Na reconstructie blijkt een zwaar verhakkeld kadaver uit Kalmthout niet van een doodgereden boommarter te zijn, maar van de zeldzame otter.
...

Koen Van Den Berge: Otters leven van de visvangst. Zoals de meeste roofdieren werden ze als schadelijk gezien en verdelgd. De Belgische staat betaalde vanaf het eind van de negentiende eeuw zelfs een premie voor al wie een otter uit de weg kon ruimen. Voor elke otterpoot die je inleverde, kreeg je een vergoeding die gelijkstond aan het weekloon van een arbeider. Otters zijn slimme maar ook schuwe dieren. Het territorium van een ottermannetje kan probleemloos twintig kilometer oeverlengte langs een rivier omspannen. Daardoor valt hij moeilijk waar te nemen, wat het tot een hele uitdaging maakte om hem te doden. Maar de jacht was meedogenloos en in de eerste helft van vorige eeuw is het otterbestand gedecimeerd. In de jaren zestig kwam daar de watervervuiling bij. Die kende haar dieptepunt midden jaren tachtig, toen onze rivieren open riolen waren. De terugkeer van de otter is goed nieuws omdat dat wil zeggen dat onze rivieren er veel beter aan toe zijn? Van Den Berge: De otter heeft zeker propere waterwegen nodig om te kunnen overleven. Maar hij is niet het enige roofdier dat aan een remonte bezig is. Ook de vos, de steen- en de boommarter, de wilde kat, de das en zelfs de wolf duiken steeds meer op. Voor al die dieren geldt dat wij gestopt zijn met ze systematisch te verdelgen en dat er tezelfdertijd gewerkt wordt aan de kwaliteit van hun leefgebieden. We hebben al langer aanwijzingen dat de otter terug is. In 2012 werd hij toevallig in Willebroek gefotografeerd met een fotoval, een camera die automatisch opnames maakt telkens als er een dier voor de lens passeert. Met die foto's werd ons vermoeden bevestigd: de otter is wellicht nooit helemaal uit Vlaanderen verdwenen. We wisten wel dat hij niet meer in populatie leefde, we kenden geen plekken waar we sporen van hem konden vinden of waar hij zich voortplantte. Is iedereen blij met zijn terugkeer? Van Den Berge: In de toekomst zou de otter misschien voor problemen kunnen zorgen, al is dat op dit moment nog helemaal niet het geval. Je hoort sommige kippenhouders nu klagen over een 'vossenplaag', terwijl er bij roofdieren nooit sprake kan zijn van 'een plaag': die dieren zullen nooit in een gebied samentroepen, ze zullen zich altijd verspreiden. Ze hebben elk hun eigen territorium. Al kan ik me voorstellen dat een viskweker niet zal staan juichen als zijn visvijver in het jachtterrein van een otter blijkt te liggen. Voor de otter is het dan alle dagen feest. Kijk, we zijn het niet meer gewoon om rekening te houden met roofdieren in onze omgeving. In streken waar die beesten nooit weggeweest zijn, is het vanzelfsprekend dat je preventieve maatregelen neemt om je kippen tegen vossen en marters te beschermen. Je hoort mensen soms zeggen: 'Ik heb niets tegen die beesten, maar ze moeten in het bos blijven.' Dat is een illusie. Roofdieren maken gebruik van het bos, maar leven ook tussen ons omdat ze een groot leefgebied nodig hebben. In een regio als Vlaanderen wil dat bijna automatisch zeggen dat hun territorium gedeeltelijk met menselijke bewoning overlapt.