Elf vrouwenploegen starten in de Scooore Super League: ‘Vrouwen maken ook knappe goals’

DE RED FLAMES 600.000 mensen keken naar de EK-kwartfinale tussen België en Zweden. © BELGA MAG/AFP via Getty Images
Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

Dit weekend begint een nieuw seizoen in de Scooore Super League. Breekt het vrouwenvoetbal na het succesvolle EK van de Red Flames eindelijk echt door in België?

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Met KV Mechelen Dames erbij telt de Scooore Super League nu elf ploegen. Maar waarom heeft niet elke Pro League-club een vrouwenteam op het hoogste niveau?

Nadat in 2015 de Nederlandse clubs de stekker uit de BeNeLeague hadden gehaald, diende de Belgische competitie te herstarten met slechts vijf teams. Een aanfluiting van het kampioenschapsformat. Sindsdien lukt het om stelselmatig uit te breiden. Met de licentietoekenning voor KV Mechelen Dames – dankzij een kapitaalsinjectie van Telenet, hoofdsponsor van de club – zit de Scooore Super League nu aan elf deelnemers: Anderlecht, Club YLA, OH Leuven, KAA Gent, Charleroi, Standard, Eendracht Aalst, White Star Woluwe, KRC Genk, Zulte Waregem en KVM. Dat oneven aantal betekent wel dat er elke speeldag één team aan de zijlijn blijft staan.

De sportieve meerwaarde van Mechelen moet nog blijken: het elftal bestaat voornamelijk uit jonge talenten, al bewezen die vorig seizoen wel dat ze heel wat scorend vermogen bezitten, voldoende voor promotie naar de Super League in ieder geval. Commercieel is een toevoeging van een familiale traditieclub als KV Mechelen alvast een voltreffer. Ondanks het feit dat Antwerpen de provincie is met de meeste aangesloten vrouwelijke leden bij de KBVB, had het tot deze zomer geen vertegenwoordiger in de hoogste afdeling. Mechelen vult die leemte in.

De KBVB wil graag verder uitbreiden, maar is niet van plan om alle Pro League-clubs een (semi-)professionele damesploeg op te dringen. ‘Dat is vandaag helaas niet realistisch’, liet Katrien Jans, manager vrouwenvoetbal bij de KBVB, recent optekenen in Sport/Voetbalmagazine. ‘De vijver om uit te vissen is nog niet groot genoeg, dat zou de kwaliteit dus allerminst ten goede komen. Beter zou zijn om alle 24 Pro League-clubs te motiveren om een meisjesopleiding te hebben, ongeacht het niveau waarop die A-ploeg dan zou aantreden. Zoals Westerlo, dat enkele jaren geleden met een jeugdopleiding startte en nu doorgroeit naar Eerste Klasse (de eigenlijke tweede klasse, nvdr). Sommige clubs hebben vrouwenvoetbal verankerd in de clubstructuur, zoals OHL. Dat is duurzamer dan nu iets verplichten wat even snel weer afgevoerd wordt.’

Het blijft een probleem dat de vrouwenploegen niet of amper in de hoofdstadions mogen aantreden.

Sowieso is het moeilijker geworden om clubs te motiveren tot de Scooore Super League toe te treden: sinds januari 2022 zijn alle eersteklassers verplicht drie semiprofs (die maximaal 11.800 euro per jaar verdienen) in de kern te hebben. Bij een aantal clubs was dat al het geval, maar bij andere, zoals White Star of Aalst, die niet vasthangen aan een professionele mannenploeg, is aan die voorwaarde niet zo makkelijk te voldoen. Daartegenover staat wel een financieel duwtje in de rug van 100.000 euro per club, voortvloeiend uit het tv-contract van de Pro League.

Waarom hinkt Wallonië achterop in de ontwikkeling van het Belgische vrouwenvoetbal?

