Slachtoffers van politiegeweld: ‘Waren we geen immigranten, dan was ons een dergelijk lot bespaard’

Sabrina El Bakkali © BAS BOGAERTS
Catherine Vuylsteke
Catherine Vuylsteke Journalist, auteur, filmmaker en sinoloog

Lamine Bangoura, Mehdi Bouda, Sabrina El Bakkali en Ouassim Toubi: voor hun familie zijn ze slachtoffers van politiegeweld, voor de politie doden bij tragische ongevallen. Tot op heden kregen ze geen proces, en in één geval zelfs geen graf. Knack sprak met hun ouders.

Lamine Bangoura

Ze doen aan Shakespeares King John denken, de gesprekken over een dood kind. ‘Verdriet vult de kamer van mijn afwezige kind. Het ligt in zijn bed, ijsbeert met me mee. Het eigent zich zijn schoonheid toe, herhaalt zijn woorden.’

Het zijn moeilijke gesprekken: waar te beginnen? Vat het verhaal van Lamine Bangoura, die in 2018 op 27-jarige leeftijd omkwam bij een uithuiszetting, aan bij zijn vader Jean-Pierre? Die kwam in 1998 uit Guinée naar België met zijn vrouw Marthe. Ze volgden taallessen, vonden werk. Na hun regularisatie vestigden ze zich in Willebroek en lieten hun bij de oma achtergebleven zoon Lamine en dochter Rachel overkomen.

In België gingen Lamines stoutste dromen in vervulling. De jongen was een talentrijk voetballertje. Hij werd door Club Brugge ontdekt, er kwam een contract en een sportinternaat. ‘Een krachtige, snelle spits met goede voeten’, schreven de kranten over de goedlachse Lamine, die later werd getransfereerd naar KSV Roeselare. Vader Bangoura en Lamines tien jaar jongere broer Ismaël misten geen enkele wedstrijd.

Lamine Bangoura
Lamine Bangoura© BAS BOGAERTS

Toen Lamine twintig was, maakte een ernstige heupblessure abrupt een einde aan zijn voetbalcarrière. Van dan af sukkelde hij van het ene baantje in het andere. Met zijn familie sprak hij nooit over zijn problemen. ‘Ik denk dat het een kwestie van persoonlijke eer was’, zegt zijn vader.

Lamines zus Rachel, met wie hij een hechte band had, was de enige in de familie die van zijn financiële moeilijkheden afwist. Vader Jean-Pierre: ‘Na Lamines dood vertelde ze ons van zijn afbetalingsplan, en van het geplande sollicitatiegesprek waar hij alle hoop op had gesteld.’ Maar dat jobinterview zou Lamine niet meer halen.

Op die maandag in mei 2018 had de Roeselaarse deurwaarder drie opdrachten, de uithuiszetting in de Mezenstraat was de tweede. Toen het vijfkoppige gezelschap – een sleutelmaker, de deurwaarder, zijn assistent en twee agenten – om 11.30 uur bij Lamine aanbelde, lag hij nog te slapen na een nachtje stappen. De brief die de uitzetting aankondigde, zat ongeopend in de brievenbus. Lamine werd wakker van het lawaai in de gang. Gewikkeld in een deken kwam hij kijken wat er gebeurde. Meteen vertrekken? Dat wilde hij niet – waar moest hij heen, waarom wist hij hier niets van? Uit de audioband van de politie valt op te maken dat er een twistgesprek ontstond, waarop de twee agenten versterking opriepen. Wat er vervolgens is gebeurd, is te zien en te horen op de beelden van de deurwaardersassistent. Lamine ligt op zijn buik, gekneveld. Handen op de rug, politieknieën op beide schouders. Het schuim staat hem op de lippen. ‘Hij is eindelijk rustig geworden’, zegt een politieagent. Het zijn gruwelijke beelden van een verstikkingsdood. George Floyd avant la lettre.

