‘Schaf de scheidsrechter af’: fairplay-expert Kris Verbert meent dat de meeste voetballers deugen

ALTIJD DE ZONDEBOK ‘Geef teams zelf de arbitrage in handen, en ze zullen minder onsportief zijn.’ © National
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

De grootste zaalvoetbalcompetitie van het land heeft geen arbiters nodig. Het veldvoetbal kan er nog wat van leren. ‘Het moet uit zijn met de geniepigheid’, zegt Kris Verbert, oprichter van de Liefhebbers Zaalvoetbal Cup.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Zoals veel goeie ideeën is het per toeval begonnen. In 2002 sprak Kris Verbert met vrienden af op Leuvense pleintjes om wat te voetballen. Ze dachten: zullen we ons eens inschrijven in een competitie? ‘Maar daar ging het er allemaal zo serieus aan toe’, vertelt Verbert. ‘Onze ploeg wint ook graag, maar in die zaalvoetbalcompetities leek het een strijd op leven en dood. Agressie, gescheld, gemene overtredingen. Dat zagen we niet zitten.’

Verbert vroeg bevriende ploegen of ze een onderlinge competitie wilden beginnen. Hij zou de stand bijhouden. De Liefhebbers Zaalvoetbal Cup of LZV Cup begon met acht teams. Het volgende jaar kwamen er vijf ploegen bij, het jaar daarna verdubbelden ze. Negentien jaar na de opstart telt het verbond 907 teams en 14.500 leden, over heel Vlaanderen. Het is de grootste zaalvoetbalcompetitie van het land. Verbert werkt intussen voltijds voor zijn uit de hand gelopen hobbyproject. ‘De groei is er organisch gekomen’, zegt Verbert, die af en toe opiniestukken schrijft op voetbalwebsites en daar aangekondigd wordt als fairplay-expert. ‘LZV Cup heeft nooit reclame gemaakt of naar ploegen gezocht. Je kunt onze teams niet vergelijken met clubs in de klassieke betekenis van het woord. Meestal gaat het om vriendengroepen die elkaar kennen van school, het uitgaansleven of het werk. Sommige spelers kunnen goed voetballen, anderen bakken er niets van. Dat is geen probleem, het is juist de charme: je kunt als vriendengroep gewoon samen sporten. In een klassieke club mogen de beteren blijven en worden de minderen naar de uitgang geduwd. Wij mikken op sportieve matchen, in een ontspannen sfeer. En dus hebben we de scheidsrechter afgeschaft.’

Na elke match geven de ploegen elkaar een fairplayscore. We zien snel of er een probleem is. Het is de survival of the fairest.

Wat verandert er wanneer je zonder scheidsrechter speelt?

Kris Verbert: Meer dan je zou denken. De aanwezigheid van een arbiter zorgt ervoor dat spelers de grenzen aftasten: welke dingen kunnen wij flikken die hij niet ziet of niet bestraft? De scheidsrechter proberen te misleiden wordt deel van het spel. Dat is niet alleen sneu voor de scheidsrechter, het leidt vanzelf tot valsheden. Iedereen ergert zich aan schwalbes (veinzen dat er een overtreding wordt gemaakt, nvdr), maar spelers doen het omdat het wérkt. De bevoordeelde ploeg neemt het cadeau dankbaar aan: ‘De scheidsrechter heeft beslist!’ De benadeelden voelen hun bloed koken. Het punt is: beide teams weten maar al te goed wat er echt is gebeurd. Geef hun zelf de arbitrage in handen en ze zullen minder geneigd zijn tot onsportiviteit.

In het begin voetbalden we bij de LZV Cup zonder scheidsrechter omdat het ons makkelijker leek. Het was altijd zo’n gedoe om een ref te vinden. We stelden al snel vast dat ploegen het veel leuker vonden zo. De sfeer werd losser.

Voetbal is een contactsport: overtreding of niet is vaak een kwestie van interpretatie. De scheidsrechter is er omdat iemand nu eenmaal de knoop moet doorhakken.