Met Charleroi en Standard zijn er slechts twee Waalse clubs actief in de Scooore Super League. Een onderbezetting die zich weerspiegelt in de nationale ploeg: derde doelvrouw Lisa Lichtfus was de enige Waalse in de 23-koppige EK-selectie. Potentieel is er nochtans, zo was het duel tussen White Star en Charleroi twee seizoenen geleden de meest bekeken competitiewedstrijd (90.000 kijkers) op Eleven Sports.

Charleroi sprak de voorbije jaren ambitieuze taal, maar van een structureel beleid is geen sprake. Een ontgoochelde Aline Zeler, recordinternational bij de Red Flames en vorig seizoen bij Charleroi debuterend als coach, gooide snel de handdoek. Ook Standard, recordkampioen bij de vrouwen (20 landstitels), heeft sinds de stopzetting van de BeNeLeague van zijn pluimen verloren. Tien jaar geleden – onder impuls van de toenmalige clubvoorzitter Roland Duchâtelet, die het vrouwenvoetbal genegen was – kon het nog een vedette als Lieke Martens transfereren, maar dat lijken lang vervlogen tijden. Tegenwoordig put Standard vooral uit de eigen jeugdacademie, waar ongeveer 150 speelsters zijn aangesloten. Vorig seizoen eindigden de Rouches daarmee nog verdienstelijk derde en speelden ze de bekerfinale, maar deze zomer verloor de ploeg alweer enkele sterkhouders.

‘Het Franstalige vrouwenvoetbal heeft de omslag naar meer professionaliteit nog niet gemaakt’, geeft Patrice Sintzen, woordvoerder van de Franstalige amateurvleugel ACFF, grif toe in De Standaard. Ingrid Vanherle, directrice van de jeugdacademie van Standard, wijst op andere prioriteiten. ‘Het is niet zo dat Standard niet meer investeert in vrouwenvoetbal, integendeel. Alleen zijn ploegen als Anderlecht en OHL ons voorbijgestoken. Wij zetten in op de jeugd, terwijl Anderlecht elders speelsters gaat weghalen.’

Vanherle heeft een punt. Het aantal aangesloten speelsters in Wallonië is in tien jaar tijd van 5900 naar 19.000 gestegen. Op termijn moet dat ook doorsijpelen naar de hoogste afdelingen. Bij de nationale jeugdploegen zie je al meer diversiteit dan bij de Red Flames, stipt Katrien Jans (KBVB) aan. De manager vrouwenvoetbal wijst eveneens op het maatschappelijke belang van die jeugdopleiding en dat er dus niet enkel naar de Scooore Super League mag gekeken worden. RWDM Girls is daar een mooi voorbeeld van: 351 speelsters (van 61 verschillende nationaliteiten) krijgen er de mogelijkheid om hun favoriete hobby te beoefenen, ondanks de vooroordelen en tegenkanting vanuit hun directe omgeving die ze daarvoor moeten trotseren. Bovendien wordt de club nagenoeg volledig door vrouwen gerund.

Wie doorbreekt de hegemonie van RSC Anderlecht?

Anderlecht speelde afgelopen seizoen kampioen, voor de vijfde keer op rij. Ondanks aandringen van OH Leuven, dat zelfs een poos de rangschikking aanvoerde en voor het tweede opeenvolgende jaar vicekampioen werd. Paars-wit pakte ook de beker, ten nadele van Standard. Het was nochtans een turbulent jaar voor Anderlecht, waarin het clubbestuur aankondigde te zullen besparen in de vrouwenafdeling, een statement dat later snel weer ingetrokken werd. Gelukkig was er spits Tessa Wullaert, die in haar eentje betrokken was bij meer dan 60 procent van de doelpuntenproductie. Nu de sterspeelster Brussel heeft ingeruild voor een avontuur bij het Nederlandse Fortuna Sittard, geldt Anderlecht niet langer als titelfavoriet.