‘In het mortuarium kregen we de volgende dag alleen zijn gezicht vol kneuzingen te zien,’ zegt vader Jean-Pierre, ‘de rest van Lamines lichaam lag onder een laken. “Niet aanraken, het onderzoek is nog bezig”, zei de politieman in burger die ons geen ogenblik uit het oog verloor.’

‘Uit het verloop der feiten kan niet besloten worden dat er een foutief politioneel optreden was’, concludeerde de raadkamer in Kortrijk vorige zomer. Het ‘aangewende geweld was in overeenstemming met de aangeleerde en aanvaarde principes en richtlijnen’. Daar legt de familie Bangoura zich niet bij neer: op 2 februari moet de Gentse kamer van inbeschuldigingstelling beslissen of de zaak voor de correctionele rechtbank komt. Het Openbaar Ministerie wil voorlopig niet reageren, om het onderzoeksgeheim niet te schenden. Het lichaam van Lamine wordt ondertussen nog steeds bewaard in een Brusselse koelcel.

Hij is eindelijk rustig geworden.

Moest het zo lopen? Alexis Deswaef, de advocaat van de familie, schudt zuchtend het hoofd. ‘Had de deurwaarder beslist om de door het nieuws overrompelde jongeman twee uur de tijd te geven om zijn spullen te pakken en een tijdelijk onderkomen te regelen, dan hoefden we dit gesprek nu niet te voeren. En als agenten geweld gebruiken, moet dat proportioneel, noodzakelijk en gewettigd zijn. Volgens artikel twee van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens mag de tegen een burger gebruikte dwang niet “tot elke prijs” of “op welke manier ook” tot de uithuiszetting leiden, wat hier wel degelijk is gebeurd. Lamine is om het leven gekomen door “positionele verstikking”, terwijl het zwart op wit in het protocol van de politieschool staat dat geen druk meer mag worden uitgeoefend op een reeds geboeide arrestant. Dat houdt immers een vitaal risico in. Zodra hij was overmeesterd, hadden ze Lamine overeind moeten helpen om een dergelijke verstikkingsdood te vermijden.’

Je kunt je ook vragen stellen bij de onpartijdigheid van het onderzoek, zegt Deswaef. ‘In theorie moeten alle betrokkenen meteen afzonderlijk worden verhoord. Maar de agenten zijn pas een maand na de feiten ondervraagd en hadden ondertussen al een gezamenlijke debriefing gekregen.’

Vader Bangoura heeft zijn geloof in de Belgische rechtsstaat verloren. ‘Waren we geen immigranten, dan was ons een dergelijk lot bespaard.’

Deswaef heeft het zich ook al afgevraagd of zijn eigen zoon op dezelfde manier zou zijn behandeld. ‘Er werden fouten gemaakt. Dit is illegaal politiegeweld, er moet dus een proces komen. Gebeurt dat niet, dan stappen we naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg.’

Sabrina El Bakkali

Soms is de jeugd een kort seizoen. In de lente van 2017 had de twintigjarige Sabrina El Bakkali grootste plannen. In juni zou ze afstuderen als schoonheidsspecialiste, ze had al de perfecte locatie gevonden voor een eigen wellnesscentrum. Haar vier jaar oudere vriend, Ouassim Toubi, werkte bij de MIVB, maar ook hij wilde een eigen zaak. Daarom volgden ze samen de avondopleiding ondernemerschap. Op dinsdag 9 mei hadden ze net hun eerste examen afgelegd. Rond halftien ’s avonds waren ze op Ouassims motor onderweg naar huis.

Eerst wilde de politie ons niet binnenlaten, maar toen zag ik een agente die Sabrina’s sleutelbos in de hand hield.