Verbert: Dat is waar, maar dat impliceert ook dat alle betrokkenen het oordeel van de ref aanvaarden. Dat ligt niet voor de hand omdat ze beseffen dat zowel zij als de tegenpartij voortdurend proberen de arbiter te bedotten. Zo ontstaat er een sfeer waarin de scheidsrechter altijd de boter heeft gegeten. Iedere voetballer is permanent verongelijkt. Dat verziekt het spelplezier. Je moet bij televisiematchen eens letten op de handen van de spelers wanneer een bal over de zijlijn gaat. Tweeëntwintig spelers steken hun hand op om de inworp te claimen. Dat zit erin gebakken, maar het is natuurlijk belachelijk: de helft van hen weet het niet, er zijn er een paar die liegen, en de spelers die weten hoe het zit, worden boos omdat men hen niet gelooft.

Kortom, de scheids is de ultieme zondebok. Als het tegenzit, mag je moord en brand schreeuwen, en krijgt de arbiter de schuld van jouw falen. Als het meezit, hoef je geen enkele verantwoordelijkheid te nemen om de fout van de scheids recht te zetten. Ik heb nog niet veel spitsen horen toegeven dat ze zich lieten vallen en dat het eigenlijk toch geen penalty was. Het is hypocriet om te klagen over de ref wanneer je hem zelf in de fout probeert te lokken.

Met geniepigheid win je matchen.

Verbert: Ja, en dat zou niet mogen. In voetbal is gemeenheid een wapen, terwijl het een zwakte zou moeten zijn. Op het laatste EK werd Kevin De Bruyne van het veld geschopt in de match tegen Portugal. Niemand schrok daarvan. De Portugezen staan bekend als een venijnig, agressief team dat de grenzen aftast en er met plezier overheen stapt. Heel frustrerend om tegen te voetballen. Een scheidsrechter moet zorgen dat wangedrag een probleem is voor de dader, niet voor het slachtoffer. Ze moeten véél strenger optreden tegen zulke praktijken, een andere oplossing is er niet.

Ander voorbeeld. Typisch voor voetbal is de zogeheten ‘professionele fout’. Halverwege het veld maakt men een overtreding om een aanval af te breken. Als de dader pech heeft, levert het een gele kaart op, maar zeker is dat niet. De kans dat de tegenpartij uit die actie scoort, lijkt groter dan dat je er ernstig voor wordt bestraft. Zoiets werkt dus niet.

Zulke fouten noemen voetbalanalisten ‘slimme overtredingen’.

Verbert: Eigenlijk zouden we dat niet normaal moeten vinden. Hoeveel mooie doelpunten zijn ons ontnomen door iets wat je alleen kunt omschrijven als spelbederf? Die ‘professionele fouten’ worden er bij elke jonge voetballer ingepeperd, en toch zou geen enkele voetballiefhebber ze missen.

In tennis, hockey of rugby begint het publiek te jouwen bij onsportief gedrag. Waarom niet in voetbal?

Verbert: Omdat onsportiviteit bij de aangeleerde cultuur hoort. Dat betekent ook dat je het weer kunt afleren. Ik geloof niet dat voetbal andere persoonlijkheden aantrekt. Je hoeft geen geniepig mens te zijn om te gaan voetballen. Je wordt het, of je zoekt een andere hobby. Het is er op een gegeven moment bij gaan horen.

Hoeveel mooie doelpunten zijn ons ontnomen door iets wat je alleen kunt omschrijven als spelbederf?

Maar profvoetbal zonder scheidsrechter is onmogelijk.

Verbert: Wellicht. Daar gaat zo veel geld in om dat het voor de spelers moeilijk wordt om te allen tijde eerlijk te zijn. Toch kan het zeker eerlijker. Om te beginnen zou onfatsoenlijke kritiek op scheidsrechters, jammer genoeg schering en inslag in het Belgische profvoetbal, zwaar bestraft moeten worden.

We hebben bij LZV Cup geëxperimenteerd met veldvoetbal zonder ref. Dat lukte perfect. De enige aanpassing is dat we buitenspel hebben afgeschaft. Het is te lastig om daar als speler een overzicht op te hebben. Waarbij ik me ook nog een bedenking maakte: een scheidsrechter die geen grensrechters heeft, zoals in het jeugdvoetbal, kan onmogelijk zien of het offside is.

