Procureur Ine Van Wymersch: ‘De dood went niet, ze krijgt wel een plek’

'In wat ik doe, wil ik van betekenis zijn. Dat is in alles mijn drijfveer.' © Carmen De Vos
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Soms moet procureur Ine Van Wymersch zichzelf uitlaten. Wandelen om de boosheid of frustratie te temperen. En het geweld in haar job een plaats te geven. ‘De grens tussen goed en slecht in de mens is heel flou.’

Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Het was een opluchting om ermee op te houden. In Brussel glijdt de werkweek langzaam over in het weekend en in Le pain quotidien, op een boogscheut van het Justitiepaleis, vertelt procureur Ine Van Wymersch dat ze rust vond sinds ze niet langer resoluut privé en werk van elkaar scheidt. ‘Het bezorgde me meer stress om dat wel te doen dan om te aanvaarden dat het toch door elkaar loopt.’ Ze wijst naar de telefoon die ze bij aankomst op tafel legde en die daar tijdens ons gesprek zal blijven liggen. Niet omdat ze een dringende oproep verwacht, wel omdat ze wil weten of haar kinderen van school thuis raken en of ze moet inspringen.

‘Mijn telefoon ligt altijd naast mijn bed. Sommige mensen vinden dat niet gezond. Dat, als je niet van wacht bent, je hem beter uit de slaapkamer houdt. Maar ik word daar net onrustig van. Met een telefoon naast mijn bed weet ik dat ik het zeker zal horen als er iets is en kan ik rustig slapen. Ik zal dat nooit opleggen aan anderen. Het omgekeerde daarentegen, de verplichte scheiding van werk en privé…’ Lachend rolt ze met de ogen. ‘Dat wordt ons wel wat opgedrongen.’

In een vergadering met enkel mannelijke procureurs ben ik de enige die lijkt na te denken over wat we die avond zullen eten.

Ontspannen is voor u niet noodzakelijk niet werken?

Ine Van Wymersch: Nee, ik ga lopen om op adem te komen, om zaken waarin ik me opjaag weer helder te zien. Mezelf uitlaten, noem ik dat, om een cesuur te maken. Je kunt een boosheid of frustratie er echt uit wandelen. Ik voer dan gesprekken in mijn hoofd en als de scherpste rand eraf is, stap ik weer rustig en diplomatisch mijn bureau binnen.

Houdt lichamelijke activiteit u als mens in balans?

Van Wymersch: Het is een huizenhoog cliché, maar met ouder te worden weet je beter waar je grenzen liggen en ken je ook de zwakke plekken van je lichaam. Wat ik geestelijk ervaar, vertaalt zich in mijn lichaam. Als ik vroeger maagpijn kreeg of stramme schouders, dan durfde ik dat makkelijker te negeren. Nu weet ik dat er dan meestal iets op mijn maag of schouders ligt. Als ik veel heb moeten incasseren of op mijn tanden bijten, dan voel ik de pijn in mijn kaken.

Kunt u makkelijk loslaten?

Van Wymersch: Het is niet mijn sterkste kant, maar ik doe het wel. Ik ben ook niet bezwaard, ik ben wel geëngageerd.

Dat lijkt me een dunne lijn.

Van Wymersch: Ik draai mezelf soms onnozel, ja. Maar wat ik wel beter en beter kan, is kijken naar het stukje waarop ik impact heb en dat zo goed mogelijk doen. Ik kan de asiel- en migratiecrisis bijvoorbeeld niet oplossen, ook al lig ik wakker van de boodschap die wij als samenleving geven aan jongeren in de illegaliteit. Voor hen is dit al een pasjesmaatschappij. Ze horen er gewoon niet bij. De uren dat ik zulke jongeren onder mijn hoede heb omdat ze opgepakt zijn bij een winkeldiefstal – wat ik niet goed praat – vraag ik wel aan mijn mensen en aan de politie om hen respectvol te behandelen, om hen als mens te zien. Het is coping, een manier om het leefbaar te houden.

Hebt u dat zelf moeten leren of hebt u daarvoor begeleiding gezocht?

