Sportclubs zien nieuwe sluiting niet zitten: ‘Vooral in het voetbal verwacht ik faillissementen’

© BelgaImages
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

‘Als we de pandemie willen stuiten, dan is bewegen een belangrijk deel van de oplossing’, zeggen de Vlaamse sportclubs.

‘De coronacrisis heeft funeste gevolgen voor de lichaamsbeweging van de schoolgaande jeugd’, zegt hoogleraar sportsociologie Jeroen Scheerder (KU Leuven). ‘Het is onbegrijpelijk dat dit probleem niet hoger op de politieke agenda staat. Vóór de pandemie haalde 75 procent van de 6-tot 18-jarigen de beweegnorm niet, die door de Wereldgezondheidsorganisatie is vastgelegd op 420 minuten bewegen per week. Dat percentage is naar alle waarschijnlijkheid nog gestegen. Leerkrachten lichamelijke opvoeding stellen vast dat hun leerlingen zichtbaar zwakker voor de dag komen. De pandemie berooft een hele generatie van haar fysieke kapitaal. Er bestaat nog geen grootschalig onderzoek over maar het laat zich raden dat ook de body mass index van onze jeugd er nog op achteruit is gegaan. 16 procent van de 2- tot 17-jarigen heeft obesitas, leren de statistieken van voor de pandemie. De instroom bij sportclubs laat vermoeden dat het ergste nog moet komen.’

De sporten die in de pandemie populair werden, spraken vooral volwassenen aan.

Jeroen Scheerder, hoogleraar sportsociologie KU Leuven

Toch zijn heel wat mensen sinds de coronacrisis juist meer beginnen te sporten. Vooral slow sports – denk aan wandelen of yoga – en smart sports – zoals indoor fietsen, verbonden aan een computerprogramma – maakten een opmars. ‘Nooit is er in dit land zo’n succesvolle campagne gevoerd om mensen aan het bewegen te krijgen als in het begin van de coronacrisis’, zegt Scheerder. ‘Maar de sporten die in de pandemie populair werden, spraken vooral volwassenen aan. Met wandelen of koersen via Zwift hebben jongeren weinig voeling, zij hebben liever contactsporten en sporten in teamverband. Dat die sportdisciplines op een laag pitje werden gezet, had veel impact.’

Bij de eerste en strengste lockdown vielen de Vlaamse sportclubs, zoals de rest van de samenleving, helemaal stil. Bij latere lockdowns mocht er wel worden getraind, al lagen de amateurcompetities tot vorige zomer grotendeels stil. In 2020 en het voorjaar van 2021 verloren de sportclubs leden – met uitzondering van de wielerteams, die een boom kenden. De inschrijvingen voor het seizoen 2020-2021 verliepen dramatisch. Ouders wachtten af: waarom lidgeld betalen voor een hobby die door de coronabeperkingen op niets uitdraait? De inschrijvingen voor dit seizoen gingen dan weer uitzonderlijk vlot. Dat veel clubs hun inschrijvingsgeld verhoogden, temperde het enthousiasme niet. De clubs deden dat niet alleen om coronaputten te dichten, vaak hadden ze hun leden kortingen beloofd wegens het missen van het seizoen 2020-2021. Ze waren zelfs bang voor rechtszaken en verplichte schadevergoedingen, maar zover is het nergens gekomen.

Nu de vierde golf toeslaat, worden opnieuw competities uitgesteld. Veel clubs draaien op halve kracht, omdat spelers en trainers thuis in quarantaine zitten. Wat is nu de slotsom? ‘Als u me de vraag één maand geleden had gesteld, dan zou mijn antwoord optimistisch zijn geweest’, zegt Ludwig Peetroons, algemeen directeur van de Vlaamse Atletiekliga. ‘In 2020-2021 daalde ons ledenaantal met 10 procent. Ongezien, maar de instroom van vorige zomer was zo gunstig dat ik dacht dat we onze achterstand snel zouden inhalen. Nu worden opnieuw activiteiten geannuleerd en competities voor onbepaalde tijd uitgesteld. De clubs moeten hun leden wéér teleurstellen. We hebben strikte coronaprotocollen opgesteld om het risico op besmettingen zo klein mogelijk te maken. Kunt u in uw artikel benadrukken dat het in onze clubs veilig is?’

