Kunstschaatsster Loena Hendrickx: ‘Goud op het Europees Kampioenschap ligt binnen mijn bereik. Punt’

‘Ik ben een ander mens wanneer ik op het ijs sta.’ © Jelle Vermeersch
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

Na een stuntmedaille op het WK stelt Loena Hendrickx nieuwe doelen: ‘Ik wil zo lang mogelijk aan de top staan, op zijn minst tot aan de volgende Winterspelen.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Belgische sportvrouwen doorbreken de ene na de andere barrière. Een Belgische die olympisch kampioen wordt in het toestelturnen? Een landgenote die tot twee keer toe olympisch goud pakt in de meerkamp? Tot een paar jaar geleden leek het sportsciencefiction. Turnen en atletiek zijn het terrein van de grote sportlanden, met hun megabudgetten en hun diepe vijver aan sporttalent.

Ook Loena Hendrickx deed in 2022 zo’n schijnbaar onmogelijke stunt. De Arendonkse kunstschaatster won zilver op het wereldkampioenschap. Er valt een randbemerking bij te maken: de Russen ontbraken op dat WK. Sinds de invasie van Oekraïne zijn Russische atleten niet langer welkom op grote sporttoernooien. In het kunstschaatsen kwam dat niet eens slecht uit, want Kamila Valijeva, de nu zestienjarige Russische ster, is betrapt op doping. Rusland probeert die zaak te rekken, tot ongenoegen van de internationale antidopingbond.

Het maakt de prestatie van Loena Hendrickx er niet minder indrukwekkend om. ‘Nee, maar ik moet toegeven dat het voor mij qua beleving wel een verschil maakt. Een WK zonder de Russen betekent dat je je niet meet met de hele wereldtop’, zegt de 23-jarige Hendrickx. ‘Maar zilver is zilver, en dat de Russen er niet bij zijn, hebben ze aan zichzelf te danken. Het is nu bewezen dat ze ons probeerden te bedotten. Voor mij was dat een schok. Ik ben er altijd van uitgegaan dat mijn concurrenten het eerlijk speelden.’

Rauw vel, bloed, openspattende korsten: zeg nu nog eens dat kunstschaatsen een sport voor prinsesjes is.

Dan zult u de enige geweest zijn. Nooit bedenkingen gehad bij de prestaties van de Russische schaatsters?

Loena Hendrickx: Al die kleine jonge meisjes die springen als een gazelle, natuurlijk vond ik dat straf. Maar ik dacht: die Russen zijn zo gedrild dat ze meer kunnen dan een ander. Het was blijkbaar bedrog, en je maakt me niet wijs dat alleen Valijeva valsspeelde. De Russen vorm en één team. De anderen zijn niet betrapt, maar ze zijn voor mij evengoed verbrand.

Het gaat om piepjonge meisjes. De doping is hen wellicht opgedrongen. Voelt u medelijden?

Hendrickx: Ik kan me hun leven niet goed voorstellen. Ik doe aan kunstschaatsen omdat ik het leuk vind. Het is hard werk en veel opofferen, maar ik krijg er voldoening voor in de plaats. Zijn de Russinnen verliefd op kunstschaatsen? Zijn ze het ooit geweest? Als je hen bezig zag op wedstrijden zou je eraan twijfelen. Eigenlijk kan ik er weinig over zeggen, want ik ken die meisjes niet. Verder dan ‘hallo’ of ‘proficiat’ ging het contact niet.

Met de Russinnen erbij wist u dat de medailles weg waren. Vandaag ligt het aan uzelf of u al dan niet op het podium staat. Geeft dat extra druk?

Hendrickx: Nee, het heeft alleen maar positieve kanten. Wanneer de puzzel klopt, kan ik een medaille winnen. De motivatie wordt alleen maar groter. Je traint op een andere manier wanneer er medailles op het spel staan. En druk… Een slechte kür kan iedereen overkomen, ook mij, maar het heeft geen zin om daarover te piekeren.

Het is een vreemde vaststelling voor iemand die zo jong is als u, maar door dat WK-zilver is uw carrière al geslaagd.

Hendrickx: Misschien, maar succes smaakt naar meer. Nu ik meespeel voor de medailles, wil ik zo lang mogelijk aan de top staan, op zijn minst tot aan de volgende Winterspelen.

Een Amerikaanse concurrente van achttien jaar is onlangs gestopt (Alysa Liu, brons op het WK van 2022, nvdr). Ze zei: ‘Ik heb het gehad, tijd om aan het volgende hoofdstuk van mijn leven te beginnen.’ Ik kan niet begrijpen dat je zoiets zegt, zeker niet op die leeftijd. Waar zit dan de liefde voor de sport? Nu ja, kunstschaatsen kun je niet op halve kracht. Je moet veel trainen, op je eten letten, omgaan met teleurstellingen. Het vuur moet branden of je houdt het niet vol.

Uw broer en trainer Jorik Hendrickx wilde niet dat u naar het WK ging. Fysiek was het kantje boord.