Van Wymersch: Een beetje van beide. Na een tijdje zijn er mensen die je waarschuwen voor een burn-out. Dan praat je daarover en hoor je van anderen die al wat langer op de barricaden staan hoe zij zich focussen op het concrete dat ze wél kunnen veranderen.

Na de aanslagen op de metro en de luchthaven in 2016 voelde ik hoe moeilijk ik het had om terug te keren naar het gewone leven. In het licht van de heftigheid van die aanslagen leek alles zo futiel. Ik sprak af met vriendinnen en de gesprekken gleden van me af. Uit zelfzorg heb ik toen aan de psychologe van het stressteam van de politie tips gevraagd. Ik was aan het disconnecteren van mijn leven. Je ziet dat soms bij politiemensen: ze vergroeien met die ene grote zaak die hen getekend heeft. Dat wilde ik niet. Ik wilde weer onbezorgd kunnen kamperen met mijn gezin. Dat is die zomer ook gelukt. Op die momenten gaat het niet altijd om grote wijsheden. Het is ook niet dat mijn huis vol motiverende spreuken hangt. Maar het gaat wel over de vraag: waar haal ik energie uit?

Waar haalt u energie uit? Uit kamperen met het gezin?

Van Wymersch: Dat zeker, en uit discussiëren met mijn vriendinnen. Ik ben ook redelijk bourgondisch ingesteld en kan er deugd van hebben na een vergadering goed te eten en te drinken. Dat maakt het in coronatijden wel lastig. Ik mis de recepties waar je zaadjes kunt planten van projecten die je wit realiseren, ik mis het ongedwongen samenkomen. Een mens heeft een formele kant, maar we zijn toch zo veel meer dan degene die we in een Teams-vergadering zijn? Ik ben ervan overtuigd dat wij onze job van thuis uit kunnen doen, volledig digitaal, maar dat gaat voorbij aan de fun factor.

Ik heb me laten vertellen dat er een spreuk van Emile Zola in uw beleidsplan staat: ‘La passion est encore ce qui aide le mieux à vivre.’

Van Wymersch: Als je gepassioneerd bent, kun je alle ‘ja maars’ overboord gooien. Sommige mensen doen dat af als naïef, maar als je stopt met dromen, wat rest er dan? Het zorgt er ook voor dat werk niet als werk aanvoelt. Pas op, soms wel, hè. Ik ben niet de hele dag gepassioneerd. Voor mij is het essentieel om van betekenis te zijn. Als procureur ga ik soms ter plaatse omdat ik denk dat ik iets kan bijdragen, niet omdat dat moet of noodzakelijk nuttig is. Ik verplaats me dan in een nabestaande of een slachtoffer, en dan kan ik me voorstellen dat je je erkend voelt als je rechtstreeks informatie van de procureur krijgt. Niet alles wat niet nuttig is, is zinloos.

‘Ping’. Met een half oog checkt Van Wymersch haar gsm. ‘Kids heb ik opgehaald’, staat er.’Geweldig’, antwoordt ze.

U hebt ooit gezegd dat u jaloers bent op iemand als Geert Noels omdat hij een fietsgroep heeft met andere leidinggevenden. ‘Als vrouw mis ik dat,’ zei u, ‘samenkomen met andere vrouwen in topfuncties.’ Nog altijd?

Van Wymersch: We fietsen misschien niet samen, maar over sectoren heen, ook over politieke partijen heen vinden we elkaar wel. En dan merk je dat we eenzelfde manier hebben om over zaken te praten, te argumenteren of frustraties te delen. Ik vind het moeilijk om dat precies te benoemen.

Dat wilde ik net vragen. Waar zit dat verschil?