Over wat er daarna is gebeurd, bestaat nog grote onduidelijkheid. In de buurt van het Brusselse Justitiepaleis ging een politiewagen achter het jonge koppel aan. Weigerden de motorrijders te stoppen, nadat de agenten hen daartoe hadden aangemaand omdat ze vaststelden dat ze geen ‘beschermende kledij’ droegen? En waarom kwamen er nog verschillende andere patrouilles op af, zoals advocaat Joke Callewaert uit het politiedossier kan afleiden: ‘Op de Louizalaan had een achtervolging plaats. Een vierde wagen, van de hondenbrigade, hoorde via de politieradio van de actie en besliste toen post te vatten op het einde van de Baljuwtunnel, even verderop. Het is op dat voertuig dat de motor frontaal is ingereden.’ Ouassim overleed ter plaatse, Sabrina stierf luttele uren later in het ziekenhuis.

Thuis in Sint-Pieters-Leeuw zat haar moeder Naima zich op dat moment zorgen te maken. ‘Al mijn kinderen sms’en me voor ze ergens vertrekken. Zo was het met mijn prinses ook, altijd’, vertelt ze. ‘Om halftwaalf zijn mijn man en ik naar het politiekantoor in Vorst gegaan. “Uw dochter is meerderjarig,” zeiden ze daar, “we zullen morgen wel kijken wat er is.”‘ Naima liet zich niet afschepen en kreeg de agenten zover dat ze een signalement rondstuurden.

Op de terugweg naar huis zag het echtpaar El Bakkali de combi’s voor Ouassims huis staan in Ukkel. ‘Eerst wilde de politie ons niet binnenlaten, maar toen zag ik een agente die Sabrina’s sleutelbos in de hand hield. Het niet-geïdentificeerde slachtoffer ligt in het Sint-Pietersziekenhuis, zeiden ze. Klinisch dood. Hadden ze dan geen identiteitskaart gevonden? Veel later vernamen we dat Sabrina’s portefeuille vijftien meter verder in de struiken was beland.’

Is mijn dochter gestorven wegens een paar schoenen?

Voor moeder Naima hebben de dagen alle glans verloren. Verdriet vult de kamer van het afwezige kind. ‘Alleen omdat ik nog andere kinderen heb, hou ik vol.’

Meer dan drie jaar na de feiten malen de vragen nog steeds door haar hoofd. ‘Hadden ze gestolen, amok gemaakt of andere ernstige feiten gepleegd, dan had ik er wellicht makkelijker vrede mee kunnen nemen. Maar dit. Is mijn kind gestorven wegens een paar niet-reglementaire schoenen? Waren daar vier politieteams voor nodig? Verdient dat een klassering zonder gevolg, zoals het parket vraagt?’

Een reactie wilde die laatste instantie niet geven, aangezien ‘er niet wordt gecommuniceerd over een dossier waarvan het onderzoek nog lopende is’.

‘Er zijn een groot aantal hiaten in het onderzoek’, zegt advocate Callewaert. ‘De door ons gevraagde bijkomende onderzoeksdaden werden alle veertien afgewezen door de onderzoeksrechter. Een twintig pagina’s lange verdediging in beroep leidde tot een weigering met een motivatie van één zin. Nu wachten we op de vaststelling van de zaak voor de raadkamer. Komt er geen proces, dan stappen we, net zoals meester Deswaef voor Lamine Bangoura wil doen, naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.’

Mehdi Bouda

Op 20 augustus 2019 werd de 17-jarige Mehdi Bouda even voor middernacht aangereden door een politiewagen zonder sirene, die tegen 95 kilometer per uur onderweg was naar een inbraak. De jongen bevond zich op het zebrapad. Bij rood licht voor de voetgangers, en op de loop voor een controle, beweert het parket. De familie en vrienden betwijfelen dat.

Mehdi beantwoordt niet aan het stereotiepe beeld van de probleemjongere uit Anderlecht. Hij kwam uit een warm nest, had een studentenjob bij C&A en was gek op paardrijden en tekenen. Mehdi’s klasgenoten hebben het over ‘een sociaal vaardige knuffelbeer met een groot gevoel voor humor.’ Als ze op de televisie beelden van Brusselse jongerenrellen zag, voelde moeder Fatima zich nooit aangesproken. Geen van haar kinderen had een strafblad. Haar oudste dochter was haar studie aan het afronden, Mehdi’s oudere broer Ayoub zat op de universiteit, de twee jongste kinderen op de middelbare school. Fatima zelf had net haar bachelordiploma gezinsbemiddeling behaald en overwoog een master. De familie was van Koekelberg naar Etterbeek verhuisd, en ze waren die zomer naar Griekenland op vakantie geweest.

