Politoloog Fouad Gandoul: ‘Mijn radicalisering was puur filosofisch’

Fouad Gandoul: 'De barenswee waar ik uit voortkom, is armoede.' © CARMEN DE VOS

Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Al van jongs af is Fouad Gandoul meer van de geest dan van het lichaam. Kennis is voor hem de weg naar een beter leven, op de loopband stapt hij zelden. ‘Maar un esprit illuminé komt met een prijskaartje en de prijs die je betaalt, is teleurstelling’, zegt de fiscaal expert en politoloog.

Elke week vraagt Knack aan ondernemende mensen hoe ze lijf en psyche in balans houden.

Aan het einde van ons gesprek vertelt Fouad Gandoul dat geluk volgens hem niet zonder pijn kan. ‘Je kunt onmogelijk geluk kennen zonder ooit pijn te hebben gekend’, zegt hij. ‘Zoals een kind wordt geboren uit barensweeën, zo komt geluk voort uit afzien.’ Wat zijn pijn dan is, kan hij meteen benoemen: ‘De barenswee waar ik uit voortkom, is armoede. Een eeninkomensgezin met vier kinderen in een krappe behuizing, dat is de precaire situatie waarin ik op de wereld ben gekomen.’

Door studie zette Gandoul de pijn om in vuur. Vandaag is hij regioverantwoordelijke en fiscaal expert bij ACV-Limburg, rechter in sociale zaken en politoloog. Hij schrijft columns voor De Tijd en is een graag geziene gast in De Afspraak, waar hij helder en breedvoerig zijn visie op de nationale en internationale politiek uit de doeken doet.

Ook vandaag waaieren de gedachten van de Limburgse arbeiderszoon soms ver uit. Niet voor niets roemen zijn vrienden hem als ‘de belichaming van spiritualiteit, intellect en loyaliteit’.

‘Ik wil mijn leven wijden aan engagement, aan studie, aan lectuur, aan mijn zoektocht’, hebt u ooit in Knack gezegd. Waarnaar bent u op zoek?

Fouad Gandoul: (denkt na) Naar een begrip van de wereld zoals die is, niet zoals die zou moeten zijn. Die zoektocht is geënt op de gevleugelde woorden van Vergilius: ‘Gelukkig is diegene die het onderliggende verband der dingen kan zien.’ Waarom gebeurt er wat er gebeurt? Dat wil ik proberen te doorgronden en aan andere mensen vertellen. Wat dat betreft leven we in ongelooflijk interessante tijden waarin de disruptieve golven elkaar maar blijven opvolgen, op geopolitiek, economisch, ecologisch, cultureel of gezondheidsvlak. Voor mij is het een absoluut plezier om uit te zoeken waarom die werkelijkheid is zoals ze is.

Toen ik naar de unief trok, woog ik 67 kilo en toen ik afstudeerde 92. Die roofbouw op mijn lichaam sleep ik nog altijd mee.

Op welke hindernissen bent u tijdens dat proces van verdieping al gestuit?

Gandoul:De grootste hindernis vind ik de populaire consensus. Poetin is slecht en al de rest is goed, dat is nu de populaire opinie. Terwijl het mij gaat om het bredere plaatje: wat zijn de beweegredenen van beide partijen? Hoe is de huidige dynamiek veroorzaakt? Die vragen vind ik pas echt interessant. Maar door de jaren heen heb ik gemerkt dat la populace, de bevolking, de populaire consensus nauw volgt en als een morele standaard koestert. Er zijn afwijkende meningen mogelijk, maar je wordt nogal snel veroordeeld of toch minstens niet au sérieux genomen. En toch, als je de werkelijkheid wilt begrijpen, kun je niet anders dan uitzoomen en het grotere plaatje bekijken, dan moet je loskomen van de populaire consensus.

U hecht veel belang aan kennis. Maar betekent meer kennis niet automatisch ook meer pijn? Zoals in The Matrix, na het doorslikken van de rode pil?

Gandoul: Un esprit illuminé komt inderdaad met een prijskaartje en de prijs die je betaalt, is teleurstelling. Je ziet wat het potentieel is, hoe de wereld zou kunnen zijn, en wat de werkelijkheid maar is. Dat doet soms pijn. Omdat het allemaal zo abominabel traag gaat.

