Barbara Creemers

‘Preventie dankzij voeding: enkele tips om tegen 2030 een stap verder staan met gezonde voeding in ons land’

Barbara Creemers Kamerlid voor Groen

‘Een ambitieus voedingsplan is een slimme zet die de huidige en toekomstige ministers van Volksgezondheid kosten en zorgen zou besparen’, schrijft Kamerlid Barbara Creemers (Groen) naar aanleiding van de beleidsnota van minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke (Vooruit).

Als het op gezondheid aankomt, verdient iedere euro die je in preventie steekt zich dubbel en dik terug. Voor de maatschappij betekent dat minder kosten voor de ziekteverzekering, voor mensen betekent dat ook minder persoonlijk leed en ziekte. Dat voeding een cruciale preventie factor is, zagen we nog maar tijdens de pandemie. Mensen met overgewicht en obesitas bleken extra vatbaar voor COVID. Je zou dus verwachten dat voeding ook een centrale plaats inneemt in de beleidsnota die van minister voor Volksgezondheid Frank Vandenbroucke vorige week in het parlement voorstelde. Ook het Federaal Voedingsplan, het plan dat van nu tot 2030 de krijtlijnen rond voeding moet uitzetten en ervoor moet zorgen dat we allemaal gezonder gaan eten, lijkt voorlopig weinig ambitieus.

In zijn antwoorden op parlementaire vragen over dat plan suste de minister door te zeggen dat het ‘maar’ om een actualisering van het vorige voedingsplan gaat. Een plan met nutritionele doelstellingen die hetzelfde zijn als in 2006. Dat is het jaar dat mijn zoon geboren werd. Hij is ondertussen 16 jaar, en in die tijd hebben we heel wat evoluties in de voedingsadviezen gezien. Toen hij geboren werd, hoorde je nauwelijks over de waarde van plantaardig eten voor onze gezondheid en die van de planeet. Tegenwoordig wijzen de voedingsadviezen van Gezond Leven aan Vlaamse kant en van het Voedingscentrum in Nederland naar een groter aandeel plantaardige voeding in ons voedingspatroon. En zetten zij vraagtekens bij het idee dat vlees, melk en boter noodzakelijk zijn om gezond op te groeien en oud te worden.

Want we weten intussen dat we best wat minder dan een halve liter melk per dag drinken, en dat we best wel wat meer dan één keer per week peulvruchten op het menu zouden zetten. Dat is in het belang van ons lichaam en de planeet waarop we leven. Onlangs at de redactie van Knack Weekend als experiment een maand lang geen ultra bewerkte voeding en dat had duidelijk een positieve impact op hun gezondheid. Het leerde ons dat we best ook onze pijlen richten op ultra bewerkt voedsel.

(Lees verder onder het artikel.)

Waarom stellen we die nutritionele doelstellingen dan niet bij? Eén mogelijke verklaring daarvoor, is dat je er de giganten van de voedingsindustrie voor moet passeren. En met de vaststelling dat Mik, Mak en Mon van de Melkbrigade tegenwoordig sojadranken ook wel oké zouden vinden, zal de Boerenbond wellicht niet zo tevreden zijn. Gelukkig is onze minister bevoegd voor volksgezondheid en kunnen we ervan uitgaan dat hij onze gezondheid zal laten primeren op de economische belangen van de lobby.

Zijn plan zou momenteel in een laatste fase zitten. Nog net op tijd dus om drie kernpunten naar voren te schuiven die er nog absoluut in opgenomen moeten worden, willen we tegen 2030 een stap verder staan met gezonde voeding in ons land.

Allereerst: focus op kinderen. Als we de generatie van de toekomst willen wapenen met een goede gezondheid en gezonde eetgewoontes, beginnen we best bij de allerkleinsten. De kwaliteitsnormen van voeding voor kinderen moeten omhoog. Er mag in voeding voor baby’s, peuters en kinderen geen rotzooi zitten. Zero tolerance voor residu’s van pesticiden of andere schadelijke chemicaliën in voeding voor de allerkleinsten. Recent onderzoek toonde aan dat in bloed en urine van 7-jarigen in Dessel, Mol en Retie meer residu’s zitten dan in dat van andere Europese kinderen. Voor pyrethroïden (een familie insecticiden) overschrijdt 51 procent van de stalen de waarschuwingsnorm. Alle alarmbellen zouden bij zo’n nieuws moeten afgaan: residu’s van pesticiden horen niet thuis in onze voeding.