Profvoetbal is een andere wereld, maar in 95 procent van de wedstrijden heb je geen scheidsrechter nodig. Ik raad sterk aan dat men er de arbiter afschaft. Het zal er pakken sportiever toegaan.

In de provinciale afdelingen zijn de belangen toch ook groot?

Verbert: Ja, en daar mag ook eens kritisch naar worden gekeken. Ik vind het niet normaal dat er in het amateurvoetbal zo veel geld omgaat. Provinciale clubs voorzien meer dan de helft van hun budget voor de premies van de eerste ploeg. Dan heb ik het over het officiële budget hè, niet eens over wat er in het zwart wordt betaald. Dat is een aberratie. Er bestaat geen enkele zinnige reden om hobbyisten te betalen, en zeker niet zo veel. Het zal ook niet blijven duren. Tegenwoordig betaalt iedereen met de kaart, zwart geld is aan het verdwijnen. De levenslijn van veel kleine voetbalclubs valt weg.

Amateurclubs hebben twee grote klachten: dat ze hun budget niet rond krijgen, en dat ze geen vrijwilligers meer vinden.

Verbert: Wat het financiële betreft, ligt de oplossing voor de hand: stop met de eerste ploeg te betalen. Als je daardoor een reeks zakt, aanvaard dat. Het is echt niet het einde van de wereld. Maar het kan wel het einde van de club zijn als je failliet gaat.

Daarnaast heeft niemand nog tijd voor vrijwilligerswerk. Aan die maatschappelijke trend valt niet te ontsnappen. Bij LZV Cup hebben we alles zo eenvoudig mogelijk gemaakt. Eén verantwoordelijke heeft na de match een paar minuutjes administratief werk. Dat is alles. Er is geen trainer nodig, geen voorzitter, geen secretaris of penningmeester. Alle sportbonden zullen die weg op moeten.

Misschien zal men het in het veldvoetbal noodgedwongen zonder scheidsrechter moeten doen. Almaar minder mensen willen eraan beginnen.

Verbert: Vind je het raar? Een arbiter is altijd de gebeten hond, ook al doet hij nog zo zijn best. Wie wil daar zijn vrije tijd voor opofferen? In de lagere reeksen en bij de jeugd worden al almaar meer matchen gespeeld zonder ref. Dat wordt gezien als een probleem, maar volgens mij is het een onvermijdelijke evolutie. Je kunt er een sterkte van maken, dat bewijst de LZV Cup.

Heerst er in de LZV Cup minder een cultuur van winnen?

Verbert: Niet per se, want iedereen wint graag. Maar de insteek is niet: winnen ten koste van alles. Je wilt met vrienden een leuke voetbalavond beleven, de spanning van het al dan niet winnen is daarbij inbegrepen. Dat lukt het best wanneer de tegenstander ook met een gezonde, sportieve intentie aan de aftrap komt. Het sleutelwoord is ‘verantwoordelijkheid’. In de LZV Cup zijn overtredingen letterlijk fouten: je kwetst onbedoeld een tegenstander. Kan gebeuren. Wij verwachten van onze leden dat ze rustig blijven en fouten uit eigen beweging toegeven.

Een arbiter is altijd de gebeten hond, ook al doet hij nog zo zijn best. Wie wil daar zijn vrije tijd voor opofferen?

Het loopt nooit uit de hand?

Verbert: We spelen elk jaar zo’n 10.000 wedstrijden en incidenten zijn zeldzaam. Na elke match geven de ploegen elkaar een fairplayscore. We zien snel of er een probleem is. Teams waarover wordt geklaagd, sturen we een mail met de pijnpunten. Als het niet verbetert, krijgen ze geen uitnodiging voor het volgende seizoen. Elk jaar weren we zo’n 3 procent van de ploegen. 97 procent van de teams is dus perfect in staat om sportieve matchen te spelen. Hen wil ik niet lastigvallen met scheidsrechters en extra bureaucratie, alleen om die 3 procent overtreders erbij te kunnen houden. We noemen dat systeem ‘survival of the fairest’.

Er zijn te weinig sporthallen. Ze worden ook steeds duurder.

