studie komt de vervroegde pensionering bij Belgische werknemers vaker voor bij arbeiders dan bij bedienden. In 2021 was ongeveer een derde van de bedienden die met pensioen gingen jonger dan 65 jaar, bij de arbeiders was dat bijna de helft. In 2021 was de gemiddelde pensioenleeftijd voor arbeiders 62,8 jaar, bedienden zijn gemiddeld een jaar ouder op de dag dat ze voor het pensioen kiezen, namelijk 63,8 jaar.

Van de Belgische zelfstandigen die in 2021 met pensioen gingen, deed iets meer dan de helft (51,4%) dat vóór de wettelijke pensioenleeftijd van 65 jaar, zo blijkt uit de studie. Dat is een daling van 6,3% in vergelijking met 2020 en van 2,6% in vergelijking met 2019. Tijdens de coronacrisis gingen, net als bij werknemers, ook meer zelfstandigen vroegtijdig met pensioen, maar die tendens lijkt nu gekeerd.

Partner Content