Mehdi Bouda
Mehdi Bouda© BAS BOGAERTS

‘In mijn gedachten is 20 augustus een maskerade’, zegt Fatima. ‘Wat maakte dat uitgerekend mijn jongen onder die politieauto belandde? Het officiële verhaal rammelt aan alle kanten. Toen ik Mehdi om tien over elf opbelde, klonk hij vrolijk. Hij vertelde dat hij met vrienden zat te chillen bij het Centraal Station. We zouden ’s anderendaags samen ontbijten.’

De volgende ochtend zat Fatima koffie te drinken toen de bel ging. Ze nam aan dat het de thuisverpleging was, die voor haar moeder kwam zorgen. ‘Even later stonden zes onbekenden voor de deur. Getuigen van Jehova of zo, dacht ik. Ik begreep ook niet waarom ze over Mehdi begonnen. Voor zover ik wist, lag hij te slapen. Ze toonden een rugzak met een Mobibkaart en hadden het over een auto-ongeval. Ik kon al die elementen niet rijmen. Alleen mijn oudste zoon Ayoub heeft een rijbewijs.’

Toen het tragische nieuws tot haar doordrong, kwamen de woede en de ontreddering. ‘Het enige wat hen leek te interesseren, was een snel vertrek naar het mortuarium, om het lichaam te identificeren. Maar ik wilde er niet heen niet heen zonder mijn ex-man en de kinderen. Terwijl we op hen wachtten, kreeg ik een glas water en een brochure van slachtofferhulp. Wat moest ik daarmee?’

Ze willen ons het zwijgen opleggen.

Afgelopen oktober besloot de onderzoeksrechter niemand in verdenking te stellen, het parket eist de buitenvervolgingstelling van alle betrokkenen. De verontwaardiging daarover in Anderlecht is groot. In de straten duikt geregeld de slogan #JusticePourMehdi op. De familie heeft nog bijkomende onderzoeksdaden gevraagd.

Gevraagd om een reactie, zei Michel Goovaerts, korpschef van de lokale politie Brussel Hoofdstad Elsene, dat hij ‘geen toegang heeft tot het dossier, hoewel wij daar maandelijks naar vragen. Bovendien ben ik aan geheimhouding gebonden. Maar laat dit duidelijk zijn: de betrokken politiemensen liggen er nog steeds van wakker en willen deze zaak zo snel mogelijk afgehandeld zien.’ Het parket wenste niet verder te reageren.

‘Ik ben een gelovig mens, ik kan de dood accepteren. Als je uur heeft geslagen, dan is dat zo’, zegt moeder Fatima. ‘Wat me schokt, zijn de omstandigheden. Door te beweren dat Mehdi op de loop was voor een drugscontrole, stellen ze mijn lief kind voor als een gebroed dat de maatschappij beter kwijt dan rijk is. Ik ben ervan overtuigd dat het een bewuste strategie is. Niet alleen om alle schuld van zich af te wentelen, maar ook om de nabestaanden met een gevoel van schaamte op te zadelen en hen zo het zwijgen op te leggen. Maar geloof me, dat laat ik me niet aandoen.’

‘DE POLITIE MOET AF VAN HET HIËRARCHISCH DNEKEN’

Als er in ons land geen proces komt, willen de advocaten van de familie van Lamine Bangoura en Sabrina El Bakkali een zaak aanhangig maken bij het Europees Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg.