Verbert: Dat is een probleem, ja. Tijdens weekends of op weekdagen tussen 19.00 en 22.00 uur zul je in Vlaanderen nauwelijks een vrije zaal vinden. De gemeentes en de scholen trekken hun prijzen op. Begrijpelijk: alleen al qua onderhoud kosten die hallen een pak geld. In Leuven sluit een sporthal waar veel van onze teams speelden. De eigenaar maakt er padelterreinen van – ik neem aan dat dat meer opbrengt. Onze Leuvense ploegen zitten met de handen in het haar.

Niet alle scholen zijn er happig op om hun turnzalen open te stellen.

Verbert: De Vlaamse overheid geeft daar nochtans subsidies voor. Maar sommige scholen blijven argwanend: ‘Er is geen eigen personeel bij, we hebben geen controle op wat er gebeurt.’ Jammer, want de meeste mensen deugen.

De eersteklasseclubs zijn een nieuw competitieformat overeengekomen. U had eerder een eigen voorstel online gezet.

Verbert: Sporteconomen zeggen dat er in België ruimte is voor 24 profclubs. Ik stel voor om twee reeksen van twaalf teams te maken. Met play-offs, maar zonder halvering van de punten, want iedere fan vindt dat verkeerd. Ik pleit ook om de verwarrende competitienamen te herbekijken. ‘Profvoetbal 1A’ en ‘Profvoetbal 1B’ zijn niet de meest aantrekkelijke namen. En Eerste Amateur? Zeg toch gewoon ‘derde klasse’.

Voor 2009 hadden we in België een stabiele, herkenbare competitie. Sindsdien wordt er te pas en te onpas aan gesleuteld. Dat ergert mij, als voetbalfan. Elke club denkt louter aan zijn eigen belang. Men spant zelfs rechtszaken aan om toch maar in eerste te blijven. De hervorming die nu is afgesproken, is opnieuw een compromis waar niemand tevreden mee is. Over twee jaar willen ze er opnieuw aan sleutelen. In dit geval heb je nu eens wél een scheidsrechter nodig (lacht): iemand die boven het gekrakeel staat en enkel denkt aan het belang van het Belgisch voetbal. Mij lijkt het logisch dat de Voetbalbond oplegt hoe de competitie eruitziet. Als je het overlaat aan de clubs verzandt het in gebakkelei.

De voetbalsupporter heeft de laatste jaren veel lelijkheid moeten slikken: veldbestormingen, omkoping, gokreclame.

Verbert: Dat men eindelijk praat over een verbod op gokreclame is geweldig nieuws. Onze clubs maken reclame voor iets waarvan ze weten dat het een slechte impact heeft op het leven van hun supporters. Dat de voetbalclubs geld verliezen als de gokreclame weg moet: het zal wel kloppen. Maar dan komen er toch gewoon andere sponsors in de plaats?

Intussen lijkt het hooliganisme inderdaad terug, in al zijn akelige vormen. Ik hoor vaak dat het een reactie is op de coronaperiode, waarin iedereen zich gedeisd moest houden. Werkelijk? In andere geledingen van de samenleving is het momenteel toch ook niet alle remmen los? Er wordt veel vergoelijkt en door de vingers gezien. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste voetbalfans willen dat er streng wordt opgetreden bij baldadigheden. De clubs doen alsof dat moeilijk is, maar in elk stadion hangen camera’s. Identificeer de daders en gooi ze buiten. Met mijn jonge kinderen zou ik niet zomaar tickets kopen voor een eersteklassematch. Er kan altijd iets gebeuren waar je liever niet met kinderen tussen zit.

Wat te doen tegen beledigende spreekkoren?

Verbert: Als de spelers over wie het gaat er aanstoot aan nemen, vind ik het niet kunnen. Men doet alsof een voetbalstadion een vrijhaven is voor om het even wat, maar je mag supporters aanspreken op hun gedrag. Mensen weten heus wel wanneer ze te ver gaan, dat verandert niet wanneer ze een voetbalsjaal dragen. Als het om racisme gaat, dan is er maar één antwoord: nultolerantie. Zulke fans kun je missen als kiespijn.

Kris Verbert

– 1977 geboren in Aarschot

– 2003 richt de Liefhebbers Zaalvoetbal Cup op

– 2016 gaat voltijds werken voor LZV Cup

– 2018 lanceert de website voetbaltoernooien.vlaanderen

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content