Rechtse coalitie rond Giorgia Meloni in polepositie om Italiaanse verkiezingen te winnen

Giorgia Meloni, voorzitster van de Fratelli d'Italia op 25 september 2022. © Reuters

In Italië trekken de kiezers aanstaande zondag 25 september naar de stembus om een nieuwe Kamer van Volksvertegenwoordigers en een nieuwe Senaat samen te stellen. De rechtse coalitie met Fratelli d’Italia (FdI) als grootste partij ligt in de peilingen mijlenver op kop om de verkiezingen te winnen. Als haar dat lukt, is FdI-topvrouw Giorgia Meloni meteen topfavoriet om de eerste vrouwelijk premier van Italië te worden.

De Italiaanse parlementsverkiezingen worden een half jaar vroeger dan voorzien gehouden omdat premier Mario Draghi op 21 juli zijn ontslag indiende. Hij leidde een brede coalitie tot hij bij een cruciale stemming het vertrouwen van de Vijfsterrenbeweging verloor. Die populistische partij was bij de vorige verkiezingen in 2018 nog de grootste, maar lijkt die rol nu aan de Fratelli d’Italia (Broeders van Italië) te moeten laten.

Onder leiding van Giorgia Meloni bleef de FdI als een van de weinige partijen weg uit de coalitie van Draghi. Van die strategie lijkt ze nu de vruchten te zullen plukken, want volgens de peilingen zou de FdI ongeveer 25 procent van de stemmen kunnen binnenhalen – vier jaar geleden kwam ze amper boven de 4 procent uit. Meteen na de ontbinding van het Italiaanse parlement vormde de FdI een coalitie met de Lega van Matteo Salvini en het Forza Italia van oud-premier Silvio Berlusconi. Die partijen worden op 12-14 procent, respectievelijk 7-9 procent gepeild, waardoor ze met hun drieën samen een eind boven de 40 procent uitkomen die nodig is voor een meerderheid.

Sinds 10 september mogen in Italië geen peilingen meer worden gepubliceerd, maar het heeft er dus alle schijn van dat de zelfverklaarde “centrumrechtse” coalitie op weg is naar een ruime overwinning. Omdat de drie partijen overeengekomen zijn dat bij een absolute meerderheid de grootste partij de regering mag leiden, heeft Giorgia Meloni de beste kaarten om premier te worden. Met de 45-jarige Romeinse zou Italië voor het eerst een vrouwelijke premier hebben.

Meloni springt om een nog andere reden in het oog. Want zij en haar partij hebben hun wortels in de neofascistische Movimento Sociale Italiano, de opvolger van de partij van Benito Mussolini. De communicatief bijzonder sterke Meloni laat zich evenwel niet betrappen op aangebrande of andere controversiële uitspraken die de FdI in een kwaad daglicht kunnen stellen, ook al kunnen sommige van haar partijleden volgens politicologen in de lijn van de neofascistische traditie worden geplaatst. Officieel staat de FdI als sociaal-conservatief en nationalistisch te boek, en zelf heeft Meloni zich uitgesproken tegen het homohuwelijk en adoptie door holebikoppels.

Salvini

Maar ondanks hun lotsverbinding verschillen de FdI, de Lega en Forza Italia op veel punten van mening. Zo is Salvini nog steeds uitgesproken tegen immigratie, terwijl Meloni het onderwerp helemaal onderaan haar verkiezingsprogramma heeft geplaatst. Ook noemde Salvini de Europese sancties tegen Rusland schadelijker voor Italië dan voor Rusland zelf, maar blijft Meloni de Europese aanpak van Moskou ondubbelzinnig onderschrijven. Berlusconi is dan weer gematigder, maar sleept een controversiële geschiedenis van schandalen met zich mee. Desondanks zijn Meloni en Salvini op de oud-premier aangewezen om na de verkiezingen een regeringscoalitie op de been te brengen.