Minder vrijwilligers

De atletiek volgt, net als andere sporten die in de kijker lopen tijdens de Olympische Spelen, een soort olympische cyclus in zijn ledenaantallen. Die klimmen na iedere olympiade: jongeren raken onder de indruk van Nafi Thiam en Nina Derwael en zoeken sportclubs op in de hoop hun idolen op te volgen. Daarna zakken de ledenaantallen jaar na jaar, tot aan de volgende Spelen. Dat patroon is nu op zijn kop gezet, en bij de Vlaamse Atletiekliga vrezen ze een verloren generatie. De drop-outleeftijd ligt er op 14, 15 jaar. Dan ontdekken de tieners andere hobby’s en zeggen ze de sport vaarwel. Te vrezen valt dat corona nog meer jongeren doet afhaken. ‘Bij vorige generaties was het verlaten van de middelbare school het scharniermoment’, verduidelijkt Scheerder. ‘Men ging op kot, een nieuw leven begon en de sportclub hoorde daar niet meer bij. We stellen vast dat de uitstapleeftijd stelselmatig zakt. 14, 15 jaar is nog optimistisch: ik vrees dat het beëindigen van de lagere school stilaan het nieuwe scharniermoment wordt. Dat jongeren stoppen met sport is sowieso niet goed, maar wie ooit bij een sportclub zat, slaagt er op latere leeftijd beter in om de draad weer op te pikken. Dat effect werkt een leven lang door. Ik weet niet aan welke maatregelen de politici denken nu de cijfers er slecht uitzien, maar ik hoop van harte dat de sportsector sluiten niet op de agenda staat.’

Wachtlijsten

De gevolgen van de vorige lockdowns zijn nog niet uitgezweet. Ook David De Wandel van de Vlaamse Zwemfederatie heeft de indruk dat de algemene lichamelijke conditie heeft geleden onder de pandemie. ‘En wij treffen dan nog mensen die gemotiveerd genoeg zijn om een club op te zoeken. Hoe erg zal het gesteld zijn bij de rest?’ Veel kinderen hebben in de pandemie niet de gelegenheid gehad om te leren zwemmen en de vraag is of ze dat nog zullen inhalen. ‘Elk jaar moeten ongeveer 75.000 kinderen leren zwemmen’, betoogt De Wandel. ‘Onder normale omstandigheden leert ongeveer een vijfde van die kinderen zwemmen via een club of een zwemschool. De zwembaden waren de laatste twee jaar een aantal perioden gesloten, en ook wanneer ze open waren, moesten de zwemscholen werken met een verminderde capaciteit. We willen onze achterstand graag inhalen, maar zelfs vóór corona bestonden er al wachtlijsten. De zwemclubs zijn tijdens de lockdowns ook veel vrijwilligers kwijtgespeeld en trainers vonden andere hobby’s – velen zijn gaan padellen, vermoed ik. In sommige streken moet je tot anderhalf jaar wachten om bij een zwemschool terecht te kunnen. Er zijn geen alternatieven, want jammer genoeg loopt ook het schoolzwemmen spaak sinds corona. Scholen lieten de zwemlessen vallen. Het is een heel gedoe om een groep kinderen in het zwembad te krijgen en nu komen er ook nog die coronaprotocollen bij.’

Vooral in het voetbal verwacht ik faillissementen.

Jeroen Scheerder, hoogleraar sportsociologie KU Leuven

De ideale leeftijd om te leren zwemmen is 4 à 5 jaar, al is nog jonger beginnen met watergewenning niet on- verstandig. Startende zwemmers oefenen in hun eerste twee jaar best 60 tot 80 uur. Hoeveel jonge zwemmertjes zouden dat gehaald hebben in 2020 en 2021? vraagt de opleidingscoördinator van Zwemfed zich af. ‘Zo’n verknipt leertraject rechttrekken is niet vanzelfsprekend en ongetwijfeld zullen er kinderen door de mazen van het net vallen. Tenzij we nu actie ondernemen, zullen zij nooit behoorlijk leren zwemmen. Die kinderen zullen zich nooit comfortabel voelen in een zwembad, misschien zullen ze het later mijden. Dat heeft gevolgen voor hun conditie. Overdrijf ik als ik dat ook een sociale handicap noem? Dat gaan we toch niet laten gebeuren?’