Hendrickx: Ik had een scheurtje in mijn lies, een erg delicate blessure voor een kunstschaatser. Ik kon nauwelijks trainen in de aanloop naar het WK en wanneer ik op het ijs stond, leek het nergens naar. Jorik zei: ‘Wat ga je daar doen? Blij zijn met een tiende plaats?’ Het was bovendien niet zonder risico, want dat scheurtje dreigde bij iedere sprong of pirouette verder te scheuren. Achter de schermen zag het er lelijk uit. Rauwe benen van de schurende tape, bloed, openspattende korsten. Zeg nu nog eens dat kunstschaatsen een sport voor prinsesjes is. (lacht)

En toch klopte het, zodra ik op het ijs stond. Ik had amper getraind, maar mijn oefening zat er zo in gebeiteld dat ik ze bijna in trance kon doen. Door die blessure voelde ik ook geen enkele druk. Ik ging ervoor, en als een tiende plek het hoogst haalbare was, dan was dat maar zo. Dat het uiteindelijk zilver opleverde, kon ik amper geloven.

Na het WK had u het moeilijk. Waarom?

Hendrickx: Ik verdroeg de toegenomen aandacht slecht. Al die feestjes en huldigingen… Ik wil niet ondankbaar klinken, maar voor mij was het een beproeving. Verlegen, onzekere Loena stond plots in het middelpunt van de belangstelling. Een oudere man kwam bedremmeld een foto vragen, alsof ik de grootste wereldster was. Ik besef dat mensen mij op een voetstuk zetten omdat ze het knap vinden wat ik gepresteerd heb, maar ik werd er ongemakkelijk van. Ik ben gewoon Loena.

© Jelle Vermeersch

Verlegen en onzeker? Wie u op het ijs ziet imponeren, vol dadendrang en charisma, zou het niet verwachten.

Hendrickx: Wanneer ik schaats, ben ik een ander mens. Op het ijs zijn er geen twijfels. Ik ga op in mijn kür, vergeet alles en iedereen, en geniet gewoon. Maar naast de baan ben ik een schuchter type. Dat zit dichter bij mijn echte persoonlijkheid, denk ik.

Uw carrière was bijna over voor ze begon. Op uw zestiende brak u een ruggenwervel.

Hendrickx: Daaruit heb ik geleerd dat ik naar mijn lichaam moet luisteren. Ik neem sneller rust dan ik als ambitieuze sporter zou willen, en tegelijk voel ik wanneer ik verder kan duwen dan anderen verstandig vinden, zoals op het WK. Dat is waardevolle kennis. Op een manier moet ik blij zijn dat ik die les zo vroeg in mijn carrière heb geleerd.

Op het Europees Kampioenschap van eind januari bent u favoriet.

Hendrickx: Ik weet het. Het voelt nog altijd gek om het uit te spreken, maar ik ga resoluut voor goud. Ik ben iemand die zich van nature bescheiden opstelt. Om mezelf niet teleur te stellen, om als het ware in te calculeren dat het toch mis kan gaan. Vandaag zou het flauw zijn om met die instelling naar het EK te gaan. Goud ligt binnen mijn bereik. Punt.

U hebt die oefeningen al honderden keren foutloos geschaatst op training, maar net op dat ene cruciale moment moet het er perfect uitkomen. Hoe moeilijk is dat?

Hendrickx: Kunstschaatsen is 30 procent training en 70 procent mentale kracht. Die sprongen en pirouettes zijn allemaal op de limiet en ik voer ze uit op ijs. Er kan dus altijd iets misgaan. Als je dat mentaal niet aankunt, haal je nooit de top. Nu is dat mijn kracht, maar ik ben er niet altijd sterk in geweest. Vroeger was ik een zenuwpees. Overgeven, wenen, migraineaanvallen: ik was een wrak voor ik op het ijs stapte. Ik heb geleerd dat zenuwen goed zijn, als je ze kanaliseert. Voel ik me gespannen? Fantastisch, die adrenaline zal me voortstuwen. Er is geen twijfel meer over de aanpak en dat geeft rust. Ik train hard, ik doe mijn best, ik weet dat ik er alles uithaal. Wat kun je meer doen, behalve hopen op het beste?

De beste atleten kunnen teleurstellingen gemakkelijk achter zich laten.

Hendrickx: (knikt) Ik vloek ook wanneer ik val, zeker op een belangrijk moment, maar ik kan het afsluiten. In feite is het een heldere keuze: sleep je je tegenslagen mee of gebruik je ze als brandstof om beter te doen?

Kunstschaatsen is een jurysport. Wint de beste altijd?

Hendrickx: Nee. Je moet eerst naam maken voor de jury je kür voor vol aanziet. Dat ik van een klein land kom, is een nadeel. Ik heb me naar de top moeten knokken. Meisjes met een Russisch of Amerikaans vlaggetje naast hun naam worden sneller opgepikt, want jury’s gaan ervan uit dat een Russin of een Amerikaanse wel goed móét zijn. De vooroordelen bestaan niet zomaar. Meestal zijn Russen en Amerikanen inderdaad erg goede kunstschaatsers. Maar ook niet altijd.