De linkse partijen lijken er niet in geslaagd om voor een geloofwaardig alternatief te zorgen. De Democratische Partij (PD) heeft enkel een aantal kleinere partijen rond zich kunnen verzamelen. Samen zouden ze goed zijn voor 27 tot 29 procent van de stemmen. PD-leider Enrico Letta, zelf premier tussen 2013 en 2014, waarschuwt voor een autoritair bestuur als Meloni en co. aan de macht komen.
In het centrum heeft zich dan weer een coalitie van twee PD-splinterpartijen gevormd: het Azione (Actie) van voormalig minister Carlo Calenda en het Italia Viva van voormalig premier Matteo Renzi. Zij zouden ongeveer 5 procent kunnen halen. De Vijfsterrenbeweging komt alleen op en presenteert zich met oud-premier Giuseppe Conte als leider opnieuw als een partij die boven het traditionele politieke landschap staat. Echter, volgens de peilingen zou ze de helft van haar aanhang verloren zijn. Van alle andere partijen is het nog maar de vraag of ze de kiesdrempel zullen halen. Meer dan vier op de tien kiezers zou nog onbeslist zijn.

Als rechts effectief de verkiezingen wint en een regering mag vormen, zal het ook uitkijken zijn naar de relatie van Italië met de Europese Unie. In oktober al moet Rome zijn begroting voor 2023 indienen bij de Europese Commissie en wellicht zal de nieuwe regering in eerste instantie de lijn van de regering-Draghi doortrekken, maar volgend jaar wil Meloni de Europese begrotingsregels grondig laten aanpassen. Als het van de Lega en Salvini afhangt, maakt Italië nu al 30 miljard euro vrij om de energiecrisis aan te pakken, ook al moet de derde economie van de eurozone zich daarvoor nog dieper in de schulden steken.

Maar de grote lakmoesproef wordt de besteding van de 192 miljard euro die de EU Italië toeschuift voor hervormingen en investeringen in de nasleep van de coronacrisis. Als oud-voorzitter van de Europese Centrale Bank genoot premier Draghi het vertrouwen dat hij in Italië hervormingen lanceert die soms al decennia op zich laten wachten. Fratelli d’Italia wil de afspraken die met Brussel zijn gemaakt echter aanpassen om de energieshock op te vangen, terwijl de Commissie binnen het kader wil blijven dat met Rome overeengekomen is.

Nog dit jaar moet Italië 55 doelstellingen van zijn hervormingsprogramma halen vooraleer een volgende schijf van 19 miljard euro kan worden vrijgegeven. Mocht het tot een conflict met de EU komen en de geloofwaardigheid van Italië om te hervormen worden ondermijnd, dreigen de gevolgen bijzonder groot te zijn. In de eerste plaats heeft Italië het Europese geld nodig om zijn economie te ondersteunen, maar het kan zich ook niet veroorloven het vertrouwen van zijn Europese partners en van de financiële markten te verliezen. Meloni lijkt zich daarvan bewust en probeerde tijdens de voorbije campagne te allen prijze de indruk te vermijden dat Italië een gevaar kan zijn voor de Europese stabiliteit.

Aanstaande zondag moeten de Italianen alles samen 400 Kamerleden en 200 Senatoren verkiezen. Dat zijn er een pak minder dan vier jaar geleden, omdat na een referendum in 2020 gesnoeid werd in het aantal verkozenen. Ongeveer een derde van de zetels wordt via een meerderheidskiesstelsel verkozen, twee derde via evenredige vertegenwoordiging. Partijen die alleen opkomen, moeten in het tweede systeem rekening houden met een kiesdrempel van 3 procent, terwijl voor coalities de drempel op 10 procent is gelegd. Het verklaart meteen waarom er zoveel belang gehecht wordt aan het sluiten van allianties, die in het meerderheidsstelsel sowieso al in het voordeel zijn.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content