Van Wymersch: Ik ben er niet uit. Ik heb me nooit belemmerd gevoeld in de eerder mannelijke omgeving waarin ik vertoef. Maar het blijft natuurlijk een vaststelling dat in een vergadering met enkel mannelijke procureurs ik de enige ben die lijkt na te denken over wat we die avond zullen eten, of er vers fruit in huis is of brood. Als zij daarmee bezig zijn, dan delen ze het in ieder geval niet en zelf etaleer ik het natuurlijk ook niet. Want om eerlijk te zijn: ik regel dat allemaal graag. Dat gaat over mijn plek in het gezin en dat maakt me tot wie ik ben. Dat is misschien wel een verschil tussen man en vrouw, dat ik bij mijn ouders ook heb opgemerkt. Mijn vader was korpschef, hij bracht ons ’s morgens naar school en mijn moeder werkte als duurzaamheidsmanager voor Tetra Pack. Ze was voor haar werk geregeld in het buitenland. Toch was ze nooit afwezig, ze hield contact. Maar als mijn vader naar een congres was, dan was hij echt weg. Mijn mama heeft altijd tegen mij gezegd: ga ervoor. Dat is wat vrouwen voor elkaar kunnen betekenen: niet veroordelend en wel ondersteunend zijn.

Hebt u als procureur met vier kinderen moeten opboksen tegen vooroordelen over carrière en moederschap?

Van Wymersch: Niet echt, ook omdat ik het niet toelaat. Maar onder vriendinnen was het een paar jaar geleden bon ton om hard te werken, waarna het verschoof naar vier vijfde en halftijds en op de duur leek het not done om carrière te maken want kon je dan wel een goede moeder zijn? Toen ik zwanger was van onze jongste kinderen, een tweeling, las ik in veel ogen: ‘Mijn God, hoe gaat ze dat doen?’ Ik heb dat genegeerd. Ze waren zo precair, al vanaf twaalf, dertien weken, dat je gewoon voor die kinderen vecht en geen enkele twijfel toelaat. Ze zijn geboren op dertig weken en vijf dagen, ook dat was heftig. Ik ben tien maanden thuis geweest, maar ik heb altijd geweten dat ik terug zou keren naar de magistratuur. Daar waren mijn man en ik het over eens. We hebben allebei onze jobs nodig om de beste versie van onszelf te zijn.

Wat ik beter en beter kan, is kijken naar het stukje waarop ik impact heb, en dat zo goed mogelijk doen.

‘Ping’. ‘Mijn dochter’, zegt Van Wymersch met een geamuseerde frons boven haar ogen. ‘Om hoe laat moet ik thuis zijn?’ Ze grinnikt en typt: ‘Voor het donker.’

Hoe moeilijk is het om afstand te bewaren tussen de soms gruwelijke dossiers die u behandelt en de realiteit thuis?

Van Wymersch: Ik moet vaak in mijn wang knijpen en zeggen: ‘Ik heb maar met een minuscuul segment van de samenleving te maken.’ Onlangs vertelden mijn kinderen dat ze met hun vrienden communiceren via het online platform Discord. Bij mij gingen alle alarmbellen af, want ik had al een dossier behandeld waarin pornografisch materiaal verspreid werd via Discord. Dan is het de kunst om kalm te blijven, wat niet altijd lukt. Ooit heb ik gezegd: ‘Als je gamet met iemand die je niet kent, dan hou je je kleren aan!’ Ze trokken grote ogen – ‘ons moeder begint weer’ – en achteraf hoorde ik ze tegen elkaar zeggen: ‘Ze zal wel weer een dossier hebben gehad met iemand die zijn kleren uittrok.’ Ik wil hen niet met mijn perspectief opzadelen. Wat wij zien, is niet de norm. Maar het is niet vanzelfsprekend om de balans te vinden tussen overdreven ongerust en naïef zijn.

Ik kan me voorstellen dat er zaken zijn die u ook tekenen, die u voor altijd meedraagt?

Van Wymersch: Het heeft meestal met herkenbaarheid en onmacht te maken. Er is een bepaalde plek op de Ring waar ik niet voorbij kan rijden zonder aan het meisje te denken dat daar verongelukte. Ze was even oud als mijn dochter toen. Of bij de verdwijning en het overlijden van Frederik Vanclooster (de jongeman werd vermist en later dood aangetroffen na een feestje in Vilvoorde op 1 januari 2020, nvdr). Je ziet die jongeren daar staan, rouwend om hun dode vriend, en je kunt je perfect voorstellen hoe zo’n stom ongeluk kan gebeuren. Als Nieuwjaar eraan komt, flitst dat altijd even door mijn hoofd. Of die vader die amper een jaar geleden met zijn dochter van de brug van Vilvoorde sprong. Dan rijd ik over dat viaduct en vraag ik me af hoe diep een mens moet zitten om dat als enige uitweg te zien. Soms overvalt me dan het gevoel dat we gefaald hebben.