Hoe countert u die teleurstelling?

Gandoul:Ik vind troost in mijn gezin en in mijn vriendenkring, waar ik alles en ook mezelf goed kan relativeren. Uiteindelijk ben ik ook maar een schakel in het grotere geheel, met een zeer beperkte impact. Maar ik wil wel blijven uitleggen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Ik ben niet deterministisch of fatalistisch, ik geloof juist sterk in de mogelijkheid tot verandering. Jean Jaurès zei ooit: ‘ Il ne peut y avoir la révolution que là où il y a conscience.’ Er zal niets veranderen tot er bewustzijn is. Dat geloof ik ook.

Wanneer hebt u die verandering voor het eerst bij uzelf waargenomen?

Gandoul: Toen ik naar de unief ging. Ik ben geboren en getogen in Genk en dat is geen stad waar je intellectueel uitgedaagd wordt. Het is een arbeidersstad waar de meeste mensen van dag tot dag leven. Ze houden het leven er het liefst zo licht mogelijk: FC De Kampioenen, carnaval, je kent het wel. Een echte intellectuele uitdaging die mijn oogkleppen wegblies, heb ik pas aan de universiteit gevonden. Daar vond mijn awakening plaats. Ik besefte dat de wereld veel complexer is dan ik dacht, dat er veel meer nuances waren en dat het enorm boeiend is om die nuances op te zoeken.

Anders dan uw vader, die bij Ford Genk en in de mijn heeft gewerkt, werkt u niet met uw handen maar met uw hoofd. Dat wordt als winst beschouwd. Is het dat ook?

Gandoul: Dat is zeker een winst, een vooruitgang zelfs. Mijn ouders waren wel wat atypisch, want ze waren allebei geschoold toen ze van Marokko naar België verhuisden. Ze kwamen ook van de stad, Casablanca, en niet van het platteland. Thuis hadden we een echte cultuur van lezen en schrijven. Toen ik klein was, kocht mijn vader een bord waarop mijn broer, mijn twee zussen en ik elke zaterdag- en zondagochtend de letters van het Arabische alfabet moesten overschrijven en alle mogelijke uitspraken moesten memoriseren. Mijn vader stuurde ons ook naar de moskee, vooral om voeling te krijgen met de Marokkaanse gemeenschap. Dat was niet vanzelfsprekend, want in Genk is het gros van de Marokkaanse gemeenschap van Berberse origine. Wij spraken thuis Nederlands en Arabisch, geen Berbers. En omdat we studeerden, werden we nogal snel als nerds beschouwd. Dat was toch een flinke culturele clash, in mijn eigen zogenaamde ecosysteem dan nog.

Dat u met uw hoofd en niet met uw handen werkt, noemt u winst. Kijken we als samenleving niet te veel neer op handenarbeid?

Gandoul: Zo bedoelde ik het niet. Ik kijk niet neer op wie met zijn handen werkt. Integendeel, technisch geschoolde mensen kunnen vanzelfsprekend evenzeer de samenleving doorgronden. (zwijgt even) In een arbeiderscultuur is er doorgaans – ik weet ook wel dat er uitzonderingen zijn – weinig ruimte voor intellectuele ontplooiing. Daar draait elke dag om overleven. Om werken om te kunnen eten, niet om het bredere plaatje te zien. Vaak in ongezonde omstandigheden bovendien, zeker in de jaren zestig en zeventig. Ik kijk er niet op neer, ik zie alleen de beperking: dat je niet in staat bent en niet geprikkeld wordt om na te denken over de maatschappij zoals ze effectief is. Er worden soms wel wenslijsten opgesteld, over hogere lonen of betere pensioenen, bijvoorbeeld, maar er wordt niet onderzocht waarom de lonen of pensioenen te laag zijn. Pas toen ik aan de unief ging lezen, lezen, lezen is me veel duidelijk geworden.

En nu wilt u de geesten van andere mensen verlichten, zoals uw geest aan de universiteit werd verlicht?