Kubieke meters

‘Het virus circuleert overal, wellicht ook in de sportclubs, maar het risico is hier klein. Tijdens het sporten zelf is het zo goed als nul’, zegt Marc Geenen van de Vereniging voor Sport- en Keuringsartsen. ‘Bij buitensport kun je elkaar haast niet besmetten: onderzoek heeft uitgewezen dat de contacten daar te vluchtig voor zijn. Binnensport beoefent men in hoge sporthallen. De kubieke meters maken het veilig. Met de stijgende besmettingscijfers is het logisch dat de politiek nadenkt over nieuwe maatregelen, maar ontzie de sport. Als we de pandemie willen stuiten, dan is bewegen een belangrijk deel van de oplossing. Sporters hebben een merkelijk betere immuniteit dan mensen die veel stilzitten.’

Sociale functie

Sporten is niet alleen gezond, het heeft ook een sociale functie. ‘We zien de eerste tekenen van wat corona teweegbrengt: alle statistieken over frustratie, eenzaamheid en algemeen welbevinden staan in het rood, ook bij de jeugd’ zegt Scheerder. ‘De sportclubs zijn een logische plek om het welbevinden op te vijzelen, maar we moeten nog zien in welke mate de clubs zullen overleven. Tot nu toe ziet het plaatje er niet negatief uit. Geholpen door een genereuze overheid doorstaan de clubs de coronacrisis. De uitdagingen waarmee de sector al jaren kampt, staan als het ware op pauze: een voortdurende stroom aan besparingen, verouderde infrastructuur waardoor de stijgende energiefactuur extra doorweegt, afhakende vrijwilligers. Een behoorlijk aantal clubs zal de komende jaren de boeken toedoen. Vooral in het voetbal verwacht ik faillissementen.’

‘ZONDER CORONA WAS IK GEEN PROF’

Kosten de lockdowns ons toekomstige Romelu Lukaku’s en Nina Derwaels?

Sportclubs zien nieuwe sluiting niet zitten: 'Vooral in het voetbal verwacht ik faillissementen'
© BelgaImages

‘Het niveau van onze leerlingen is even hoog als anders’, zegt Kris Eyckmans van de topsportschool volley, en andere jeugdtrainers vallen hem bij. ‘De topsportschool was in 2020 anderhalve maand dicht, maar onze sporters zijn enthousiast in hun thuisprogramma’s gevlogen. Daarna moesten we lange tijd trainen in bubbels van vier, met anderhalve meter afstand. De trainingsintensiteit was niet helemaal zoals het moest, maar al bij al vielen de resultaten mee. Er is geen achterstand: niet qua fysiek, noch qua tactiek of techniek.’

Toch lagen de competities lang stil en dat was vooral mentaal niet makkelijk voor de jongeren. ‘Almaar trainen zonder de prikkel van een match is weinig motiverend’, zegt Eyckmans, ‘maar jonge spelers snakken ook naar referentiepunten. Ze willen zich meten met anderen en voelen dat ze progressie maken. Het stilliggen van de competitie voedde hun onzekerheid. Onze zeventienjarigen vreesden dat ze geen club zouden vinden, omdat niemand hen had zien spelen. Die angst was onterecht: de profclubs hebben alle registers opengetrokken om de talenten toch op te pikken.’

Er bestaan zelfs jonge toppers voor wie de coronatijd juist erg goed heeft uitgepakt. ‘Zonder corona was ik geen prof geworden’, zegt de 21-jarige Xandres Vervloesem. Hij debuteerde dit seizoen bij wielerteam Lotto-Soudal. Toen de pandemie begon, dacht Vervloesem aan stoppen. ‘Wielrennen was een routine geworden. Ik werkte mijn schema’s af, trapte mijn wattages, maar er zat geen gevoel meer in. Ik deed maar door omdat ik er ooit goed in was geweest. Door blessures had ik achterstand op mijn leeftijdsgenoten, wat de motivatie nog meer deed verflauwen. Corona liet me op adem komen. Er waren even geen koersen, geen doelen. Tijdens de lockdown haalde ik zo veel plezier uit mijn trainingen dat ik weer besefte hoe graag ik op mijn fiets zit. De resultaten werden beter en ik kreeg een contract.’

Partner Content