Ik vond het lang oneerlijk dat ze mij niet zagen staan. Nu maakt het me trots. Ik kan zeggen dat ik het verdien en dat ik het helemaal zelf heb gedaan.

U en uw broer hebben het sowieso zelf moeten uitzoeken. Er bestond in België geen omkadering voor een atleet die het wil maken in het kunstschaatsen.

Hendrickx: Jorik was de pionier. Ik heb geluk dat hij het pad voor mij heeft geëffend. Hij is met trainingen na de schooluren aan de wereldtop geraakt. De mensen beseffen te weinig hoe straf dat was. Jorik wilde mij behoeden voor dergelijk amateurisme. Hij zocht voor mij een topsportschool in Nederland, waar ik op mijn dertiende al kon trainen als een prof.

Ik wou dat ik zijn motivatie had. Jorik was als schaatser al heel gedreven, en nu als coach zelfs nog meer. Ik ben getalenteerder dan hij, maar zonder een oudere broer die me toonde dat je er hard voor moet werken, had ik nooit op dit niveau gestaan.

© Jelle Vermeersch

Vier jaar geleden werden jullie samen geïnterviewd in Knack. Jorik maakte zich toen zorgen dat jullie een financiële put aan het graven waren. Om het hoofd boven water te houden, organiseerden jullie eetfestijnen en bingoavonden.

Hendrickx: We staan er beter voor dan toen. Toen moesten we in materiaal en omkadering voorzien voor twee schaatsers, dat scheelt al. Ons budget is nog altijd bescheiden en we moeten goed afwegen wat we doen. Dus niet die droomstage in Amerika, maar een alternatief in Europa dat we even goed proberen in te kleden. Maar dat vind ik niet erg.

De eetfestijnen en de bingoavonden zijn weggevallen sinds corona. We hebben toen ervaren hoeveel tijd en energie daarin kruipt. Dat je daar als profsporter mee bezig moet zijn, is niet ideaal, al sluit ik niet uit dat we er ooit opnieuw mee beginnen. Vorig jaar hebben we een crowdfunding gehouden: steun Loena op weg naar de Spelen.

Op de Spelen zou u spreken met IOC-voorzitter Thomas Bach. Wat is daar het verhaal achter?

Hendrickx: Dat weet ik zelf niet zo goed. Thomas Bach zocht een kunstschaatser om mee van gedachten te wisselen over de situatie van de Russen. Geen idee hoe hij bij mij terechtkwam. Ik zat hem op te wachten toen ik plots te horen kreeg dat hij toch geen tijd had. Jammer. Ik vermoed dat hij het ook wilde hebben over de leeftijdsgrens voor kunstschaatsers. Die is intussen ingevoerd.

De minimumleeftijd om deel te nemen aan profcompetities wordt verhoogd tot zeventien jaar. Waarom is dat een goede zaak?

Hendrickx: Omdat kunstschaatsen met volwassen vrouwen een andere sport is. Je krijgt vormen en bent niet langer een stokje, zoals in je tienerjaren. Maar je begint vooral na te denken over wat je doet. Tienerschaatsers zijn robotjes die blindelings uitvoeren. Je kunt hen tot op en tot over de limiet drillen. Wie daar het verst in gaat, scoort het best. Daar moeten we van af. Het levert een gezondere en volgens mij ook mooiere sport op wanneer je de tieners eruit laat.

Vroeger was kunstschaatsen een artistieke discipline. Dat is veranderd onder impuls van de Russen, die sprongen deden die niemand anders aandurft. Ik pleit voor meer kunst in het kunstschaatsen. De nadruk op de technische elementen maakt het minder interessant. Die elegantie zie ik ook eerder terug bij iets oudere kunstschaatsers.

Is het ook eigenbelang? Presentatie en stijl zijn uw sterke punten.

Hendrickx: Dat hoor ik vaak, maar ik vind niet dat ik mooier schaats dan een ander. Echt waar, ik zie het niet.

Zijn die viervoudige sprongen waarmee de Russen uitpakken haalbaar voor u? Indien wel, dan is de volgende olympische kampioene bekend.

Hendrickx: In de zomer heb ik er intensief op gewerkt, maar verder dan drieënhalve sprong ben ik niet geraakt. Die halve draai erbij zal mij op mijn drieëntwintigste niet meer lukken. Zoiets moet je van jongs af aan erin slijpen. Erop trainen is trouwens gevaarlijk. Als je niet volledig roteert, dan landt je voet in een rare positie. Elke keer een knak op je enkel. Mijn schaats brak doormidden. Om maar te zeggen hoeveel druk er op die voet komt.

Loena Hendrickx

1999: geboren in Turnhout

2017: profdebuut

2018: 16e op de Winterspelen van Pyeongchang

2021: breekt haar persoonlijke record op de Gran Premio d’Italia

2022: zilver op het WK, 8e op de Winterspelen van Peking, wint de Grand Prix van Angers

Lees meer over:
Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content