Gandoul: Ja. Maar niet op een belerende, elitaire manier, want dat werkt niet. Vanuit het middenveld wil ik meehelpen om via dialoog en concrete acties tot die verlichting te komen. Mijn grote angst en frustratie is dat het actieve sociale engagement aan het wegebben is. Van een samenleving waarin mensen omkeken naar elkaar, waarin iedereen geborgen was, waar we bij wijze van spreken ’s avonds aan onze buur gingen vragen of die nog wel genoeg melk in huis had, zijn we geëvolueerd naar een veel meer geïndividualiseerde samenleving die is geënt op een filosofie van what’s in it for me? Iedereen vraagt zich de hele tijd af wat zijn acties voor hemzelf betekenen, en niet langer voor de ander.

Het liefst ga ik wandelen met een lezing in mijn oortjes. Mijn verstand staat nooit stil.

U hebt drie kinderen. Is sociaal engagement de grootste les die u hen wilt bijbrengen?

Gandoul: Heel zeker. Daar schieten we gigantisch tekort. Maar het is niet gemakkelijk. Ze behoren tot de Instagramgeneratie, vooral mijn dochter, en dat is een ramp. (lacht) Sociale media hebben iets voyeuristisch en narcistisch, maar ze fascineren me ook wel. Waarom moet de wereld per se weten hoe jouw nacho’s eruitzien? Het zegt iets over de psyche van de homo economicus, of in dit geval van de homo consumericus, die vooral gericht is op consumeren. En dan niet langer alleen in materiële zin, maar ook in immateriële.

Aan parfum of horloges geeft u zelf ook gemakkelijk geld uit, las ik.

Gandoul: Dat is iets anders. (lacht) Die consumeer ik zelf, zonder ermee uit te pakken. Bij cryptomunten is dat bijvoorbeeld niet het geval, die steunen volledig op hebzucht en uiterlijk vertoon. Ik vind horloges mooi, maar ik draag ze niet. Lekker ruiken vind ik leuk, en het liefst zoek ik naar originele parfums die niet iedereen heeft. Dan kijk ik inderdaad niet naar de prijs.

Is dat ook de reden waarom u slechts heel af en toe op de loopband van het plaatselijke fitnesscenter te vinden bent? Omdat u de geur van zweet niet lekker vindt?

Gandoul:(lacht) Dat komt toch vooral omdat mijn agenda het niet altijd toelaat. Ik probeer twee keer per week te sporten, mijn vrouw is een echte fitnessfreak, maar ik heb veel avondvergaderingen en dus valt er geregeld een sessie weg. Het liefst ga ik wandelen in het bos met een interessante lezing in mijn oortjes. Mijn verstand staat nooit stil, ik wil altijd bijleren. En daardoor heb ik soms de neiging om mijn lichaam te verwaarlozen.

U zou ook een emotionele eter zijn.

Gandoul: Als ik ergens mee zit, moet ik inderdaad iets eten. Daardoor heb ik een verhoogde BMI, al is dat toch vooral een erfenis van het verleden. Toen ik naar de unief trok, woog ik 67 kilo en toen ik afstudeerde 92. (lacht) Ik at ongezond, leefde vooral ’s nachts en sliep veel te weinig. Die roofbouw op mijn lichaam sleep ik nog altijd mee.

In diezelfde periode bent u een tijdje geradicaliseerd. In plaats van naar fuiven ging u plots naar de moskee, u gooide al uw cd’s weg en las de hele dag over de islam. Begrijpt u ondertussen al wat daar is gebeurd?

Gandoul: Achteraf bekeken was dat een late fase van puberaal gedrag. Net als een puber ging ik toen door een fase van onzekerheid en was ik op zoek naar een anker, een fundament waarop ik mijn identiteit kon bouwen. Ik was gechoqueerd door 9/11 en de Amerikaanse reactie op de aanslagen. Voor 9/11 ging ik naar t.d.’s, dronk ik en liep ik achter meisjes – ik leidde kortom een vrij hedonistisch leven. Maar daarna veranderde alles. In onze vriendengroep hielden we dagelijks debatten, op het scherpst van de snee, op basis van de islamitische geschriften en de Encyclopaedia Britannica. Dat heeft een heel academiejaar geduurd.