‘De kijkcijfers evolueren gunstig, maar in de stadions zelf mag 500 toeschouwers al een succes genoemd worden.’ © Dick Demey

Daarvoor wordt nu gekeken in de richting van OHL, dat met doelvrouw Nicky Evrard en spits Ella Van Kerkhoven twee ervaren Red Flames in huis haalde. Een ideale aanvulling op de jonge, talentvolle kern die er al was. Denk aan Sari Kees, Amber Tysiak en Hannah Eurlings, drie talenten die met België mee waren naar het EK en die nog heel wat progressiemarge hebben. Bovendien geniet OHL door de nabijheid van de Leuvense Topsportschool een voordeel op veel andere clubs. Het maakt hen in eerste instantie aantrekkelijker voor speelsters die de combinatie van studies met een professionele voetbalopleiding zoeken. En in tweede instantie zorgt de Topsportschoolbegeleiding ervoor dat die jongeren op tactisch, technisch en fysiek vlak met veel meer bagage aan hun carrière starten. Een troef waar ook de Gent Ladies van profiteren met de Topsportschool in Gent. OHL bulkt van de ambitie: de speelsters waren zelf vragende partij om in de kern voor extra concurrentie te zorgen, zodat iedereen deze keer een hele campagne lang op scherp blijft voetballen. Ook het bestuur zet die ambitie in de verf met allerlei initiatieven: de clubleiding is geregeld aanwezig op wedstrijden, er wordt overdag getraind op het oefencomplex van de mannen, er werd geïnvesteerd in een wasdienst en maaltijden op de club enzovoorts.

Ook van Genk Ladies mag iets verwacht worden, daar bouwt Guido Brepoels al enkele jaren aan een mooi verhaal. Genk zette in de loop van vorig seizoen serieuze stappen en kan daar nu verder op teren, aangezien de kern werd samengehouden. Aangevuld met de talentvolle Luna Vanzeir – zus van Unionspits Dante Vanzeir die getransfereerd werd van OHL. Zo worden de Genkies misschien wel een outsider voor de titel.

Waar blijven de vrouwelijke coaches?

Vorig seizoen was er slechts één vrouwelijke coach actief in de Scooore Super League: Aline Zeler bij Charleroi. Ontgoocheld in het beleid gaf ze er na één seizoen de brui aan. Gelukkig is er White Star, dat Audrey Demoustier aanstelde als nieuwe coach. De ex-international was de voorbije jaren assistent van bondscoach Ives Serneels en leidde de nationale U17. Ze maakt nu haar debuut als hoofdcoach bij een club. Daarmee blijft het aantal op één staan.

Het voorbije EK bewees dat vrouwelijke coaches een belangrijke succesfactor kunnen zijn. Van de vier halvefinalisten op het toernooi werd alleen Zweden gecoacht door een man. De speelsters zelf maakt het meestal weinig uit. ‘Met een man neem je misschien iets meer afstand, maar het belangrijkste is toch dat je op voetbalvlak iets bijleert’, zegt Hannah Eurlings, speelster van OHL. Bij de federatie zijn ze evenmin fan om quota op te leggen. ‘Het gaat om de competenties, niet om het geslacht’, vindt manager Katrien Jans. De vijver van trainers is nu eenmaal groter onder de mannen dan onder de vrouwen. En dat zal nog wel even zo blijven. ‘Mijn ideale scenario is wel dat elke ploeg minstens een vrouw in de technische staf heeft’, aldus Jans in Sport/Voetbalmagazine. Club YLA gaat nog een stapje verder en experimenteert zelfs met een menstruatiecoach.

Dat het voor mannen niet vanzelfsprekend is om de switch te maken naar het vrouwenvoetbal ondervond ex-Rode Duivel Johan Walem, die vorig seizoen als coach van Anderlecht debuteerde in het vrouwenvoetbal. Na één jaar hield hij het al voor bekeken, geconfronteerd met de gebrekkige omkadering – voortdurend wisselen van terrein voor trainingen én wedstrijden, weinig faciliteiten en tijd. Walem wilde ook graag zijn tactische principes overzetten, maar stuitte al snel op de beperkingen van zijn spelersgroep. Velen onder hen konden enkel ‘s avonds trainen en hadden te weinig tactische bagage meegekregen in de jeugdreeksen. Walem wordt nu vervangen door Dave Mattheus, die acht jaar de Gent Ladies leidde. Dan heb je die mentale switch al gemaakt.

