Afgelopen zaterdag en zondag konden de Fransen in het buitenland in elf verschillende kieskringen hun stem uitbrengen. De vierde kieskring omvat de Benelux, en dus in hoofdzaak de Franse gemeenschap in ons land. Macrons kandidaat Pieyre-Alexandre Anglade won het pleit met 49,3 procent van de stemmen, zo deelde buitenlandse zaken in Parijs achteraf mee.

Uitredend volksvertegenwoordiger voor de Benelux, PS-kandiaat Philip Cordery, haalde maar 6 procent. De nummer twee (13%) was de kandidate van het linkse la France Insoumise, voor de groene kandidate (10,7%) en de kandidate van de rechtse Les Républicain (8,8%). Bij de voorspellende waarde van de eerste ronde voor de Fransen in het buitenland past wel één grote kanttekening, de zeer lage opkomst.

In België kwam die nog uit op 23,3 procent of zowat 19.000 kiezers - in de Benelux 22,7 procent. Maar over de elf kieskringen kwam de opkomst maar uit op 19,1 procent. De zege van Macrons kandidaat in tien kieskringen betekent daarom voorlopig nog niets.

Om verkozen te zijn in de eerste ronde, moet de kandidaat immers niet alleen een absolute meerderheid halen, maar moet zijn resultaat ook minstens even groot zijn als 25 procent van de ingeschreven kiezers. Nergens lag de opkomst boven de 25 procent. Macrons vertegenwoordigers behaalden in acht kieskringen een score rond 50 procent, met 57 procent als uitschieter in Noord-Amerika. En daarom trekken de 'buitenlandse Fransen' op 18 juni opnieuw naar de stembus voor de tweede stemronde.

Die valt in tegenstelling tot de eerste wel samen met de kiesronde in Frankrijk. Voorspellen blijft dus voorwaardelijk met nog een pak verkiezingsgeweld voor de boeg. Al kunnen Macrons kandidaten wel rekenen op een ruime voorsprong uit de eerste ronde, met uitzondering van het gebied Italië-Griekenland-Cyprus-Israël.

Ook belangrijk is dat de samenstelling van het 'buitenlandse kieskorps' grondig kan verschillen met die in Frankrijk. Bovendien zullen er in Frankrijk zelf vast en zeker kandidaten zijn van de twee traditionele partijen die kunnen buigen op een sterke lokale verankering. De Fransen kiezen per kiesdistrict één volksvertegenwoordiger voor l'Assemblée nationale, het Franse lagerhuis.

Wie de absolute meerderheid haalt, mét een kwart van de ingeschreven kiezers, wint het pleit na één ronde. Elders is de tweede ronde een week later nodig, waar de kandidaat met de meeste stemmen wint. Enkel wie 12,5 procent haalt in eerste zit mag naar de tweede ronde. Tussen beide rondes worden vaak deals gesloten waarbij kandidaten zich terugtrekken ten voordele van anderen.

De peilingen voorspellen bij de twee stemrondes een ruime absolute meerderheid in het parlement, dat 577 zitjes telt, voor la République en Marché. De PS, nu nog de meerderheid, zou zeer zwaar verliezen en een twintigtal of hoogstens 35 zetels behouden. Als dit waarheid wordt, zou Macrons inbraak op het traditionele partijlandschap ook in het parlement een feit zijn. Al is het ook zo dat heel wat van Macrons mensen afkomstig zijn uit de PS of les Républicains.

Afgelopen zaterdag en zondag konden de Fransen in het buitenland in elf verschillende kieskringen hun stem uitbrengen. De vierde kieskring omvat de Benelux, en dus in hoofdzaak de Franse gemeenschap in ons land. Macrons kandidaat Pieyre-Alexandre Anglade won het pleit met 49,3 procent van de stemmen, zo deelde buitenlandse zaken in Parijs achteraf mee. Uitredend volksvertegenwoordiger voor de Benelux, PS-kandiaat Philip Cordery, haalde maar 6 procent. De nummer twee (13%) was de kandidate van het linkse la France Insoumise, voor de groene kandidate (10,7%) en de kandidate van de rechtse Les Républicain (8,8%). Bij de voorspellende waarde van de eerste ronde voor de Fransen in het buitenland past wel één grote kanttekening, de zeer lage opkomst. In België kwam die nog uit op 23,3 procent of zowat 19.000 kiezers - in de Benelux 22,7 procent. Maar over de elf kieskringen kwam de opkomst maar uit op 19,1 procent. De zege van Macrons kandidaat in tien kieskringen betekent daarom voorlopig nog niets. Om verkozen te zijn in de eerste ronde, moet de kandidaat immers niet alleen een absolute meerderheid halen, maar moet zijn resultaat ook minstens even groot zijn als 25 procent van de ingeschreven kiezers. Nergens lag de opkomst boven de 25 procent. Macrons vertegenwoordigers behaalden in acht kieskringen een score rond 50 procent, met 57 procent als uitschieter in Noord-Amerika. En daarom trekken de 'buitenlandse Fransen' op 18 juni opnieuw naar de stembus voor de tweede stemronde. Die valt in tegenstelling tot de eerste wel samen met de kiesronde in Frankrijk. Voorspellen blijft dus voorwaardelijk met nog een pak verkiezingsgeweld voor de boeg. Al kunnen Macrons kandidaten wel rekenen op een ruime voorsprong uit de eerste ronde, met uitzondering van het gebied Italië-Griekenland-Cyprus-Israël. Ook belangrijk is dat de samenstelling van het 'buitenlandse kieskorps' grondig kan verschillen met die in Frankrijk. Bovendien zullen er in Frankrijk zelf vast en zeker kandidaten zijn van de twee traditionele partijen die kunnen buigen op een sterke lokale verankering. De Fransen kiezen per kiesdistrict één volksvertegenwoordiger voor l'Assemblée nationale, het Franse lagerhuis. Wie de absolute meerderheid haalt, mét een kwart van de ingeschreven kiezers, wint het pleit na één ronde. Elders is de tweede ronde een week later nodig, waar de kandidaat met de meeste stemmen wint. Enkel wie 12,5 procent haalt in eerste zit mag naar de tweede ronde. Tussen beide rondes worden vaak deals gesloten waarbij kandidaten zich terugtrekken ten voordele van anderen. De peilingen voorspellen bij de twee stemrondes een ruime absolute meerderheid in het parlement, dat 577 zitjes telt, voor la République en Marché. De PS, nu nog de meerderheid, zou zeer zwaar verliezen en een twintigtal of hoogstens 35 zetels behouden. Als dit waarheid wordt, zou Macrons inbraak op het traditionele partijlandschap ook in het parlement een feit zijn. Al is het ook zo dat heel wat van Macrons mensen afkomstig zijn uit de PS of les Républicains.