Daarom maakt Vandenbroucke best de link met een ambitieuzer reductieplan pesticiden, waarvoor hij samen met minister Clarinval en Khattabi bevoegd is. Er moet aandacht en geld gaan naar keukens in kinderdagverblijven en scholen. Zodat kinderen de smaak van echte groenten en fruit leren kennen en appreciëren. Geen maaltijden uit industriële grootkeukens dus, maar ruimte en tijd om ook zelf met de kleintjes aan de slag te gaan. Ook voor opgroeiende kinderen moet de gezondste optie de meest logische zijn. Fastfoodvrije zones rond scholen kunnen daaraan bijdragen.

Ten tweede, focus op wat gezond is, voor mens en omgeving. De gezondste optie moet de goedkoopste zijn. Daarom ben ik blij dat minister Vandenbroucke ons voorstel om de BTW op groenten en fruit te schrappen, wil uitvoeren. En dat hij er meteen een tax shift aan koppelt, zodat dit betaald zal wordt met hogere BTW of accijnzen op tabak en alcohol. Maar het vizier moet veel meer op ultra bewerkt voedsel moeten komen te liggen.

Ook in reclame vinden we nog laaghangend fruit. Waarom stellen we ons geen vragen bij de manier waarop deze ongezonde keuzes overal gepromoot, en vaak ook gratis uitgedeeld worden? Focus op wat gezond is, ook door komaf te maken met de mythe dat minder vlees eten per definitie tot tekorten in het lichaam zou leiden. Heel wat vegetariërs en veganisten eten heel gebalanceerd, met voedingspatronen waarbij ze veel minder tekorten opbouwen dan omnivoren die vaak fastfood eten.

Keer op keer blijkt ook dat gezonde voedingskeuzes perfect te rijmen zijn met een gezonder voedingssysteem, waarin de boer waar voor zijn geld krijgt, zowel in binnen- als buitenland. De Beyond-Food strategieën zijn een goed voorbeeld. Die hebben als doelstelling tegen 2025 enkel nog Fair Trade chocolade in de rekken te krijgen, en tegen 2030 enkel nog chocolade die niet bijdraagt aan de ontbossing. Het zou van een brede en progressieve visie om zulke strategieën te linken aan een federaal voedingsplan. Want wil je goede voeding, dan geef je de boer geld voor zijn waar, zowel in binnen- als buitenland.

En ten slotte, integreer gezonde voeding als medicijn in onze geneeskunde. De link tussen voeding en (welvaarts)ziekten wordt heel vaak gemaakt in wetenschappelijke studies. Toch krijgen (huis)artsen in hun opleiding nauwelijks les over hoe voeding mensen ziek en weer gezond kan maken. Het is hoog tijd om de wetenschappelijke consensus over voeding als medicijn op te nemen in het verplichte programma van de artsenopleiding. De oorzaak van welvaartsziektes als diabetes en hart- en vaatziekten is niet alleen een teveel aan ongezonde voedingsstoffen als suiker, maar ook malnutritie: een gebrek aan gezonde voedingsstoffen.

(Lees verder onder het artikel.)

Voedzaam eten draagt bij aan een gezond leven, maar ook aan genezing van wie ziek is. Zoals in Finland, moeten we meer focussen op keukens in ziekenhuizen en kinderdagverblijven. Met extra budget en extra aandacht voor de samenstelling van de voeding die uit die keukens komt, kunnen we veel gevallen van malnutritie aanpakken.

Een reumatoloog vertelde me ooit dat hij acht minuten per patiënt heeft voor onderzoek en behandeling. Dat wil zeggen: vragen hoe het met de patiënt gaat, onderzoek van de gewrichten en spieren, medicatie voorschrijven of bijstellen en uitleggen hoe die medicatie werkt. Daarna is de tijd op. Geen tijd om te vragen naar leef- en eetgewoontes van de patiënt, laat staan tips te geven om dat te veranderen. Hij besloot het roer om te gooien en een diëtiste in dienst te nemen die een kwartier per patiënt de tijd kan nemen om specifiek op eetgewoontes in te gaan. Wat bleek? Steeds meer patiënten kwamen na verloop van tijd enkel nog op consultatie bij de diëtiste en hadden minder nood aan medicatie. Waarom doen we geen onderzoek of zetten we proefprojecten op naar de link tussen voeding en welvaartsziektes, maar blijven we inzetten op medicatie?

Kortom, minister Vandenbroucke kan niet anders dan met een ambitieus voedingsplan komen, waarin hij voluit inzet op preventie dankzij voeding. Die slimme zet zou die de huidige en toekomstige ministers van Volksgezondheid kosten en zorgen zou besparen, en ons allen een gezonder, duurzamer en langer leven oplevert.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content