Bedoelt u: wij, als samenleving? U hamert er vaak op dat we het belang van mentaal welzijn nog altijd te makkelijk onder de mat vegen.

Van Wymersch: Het frustreert me dat de besmettingscijfers en de opnamecijfers op intensieve zorg alleen het debat lijken te bepalen. Met alle respect voor de beleidsmakers, maar wij zien de dossiers binnenkomen. Van ouders die de pedalen verliezen, gezinnen waar er naar middelenmisbruik wordt gegrepen, jongeren die zelfmoordpogingen ondernemen. Volgens mij meet je de kwaliteit van een samenleving ook af aan de wachtlijsten. We hebben er alles aan gedaan om de druk op het klassieke zorgsysteem te verlichten, maar wat met het mentale zorgsysteem? Dat is al lang gebarsten. We hebben alleen niet de cijfers die één op één aantonen dat die angststoornis of die eetstoornis of dat overlijden een gevolg is van de wachtlijsten. Er is veel schade die onder de radar blijft en niet in statistieken vertaald wordt. En als je geen cijfers hebt, dan besta je blijkbaar niet. Daarom blijf ik nog wel een tijdje op die spijker kloppen. We moeten stoppen met onszelf wijs te maken dat we om mentaal welzijn heen kunnen.

‘De mens, ge kunt gij daar niet aan uit’, schreef Gerard Walschap. Wat leert uw werk u over de mens?

Van Wymersch: Dat de grens tussen goed en slecht heel flou is. Wat zorgt ervoor dat een mens op het verkeerde pad belandt? Dat zit soms in een banaal detail. En het betekent ook dat het omgekeerde waar is: ook de goede weg kiezen schuilt soms in een banaal detail. Dankzij die overtuiging word ik niet wanhopig. Die herstelgerichte gedachte moeten we ook versterken. Hoe zorgen we ervoor dat iemand beter wordt van een straf? Als je wilt dat een samenleving veiliger wordt, dan is daderhulp essentieel. Zinvolle detentie is de toekomst. Dat, en zorg voor de slachtoffers. Als een dossier geseponeerd wordt, leg ik in bepaalde gevallen het waarom daarvan persoonlijk uit aan slachtoffers. Mensen bedanken je daar niet voor, ze blijven vaak boos en teleurgesteld en ze hebben alle recht om dat te zijn. Vroeger verwachtte ik soms appreciatie van slachtoffers. Die fout maak ik niet meer.

U staat vaak oog in oog met de dood. Went dat ooit?

Van Wymersch: De dood went niet, ze krijgt wel een plek. Al blijf ik geraakt door het brute geweld dat soms gebruikt wordt. Of het intrieste van een ongeval. Zoals onlangs, die man in Halle die een kind uit een vijver wilde redden en daarbij stierf. Daar wen je niet aan, en dat wil ik ook niet. De dag waarop ik daar immuun voor word, moet ik me zorgen maken. Wat niet betekent dat je door de confrontatie met de dood plots anders in het leven staat. Ik kan mijn kinderen weleens extra knuffelen als ik thuiskom, waarop zij dan reageren met: ‘Moeilijke dag gehad?’ Maar als ik daarna over een rondslingerend skateboard struikel, zal ik me daar evenveel over opwinden als anders. Net doordat ik de dood niet uit de weg ga, kan ik het drama ervan makkelijker loslaten. Het komt altijd op hetzelfde neer: als ik het gevoel heb dat ik mijn verantwoordelijkheid ten volle heb opgenomen, dan is het goed. Dan kan ik verder.

Ine Van Wymersch

– Woont in Overijse met man en vier kinderen

– Studeerde rechten aan de KU Leuven

– Werkte bij het parket van Brussel als jeugdmagistraat en woordvoerder

– Schreef in 2020 Als je wieg op drijfzand staat en werkte daarvoor ook samen aan de podcast Drie dagen

– Is sinds maart 2019 procureur des Konings van Halle-Vilvoorde

Partner Content