Kan de Belgische vrouwencompetitie van een EK-effect profiteren?

Het afgelopen EK in Engeland behaalde goede kijkcijfers. Zo werd de kwartfinale tussen onze Red Flames en Zweden door meer dan 600.000 mensen gevolgd. Daardoor kennen ondertussen al iets meer voetbalfans de namen en de gezichten van onze beste Belgische speelsters. Bovendien zorgen hogere kijkcijfers ook voor een aantrekkelijker imago voor sponsors. Daar kan onze vaderlandse competitie wel bij varen. Jan Rummens, die voor Eleven Sports de Scooore Super League becommentarieert: ‘De kijkcijfers van onze integrale uitzendingen (elke speeldag zendt Eleven een wedstrijd uit de Super League rechtstreeks uit, op maandag is er telkens een programma met samenvattingen van alle wedstrijden, nvdr) waren al behoorlijk, door de verhoogde aandacht van Sporza en andere media kan dat elkaar alleen maar versterken. Hoe meer beelden er straks van Eleven gedeeld worden via verschillende kanalen, hoe beter. Dan zien de mensen dat er in onze vrouwencompetitie ook knappe goals vallen of mooie acties te bewonderen zijn. Fysiek zie ik in ieder geval al een enorme evolutie van ons vrouwenvoetbal.’

Maar we moeten ook realistisch blijven, vindt Rummens: ‘Het Belgische voetbal zit nog volop in een proces. Dat kun je niet vergelijken met een EK, niet qua stadions, populariteit of niveau. Veel van de Red Flames spelen trouwens in het buitenland. Je hebt wel een jonge generatie Flames die frisheid brengt, vooral dan bij OHL, daar verwacht ik veel van. Zij kennen qua professionele omkadering hun gelijke niet in België.’

Dat de vrouwenploegen niet of amper in de hoofdstadions mogen aantreden, blijft evenwel een probleem. Rummens: ‘Vorig seizoen gebeurde dat in iets minder dan de helft van onze integrale uitzendingen. Voor komend seizoen zou dat moeten verbeteren. De kalender werd nu mee samengesteld door de mensen van de Pro League, waardoor er minder overlappingen zouden zijn. Helaas zal dat op de eerste speeldag niet blijken bij onze eerste uitzending van Gent Ladies tegen OHL Women. Hoewel hun mannenploeg niet thuis speelt dit weekend, moeten ze voor die aantrekkelijke affiche toch weer uitwijken naar het oefencomplex in Oostakker. Een reden gaf Gent niet. Het toont aan dat er nog steeds een mentaliteitswijziging moet gebeuren bij veel clubs. Het heilige gras van de mannen is blijkbaar zo heilig dat de vrouwen er niet op mogen.’

En de belangstelling in de stadions? De kijkcijfers mogen dan gunstig evolueren, de aanwezigheid van het publiek in het stadion spreekt vaak minder tot de verbeelding. 500 toeschouwers mag al een succes genoemd worden. ‘In die zin is het dikwijls beter om in een kleiner stadion te spelen, een groot stadion komt al snel weinig sfeervol over. Zeker als het aanwezige publiek dan nog aan de kant van de vaste camera zit, zoals op Sclessin. Dan zie je dus enkel lege tribunes in beeld’, zegt de Scooore Super League-watcher, die er hoe dan ook zijn enthousiasme niet bij verliest. Integendeel. ‘Ik amuseer me rot. Enerzijds omdat je mee bouwt aan een mooi verhaal, maar ook omdat het dankbaar werken is. Het vrouwenvoetbal is niet zo afgeschermd als het mannenvoetbal, je kunt er nog rustig en op een open manier je werk doen. Je bent er welkom.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content