Opinie

Jan Wostyn

‘Pleidooien tegen een zesjescultuur zijn wereldvreemd in het licht van het huidige lerarentekort’

Jan Wostyn Ondervoorzitter van Vista

‘Het huidige lerarentekort leidt tot een vicieuze cirkel’, waarschuwt Jan Wostyn van Vista, die zelf leerkracht is in Molenbeek. ‘Vlaanderen gaat er prat op de belangrijkste kenniscluster van Europa te zijn, maar begraaft vandaag eigenlijk die ambitie.’

Twee weken geleden vond in Brussel de tweede protestactie plaats van de Brusselse scholengemeenschap tegen het nog steeds prangende lerarentekort in het Nederlandstalige onderwijs in onze Vlaamse hoofdstad. Een honderdtal deelnemers trok van het departement onderwijs naar het kabinet van minister van onderwijs Ben Weyts om opnieuw aan de alarmbel te trekken met betrekking tot het schrijnende lerarentekort. De maatregelen die tot nu toe genomen werden blijken “te weinig, te laat”.

Vlaanderen gaat er prat op de belangrijkste kenniscluster van Europa te zijn, maar begraaft vandaag eigenlijk die ambitie. Onze enige “grondstof” zit tussen de anderhalve en 2 meter boven de grond, zo werd in het verleden vaak gezegd. Maar die “grondstof” kan vandaag niet langer ontgonnen worden, want Vlaanderen en vooral Brussel kreunen onder een niet-aflatend lerarentekort. Alle mooie pleidooien van politici en pedagogen om ‘de lat hoog te houden’ en ‘geen zesjescultuur’ te cultiveren, zijn dan ook totaal wereldvreemd in het licht van het huidige lerarentekort.

In heel veel scholen van het basis- én secundair onderwijs is het alle hens aan dek. Directeur, leerkracht of zorgcoördinator? In de huidige storm maakt het allemaal maar weinig uit. Iedereen probeert de gaten te dichten waar ze vallen. Sommige vakken in het secundair worden gewoon niet onderwezen, pech voor de leerlingen. Het schip drijvende houden lijkt het hoogst haalbare doel, maar het lijkt vandaag een kwestie van tijd voor het Vlaamse onderwijs volledig kopje onder gaat.

Verschillende algemene maatregelen die het beroep van leerkracht terug aantrekkelijker zouden kunnen maken, zijn volgens de Vlaamse regering niet haalbaar wegens “te duur”. Er werden bijvoorbeeld wel inspanningen geleverd om selectief aan zij-instromers meer anciënniteit toe te kennen, maar het lijkt weinig waarschijnlijk dat dergelijke improvisatie-met-mondjesmaat de huidige tekorten kan remediëren.

De grootste slachtoffers hiervan zijn, zoals zo vaak, kinderen uit gezinnen met een lage socio-economische status. Zeker wanneer deze kinderen school lopen in zogenaamde “concentratiescholen”. Daar is de job van leerkracht des te uitdagender wegens de grotere zorgnoden en de zwakke input en opvolging die de kinderen en jongeren thuis krijgen. En ja, zeker in de Nederlandstalige scholen in Brussel is de kennis van het Nederlands te beperkt, wat het lesgeven verder bemoeilijkt. Daarom is het net in die scholen dat het lerarentekort zich het hardst laat voelen. Ondanks alle goeie intenties is de job vaak zo afmattend dat het courant is dat leraars finaal toch maar een “makkelijkere” school kiezen.  De gevolgen voor de toekomstkansen van de meer kwetsbare kinderen en jongeren zijn evident. De sociale mobiliteit via het onderwijs wordt op die manier aan de bron ondermijnd. Vlaanderen scoort internationaal bovendien nu al erg slecht op dit vlak.