Hoe in deze kwesties zal worden geoordeeld moet worden afgewacht, maar zeker is dat elke politiedode een negatieve impact heeft op het vertrouwen van jongeren in blauw. Het Brussels Parlement maakt zich daarover dermate zorgen dat Els Rochette (one.brussels-SP.A) in mei een reeks hoorzittingen organiseerde. ‘Waar de politie bovenal van af moet,’ zegt hoogleraar criminologie Sofie De Kimpe (VUB), ‘is het hiërarchische denken, de eis tot gehoorzaamheid van de burger. De maatschappij is geëvolueerd, mensen zijn mondiger dan vroeger en zich meer bewust van hun rechten. De ordediensten horen die evolutie bij te benen. Niet afschrikking maar legitimiteit moet centraal staan. Dat zien we in Schotland en Scandinavië al, niet bij ons. Maar ik heb het gevoel dat we sinds Black Lives Matter op een kantelmoment zitten.’

Het kabinet van minister van Binnenlandse Zaken Annelies Verlinden (CD&V) meent dat de politie ‘inderdaad een perceptieprobleem heeft’. De minister wil daar iets aan doen via een samenwerking met jongerenorganisaties, een grotere burgerparticipatie en een herwaardering van de wijkinspecteurs. Ook wil Verlinden meer diversiteit. ‘Een politiekorps moet een afspiegeling zijn van de maatschappij.’

Wat in de verhalen van de ouders van Lamine, Sabrina en Mehdi opvalt, is hoezeer ze als slachtoffer in de kou bleven staan. Een folder van slachtofferhulp, iets anders hebben de moeders van Mehdi en Sabrina nooit gekregen. Ook de vader van Lamine wacht nog altijd op excuses of een vorm van genoegdoening. ‘Hun gevoel verwondert me niet’, zegt emeritus hoogleraar Ivo Aertsen (KU Leuven), internationaal expert in slachtoffer- bejegening en herstelrecht. ‘Het grootste probleem is dat er geen gesprek op gang komt tussen de familieleden en de vertegenwoordigers van politie en justitie. We weten uit onderzoek nochtans dat slachtoffers zelf geen contact zullen opnemen, daar hebben ze vaak de moed of de vaardigheden niet voor. Het initiatief moet van de overheid komen. En het mag niet bij een enkele keer blijven. Ook maanden en misschien zelfs jaren na de noodlottige feiten is een gesprek nuttig. Dat gebeurt nu niet.’

Het is minstens merkwaardig: al dertig jaar beschikt de overheid over verschillende diensten die zich vanuit de politie, de justitie en het welzijnswerk bekommeren om slachtofferzorg. Zo werd de samenwerking tussen die instanties in 1998 bij wet en (Vlaams) decreet geregeld en er kwam een Nationaal Forum voor Slachtofferbeleid. ‘Dat orgaan heeft een aantal jaren goed gewerkt,’ zegt Aertsen, ‘maar het is nu al meerdere jaren niet meer samengekomen. Hoe dat komt? De sense of urgency is verdwenen.’

Ook op Europees vlak zijn de krijtlijnen duidelijk: in 2012 kwam er een bindende richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van Europa aangaande rechten van en bijstand aan slachtoffers. ‘De vorige regering had weinig aandacht voor de implementatie daarvan. Ondertussen werd België ook al formeel in gebreke gesteld voor een gebrekkige omzetting van de richtlijn.’

Komt dat ook door wat professor De Kimpe omschrijft als het hiërarchische denken van de politie? Aertsen: ‘Ik denk dat je niet mag veralgemenen, het ene korps is het andere niet. Maar het is wel een feit dat een verbetering van de relatie tussen burger en politie en justitie begint bij andere relaties binnen de korpsen zelf. Vaak heerst daar een autoritaire cultuur, met weinig plaats voor dialoog, wederzijds vertrouwen en empathie, wat zich dan vertaalt in fout gedrag jegens de burger. Er wordt nu veel aandacht besteed aan de hervorming van de opleiding. Maar als je vervolgens in een erg hiërarchisch en weinig communicatief team terechtkomt, verdwijnen die nieuwe inzichten en vaardigheden snel. Het is daar dat een structureel, intern hervormingsproces nodig is.’

Partner Content