Het is vreemd om te lezen, maar het koolwitje dat wij zo graag in onze tuinen zien dartelen, wordt in sommige kringen als een van de ergste invasieve pestsoorten ter wereld beschouwd. Het is niet voor niets genoemd naar de favoriete plant van zijn rupsen: kolen.
...

Het is vreemd om te lezen, maar het koolwitje dat wij zo graag in onze tuinen zien dartelen, wordt in sommige kringen als een van de ergste invasieve pestsoorten ter wereld beschouwd. Het is niet voor niets genoemd naar de favoriete plant van zijn rupsen: kolen. Een studie in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences beschrijft de veroveringstocht van het diertje op basis van genetische analyses. Vanuit Oost-Europa bereikte het de laatste eeuwen zo goed als alle continenten, waarbij het gebruikmaakte van alle vervoermiddelen die de mens bedacht. Dat de mens zijn lievelingsplanten overal op grote schaal ging kweken, was daarbij een hulp. De natuurbestrijdende mens heeft massaal chemische brouwsels ingezet om koolwitjesrupsen te liquideren, maar het hielp niet. De kans is bovendien groot dat de vlinders profiteren van de klimaatopwarming: witte en andere lichtgekleurde beestjes lijken het bij hogere temperaturen beter te doen dan donkere. Misschien moeten koolwitjeshaters meer aandacht besteden aan insectenetende vogels in hun doorgaans biologisch gedegenereerde landbouwbiotopen. Rupsen van koolwitjes hebben een afweermechanisme tegen aanvallers. Ze hoesten halfverteerde koolbladeren op, waardoor ze onaangenaam gaan ruiken en smaken, zodat vogels ze mijden. Dat klinkt niet als een populatieregulerende oplossing, maar de tactiek leidt er wel toe dat bijna de helft van de rupsen die hem geregeld gebruiken, sterft voor ze vlinder zijn geworden en zich voortplanten.De voortplanting van de vlindertjes wordt tot in de details ontrafeld. Er is sprake van een 'langdurige moleculaire onderhandeling tussen beide geslachten'. Zowel mannetjes als vrouwtjes beschikken over strategieën om hun eigen succes te maximaliseren, desnoods ten koste van hun partner. Mannetjes bieden hun zaad aan in een verpakking, een spermatofoor. Tot 13 procent van hun lichaamsgewicht kan daarin gaan, maar slechts 2 procent gaat naar het zaad zelf. De rest zijn onder meer eiwitten als geschenk voor het vrouwtje. Liefst 30 tot 40 procent van haar eitjes wordt gemaakt met stoffen geleverd door een mannetje. Dat klinkt schattig, maar het heeft een kostprijs, zo schrijven wetenschappers in een tweede studie in Proceedings of the National Academy of Sciences. Het laatste deel van de spermatofoor fungeert namelijk als een plug die het voortplantingskanaal van het vrouwtje afsluit. Daardoor kan geen ander mannetje met haar paren. Het ding blijft minstens drie dagen zitten voor het voldoende is versleten om een nieuwe paringssessie toe te laten. Maar de vrouwtjes hebben daar iets op gevonden, want zoals bij veel soorten profiteren ze van paringen met meerdere mannetjes - de genetische diversiteit van hun nakomelingen is dan groter, wat hun overlevingskansen ten goede komt. Ze hebben een tandenstructuur op de binnenkant van hun voortplantingskanaal ontwikkeld, waarmee ze de plug kunnen bewerken, zodat die al na enkele uren is afgebroken. De hoofdauteurs van de studie waren drie dames. Ze konden het niet laten om de analogie te maken met de vagina dentata ('vagina met tanden') die, Sigmund Freud indachtig, bij macho's in onze maatschappij het angstzweet doet uitbreken.