Het huidige tekort leidt zo tot een vicieuze cirkel. Nieuwe, vaak onervaren leerkrachten worden “voor de leeuwen” gegooid voor de moeilijkste klassen in de moeilijkste scholen, net omdat leerkrachten daar vertrekken zodra ze elders kansen krijgen. Bovendien dreigen die nieuwe leerkrachten, zowel jonge gediplomeerden, als meer ervaren zij-instromers, er zo zelf ook vroegtijdig de brui aan te geven, wat het lerarentekort nog verder vergroot.

Deze dynamiek zou men nochtans een halt kunnen toeroepen door net in de scholen met de laagste socio-economische score, leraren structureel meer te betalen. Het doel zou net moeten zijn dat de allerbeste leerkrachten van Vlaanderen en Brussel letterlijk in de rij staan aan te schuiven voor een sollicitatiegesprek om in die scholen les te mogen geven. Het doel zou moeten zijn dat de allerbeste leerkrachten hun vaardigheden en ervaring inzetten voor die leerlingen waar net het meeste vooruitgang kan mee geboekt worden.

De kans dat de huidige Vlaamse regering deze insteek volgt, lijkt eerder klein, maar laten we toch een kleine rekenoefening maken aan de hand van volgend vraagstuk.

Laten we uitgaan van klassen van 20 leerlingen met 32 lesuren per week. Een voltijdse leerkracht geeft 22 uur les, waaruit volgt dat afgerond 1,5 Voltijds Equivalent (VTE) nodig is om 1 klas te bedienen. Stel dat het onze Vlaamse ambitie is om 10.000 leerlingen uit scholen met de laagste Socio-Economische Score te voorzien van leerkrachten die 25% meer verdienen, om zo de allerbeste leerkrachten aan te trekken. Ga uit van een gemiddelde kost van één VTE van 60.000 €. Wat is dan de meerkost voor het Vlaamse onderwijs van deze maatregel?

De oplossing luidt dan als volgt: 10.000 leerlingen gedeeld door 20 = 500 klassen, maal 1,5 VTE = 750 VTE. De totale extra loonkost is dan 750 * € 60.000 * 25% = 11 miljoen euro.

Een zeer bescheiden meerkost om een competitieve omgeving te creëren waarin de “moeilijkste” scholen makkelijker personeel kunnen aantrekken en behouden, dankzij deze structurele bonus van 25% voor de leerkrachten om de extra inspanning te leveren om toponderwijs af te leveren op scholen met de meeste kinderen uit kansarme gezinnen.

De politieke partijen in dit land keren zichzelf jaarlijks 73 miljoen euro uit. Als we uitgaan van een ratio van 60%, nemen de Vlaamse partijen daarvan ongeveer 44 miljoen per jaar voor hun rekening. Een aanzienlijk deel daarvan vloeit bovendien rechtstreeks naar een miljardair in Silicon Valley via Facebook, met de Vlaamse partijen als kampioenen in Europa. Daarnaast zijn er partijen met een eigen kledinglijn en webwinkel, die ook nog eens gratis vaten en gratis ijsjes uitdelen op allerlei events.

Misschien zouden de Vlaamse partijen het aandurven vrijwillig hun partijfinanciering met 25% te laten dalen om mee hun duit in het zakje te doen om het lerarentekort aan te pakken?

Zal geld alleen het lerarentekort oplossen? Neen, natuurlijk niet, er zijn nog zoveel factoren die een rol spelen. Maar als we geloven dat we de meeste kwetsbare leerlingen meer kansen kunnen geven door hun leraars af en toe een schouderklopje te geven, dwalen we.

Meer dan 20 jaar geleden zong de Gentse volkszanger en voorman van Gorki, Luc De Vos, de volgende zinnen: Wie zal er voor de kinderen zorgen? Wie smeedt voor hen het plan van morgen?

Alvast niet deze Vlaamse regering, die de toekomst van Vlaanderen vandaag ten grave draagt.

Jan Wostyn is ondervoorzitter van Vista en leraar in het Nederlandstalige onderwijs in Molenbeek.

Partner Content