We zijn toen diep gegaan, maar we kwamen nooit in de buurt van religieus geweld of zelfs nog maar de goed- keuring ervan. Het was een zuiver filosofische radicalisering, richting een aartsconservatief religieus denken. Dat stopte toen Dyab Abou Jahjah op onze campus de sociale revolutie en emancipatie kwam bepleiten en al onze argumenten neersabelde. Religie was irrelevant voor hem in de strijd om gelijke rechten en gelijke behandeling. Zijn discours maakte een grote indruk op ons, we zijn toen fel gemilderd.

Welke rol speelt uw geloof vandaag in uw leven?

Gandoul: Voor mij is het geloof een moreel kompas. Ik geloof sterk in wat sommigen karma noemen, maar wat voor mij neerkomt op verantwoordelijkheid. Doe je iets verkeerds, dan betaal je daar vroeg of laat een prijs voor. Ik sluit me aan bij wat Jean-Jacques Rousseau la réligion civile noemt: intolerantie is voor mij een absolute grens. Maar voor de rest doet iedereen wat hij wil, zonder de vrijheid van een ander te beknotten. Ik ben alleen verantwoordelijk voor mijn eigen daden, niet voor die van een ander.

Wat gebeurt er na de dood met ons lichaam en onze geest?

Gandoul:(denkt na) Het enige wat ik met honderd procent zekerheid weet, is dat zij die ons graag zien zullen treuren. Het lichaam zal composteren en over miljoenen jaren als brandstof dienen, zoals de dinosaurussen vandaag. Maar onze ziel, zo geloof ik, is niet sterfelijk. Wat er precies mee gebeurt, weten alleen de doden. Al de rest is speculatie. Ik hou me er ook niet mee bezig, er is toch geen enkele garantie. Zelfs al bid je elke dag van ’s ochtends tot ’s avonds en geef je al je geld aan de armen, dan nog heb je geen garantie op zielenheil. En de grootste zondaar heeft geen enkele garantie dat hij naar de verdoemenis gaat.

Is het voor u duidelijk waar het lichaam eindigt en de geest begint?

Gandoul: Nee, helemaal niet. De grens tussen de twee, tussen het vergankelijke materiële en het onvergankelijke immateriële, is moeilijk om vast te leggen. Er zitten een aantal driften in de biologische software van elk levend wezen – ademen, eten en procreatie – en door de harmonie tussen denken en voelen is de mens geestelijk tot meer in staat, maar er is een grote discipline nodig om dat te bereiken. En waar onze geest dan precies zit? Niemand die het weet. Je moet hem voeden, en afhankelijk van wat je je geest voedt, vorm je je opvattingen en de manier waarop je in het leven staat.

Wat is voor u de zin van het leven?

Gandoul: Ik denk dat het zinloos is om een zin in het leven te zoeken. Voor sommigen is het leven een absurditeit, voor anderen een vorm van bestaan zoals er ook sterren of planeten of zwarte gaten bestaan. Wat mij betreft, is de zin vooral gelinkt aan het religieuze: als de emanatie van een wil, namelijk de wil van God. Die zie ik als de onbewogen beweger van Aristoteles, een schepper uit het niets. Maar wat ik met mijn leven doe, is mijn verantwoordelijkheid. En wat de zin ervan is geweest, zal pas na mijn leven zichtbaar worden. Op dit moment is het nog een groot mysterie. Die onzekerheid verlamt me niet, integendeel: ze is alleen maar een motivatie om elke dag het beste van mezelf te geven in dienst van mijn gezin, mijn familie en de samenleving als geheel.

Fouad Gandoul

Is 44 jaar

Woont in Genk, met vrouw en drie kinderen

Studeerde politieke wetenschappen en overheidsmanagement & bestuurskunde (VUB)

Werkt als fiscaal expert bij ACV-Limburg en als rechter in sociale zaken bij de arbeidsrechtbank van Hasselt

Schrijft columns voor De Tijd en is als politoloog geregeld te gast op tv

Partner Content