Om de dreigende achteruitgang van de biodiversiteit tegen te gaan, is een grondige hervorming nodig van het huidig "lineair" economisch model. Dat heeft de Belgische diplomaat Bruno Pozzi, sinds 1 april directeur van de Europese afdeling van het VN-Milieuprogramma (UNEP), verklaard in een gesprek met Belga.

Pozzi pleit ervoor werk te maken van een circulaire economie - die inzet op het hergebruiken van grondstoffen - en benadrukt dat die ontwikkeling gepaard kan gaan met economische groei. Hij roept de politici ook op om na de verkiezingen werk te maken van een ambitieus klimaatbeleid.

Het Intergouvernementeel Platform voor Biodiversiteit en Ecosysteemdiensten (IPBES) heeft begin deze maand een rapport voorgesteld waaruit blikt dat van de acht miljoen dier- en plantensoorten op aarde, er de komende decennia zowat een miljoen met uitsterven bedreigd zijn. Om die dreiging af te wenden, pleit de nieuwe directeur van UNEP-Europa voor een grondige economische transformatie. 'Wat we aanbevelen voor de bescherming van de biodiversiteit en van het milieu, is om over te gaan tot een herziening van het model van de lineaire economie dat we tot nu gekend hebben', zegt Pozzi.

Circulaire economie

'Het model van productie, consumptie en vervolgens wegwerpen zou niet langer de manier van werken mogen zijn.' Hij pleit daarom voor 'de ontwikkeling van een circulaire en groenere economie, met een duurzamere manier van consumeren en produceren'.

'Daarvoor is innovatie en politieke steun nodig. Maar dat economisch model betekent geen stap terug. We hebben berekend dat als alle landen 3 procent van hun bnp in groene economie investeren, dat hun economische groei dan minstens op hetzelfde niveau ligt als wanneer ze dat niet doen', zegt Pozzi. 'Economische groei en de bescherming van het milieu kunnen dus samengaan.'

De directeur van UNEP-Europa roept de politici ook op tot een ambitieus klimaatbeleid. 'De roep naar milieugerichte actie en klimaatactie is een centraal thema geworden in de Europese samenlevingen. Ik veronderstel dat dit na de (Europese en Belgische) verkiezingen gevolgen zal hebben', zo klinkt het. 'Onze oproep aan de beleidsmakers is dan ook om ambitieus te zijn, want we hebben maar weinig tijd te verliezen.'

Welke maatregelen er dan specifiek genomen moeten worden, wil de UNEP-directeur niet kwijt. 'De taak van onze organisatie is om de wetenschappelijke bevindingen en de aanbevelingen tot bij de beleidsmakers te brengen. Daarna is het aan hen om de beslissingen te nemen.'

Luchtvaart

Hij erkent wel dat luchtvaartsector een rol kan spelen. 'De luchtvaartindustrie is nu goed voor 2 tot 3 procent van de wereldwijde uitstoot. Dat lijkt erg laag, maar het is een groeiende sector', zegt hij. Het opleggen van nieuwe belastingen aan de luchtvaartbedrijven lijkt dan ook een mogelijkheid te zijn.

'Maar met één specifieke maatregel zullen we er niet komen. Op korte termijn kunnen belastingen zeker een impact hebben. Maar je hebt ook een herziening van de bedrijfsmodellen nodig en investeringen in nieuwe technologieën om de uitstoot te verminderen.'

Pozzi zegt tot slot positief te zijn over de rol die de VN-organisatie kan spelen. Hij heeft de indruk dat er steeds beter naar UNEP geluisterd wordt, onder meer omdat milieu een prominentere plaats heeft ingenomen op de politieke agenda. 'We zien dat de samenleving in Europa zeer snel verandert: we zien veel demonstraties van vooral jongere mensen, die oproepen tot actie om klimaatverandering aan te pakken. Dit komt op een geschikt moment', zegt hij. 'Ik stel ook vast dat alle politieke partijen vandaag een milieugerichte dimensie hebben in hun programma. Dat was 25 jaar geleden niet het geval.'