‘Spaanse politici legitimeren een discours dat kolonialisme ontkent ten dienste van een nationalistischa agenda’

Josep Borrell, de hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid van de EU. © Belga
Christiane Stallaert
Christiane Stallaert Gewoon Hoogleraar Spaanse en Latijns-Amerikaanse Studies aan UAntwerpen.

‘Niemand wint met deze houding’, schrijft Christiane stallaert naar aanleiding van een toespraak van EU-buitenlandvertegenwoordiger Josep Borrell, en de kritiek die kwam op het ‘koloniaal taalgebruik’ erin.

‘Neokolonialisme en racisme’. In deze woorden veroordeelde de internationale pers krachtig het koloniale taalgebruik van Josep Borrell, Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid, in een recente toespraak voor toekomstige diplomaten in het Europa-college te Brugge.

In Borrells wereldbeeld is Europa een tuin omringd door een invasieve jungle: ‘Het grootste deel van de rest van de wereld is een jungle, en de jungle zou de tuin kunnen binnendringen’. Maar Borrell begrijpt de reactie niet en ontkent dat zijn bewering ingegeven is door ‘imperialisme en blank suprematisme’. Hij voelt zich onterecht aangevallen: ‘Ik denk dat alles wat ik in mijn leven heb gedaan volledig in tegenspraak is met wat men een neocon noemt’. En toch: Josep Borrell verkondigde de post-Franco-koloniale doctrine vanuit zijn Europese functie. Als Europees burger protesteer ik: Niet in mijn naam.

De Spaanse ultra-nationalisten hebben van 12 oktober (de dag waarop Columbus voet aan wal zette in de Nieuwe Wereld) de hoogdag van het revisionisme gemaakt.  Met de slogan ‘Er valt niets te betreuren’ worden burgers gehersenspoeld om het koloniale verleden te ontkennen. Dit is de heropleving van een gedachtengoed uit het Franco-tijdperk. In een boodschap gericht aan de Spaanse kolonie van Equatoriaal-Guinea stelde Franco destijds dat Spanje nooit kolonialistisch was geweest, maar, integendeel, beschaver en schepper van volkeren. Jaren later, in 2006, verdedigde ex Franco-minister en oprichter van de huidige Partido Popular, Manuel Fraga Iribarne, deze stelling: Spanje kolonialistisch, nee; beschaver van volkeren, ja.

In 2022, op de vraag of Spanje kolonialisme beoefend had, bevestigt de directeur van de Spaanse Koninklijke Academie van de Geschiedenis: ‘Ja, bijvoorbeeld in Afrika en in Cuba aan het eind van de 19e eeuw, maar niet eerder. Het gebruik van de term kolonie of koloniale periode om te praten over de Amerikaanse onderkoninkrijken is enigszins anachronistisch.’ Het kolonialisme in de 19e eeuw wordt erkend (vooral als het andere grootmachten betreft), maar in de 16e eeuw kan geen sprake zijn van kolonialisme of koloniën. Moderne concepten projecteer je niet op het verleden. Aldus de aangepaste post-Franco-doctrine.

Het eufemisme dat toelaat om de kwestie te omzeilen, is ‘territoria’. In 2021 wees de leider van het ultra-rechtse Vox erop dat Spanje ‘nooit koloniën had gehad, maar territoria’. Ironisch genoeg projecteren de Spaans-nationalisten op de 16e eeuw een concept dat eigen is aan het Amerikaanse imperialisme van de 19e en 20e eeuw. Dat heeft zichzelf gedefinieerd in termen van annexatie, aankoop of onderwerping van ’territoria’, niet van ‘volkeren’ of ‘naties’. Dit laat toe  om de invasie en bezetting van buitenlandse gebieden te legitimeren op basis van de ‘terra vacua’-doctrine. De tuin die het oerwoud binnendringt om het te cultiveren. Beschavingswerk. Het wieden van onkruid in braakliggend terrein. En zo claimde koning Felipe VI in januari 2022 in Puerto Rico het ‘model van de aanwezigheid van Spanje in Amerika’, waarin ‘de nieuwe gebieden op gelijke voet met de andere koninkrijken in de Kroon werden opgenomen’. Het is het nieuwe jargon van de post-Franco koloniale doctrine: ‘aanwezigheid’ en ’territoria’ vervangen de termen ‘kolonisatie’ en ‘naties’. Interessant is dat de pers nog niet helemaal op de hoogte was van de laatste academische stand van zaken. De verslaggever van El País benadrukte dat de koning in Puerto Rico het ‘Spaanse model van kolonisatie [sic] van Amerika’ claimde.

De inheemse volkeren van Amerika die door de kolonisator werden gereduceerd tot louter ’territoria’ zijn nooit gestopt met het opeisen van hun status als ‘naties’. In de aanloop van de Vredesconferentie aan het einde van de Eerste Wereldoorlog dringt de Indiaan Carlos Montezuma aan op een vertegenwoordiging op de conferentie: “Waarom? Omdat wij Indianen een natie zijn. Wij Indianen hebben nooit gerechtigheid gekregen van de Verenigde Staten. We zijn buiten de mensheid gesteld. Er is geen beeld zo zwart als de geschiedenis van ons ras. […] Vijfhonderd jaar zijn verstreken en nog steeds zijn wij Indianen niet vrij. Vijfhonderd jaar nadat het blanke ras het grondgebied van de Indianen is binnengedrongen genieten we nog steeds niet van onze rechten. Deze Vredesconferentie is een aanfluiting van het Indiaanse ras indien we niet aanwezig mogen zijn”. Carlos Montezuma: Spaanse doopnaam; Azteekse familienaam. Litteken van het Spaanse zestiende-eeuwse kolonialisme. Vandaag ‘grondgebied’ van de Verenigde Staten van Amerika.

In januari 2022 tijdens een bezoek van de Spaanse koning Felipe VI aan Puerto Rico, werd uit protest het standbeeld van de kolonisator Ponce de León gesloopt. Toch merkte de correspondent van de Spaanse krant El País op dat “in Puerto Rico het inheemse protest niet wijdverbreid is.” Inheems protest kan inderdaad niet wijdverbreid zijn in ‘territoria’ waar de inheemse bevolking al na enkele decennia van Spaanse ‘aanwezigheid’ (zoals Felipe VI het verwoordt in zijn discours) uitgestorven was. Desondanks gaat men er in de recente editie van de nationale feestdag van 12 oktober, dag van de ‘ontdekking’ van Amerika, in Spanje prat op dat ‘er niets te betreuren valt’. Ook Josep Borrell, die spreekt in naam van Europa, begrijpt de verontwaardiging niet.

Vandaag legitimeren niet alleen Spaanse politieke gezagdragers maar ook academici een kritiekloos discours dat het kolonialisme schaamteloos ontkent ten dienste van een nationalistische politieke agenda. Ter verdediging van de nationale trots tegen denkbeeldige lastercampagnes uit het buitenland, plaatsen ze zichzelf koppig buiten elke dialoog. Niemand wint met deze houding. En zeker niet ​​de jonge generaties Spanjaarden die aldus de toegang wordt ontzegd tot een verrijkend en genuanceerd debat over de plaats van het Spaanse kolonialisme in de wereldgeschiedenis.

Christiane Stallaert is gewoon hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen. Ze is auteur van Het verdriet van Spanje. Een natie op zoek naar zichzelf (uitgeverij Vrijdag, 2020).

Een eerste Spaanse versie van de tekst is wel verschenen in de Spaanse krant Público.

Partner Content