Tegen midden 2023 moet duidelijk zijn welke gebieden effectief erkend worden. Dat melden Vlaams minister van Natuur Zuhal Demir (N-VA) en haar collega van Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele (N-VA).

De vorig jaar ingediende dossiers werden door een jury onder de loep genomen, om te bekijken of ze aan de voorwaarden voldeden. Een Nationaal Park bijvoorbeeld moet minstens 5.000 hectare groot zijn, met doorgroeimogelijkheid tot 10.000 hectare, en de klemtoon ligt er op natuur en biodiversiteit. 'Kandidaten waarbij de afstand tot de basisvoorwaarden (nog) te groot bleek op het vlak van natuurontwikkeling, effectieve oppervlakte natuurkern of het partnerschap, werden niet geselecteerd', klinkt het in een persbericht.

Zes van de tien kandidaten voor erkenning als Nationaal Park Vlaanderen blijven in de running: het bestaande Nationaal Park Hoge Kempen (Limburg), Bosland (Limburg), Brabantse Wouden (Vlaams-Brabant), Kalmthoutse Heide (Antwerpen), Scheldevallei (Antwerpen/Oost-Vlaanderen) en Taxandria (Antwerpen).

De dertien mogelijke Landschapsparken werden herleid tot zeven: Boerenlandschap Pajottenland (Vlaams-Brabant), Grenzeloos Bocagelandschap (Limburg), Hart van Haspengouw (Limburg), Kempen-Broek (Limburg), RivierPark Maasvallei (Limburg), Vlaamse Ardennen (Oost-Vlaanderen) en Zwinstreek (West-Vlaanderen). In een Landschapspark, dat minimaal 10.000 hectare groot moet zijn, ligt de klemtoon op landschapskwaliteit en de verschillende functies van het gebied (recreatie, natuur, erfgoed, landbouw, wonen ...).

Vier Nationale Parken en drie Landschapsparken

De geselecteerde kandidaten krijgen nu begeleiding en 100.000 euro ondersteuning om een masterplan en een operationeel plan op te stellen. In het voorjaar van 2023 worden die plannen beoordeeld, en midden 2023 volgt de erkenning. Het is de bedoeling dan vier Nationale Parken en drie Landschapsparken aan te duiden.

'Na deze jurybeoordeling is meer dan ooit duidelijk dat de potentie van onze natuur en onze prachtige landschappen en erfgoed groot is. We moeten ze dan ook voluit benutten', zegt minister Demir in het persbericht. 'Een Vlaams Park bewijst trouwens niet alleen op het vlak van natuur en milieu zijn meerwaarde, het is ook een economisch rendabel 'product' en kan een echte motor zijn van de streekontwikkeling.'

'Historische gebouwen, sites en landschappen zijn herkenbare bakens in een veranderende omgeving, ze laten zien waar we vandaan komen, wie we zijn en welke ontwikkeling we doormaken', zegt van zijn kant minister Diependaele. 'De sterke kandidaturen voor de titel van Landschapspark vormen een garantie dat het verhaal van een dorp, een stad, een natie ook in de toekomst verteld blijft worden.'

Deze dossiers vielen af: Grote Netewoud, Brugs Polderland, Demervallei en Rivierenland bij de Nationale Parken, en Bulskampveld, De Merode, Westhoek, De Wijers, Grenzeloze Getevallei en Kleine en Grote Nete bij de landschapsparken.

De afvallers worden niet in de steek gelaten, beklemtoont Demir. 'Gebiedscoalities zoals De Wijers, Bulskampveld, Kleine en Grote Nete zijn ook zonder statuut van Vlaams Park van bijzonder grote meerwaarde en leveren prachtig werk. De komende jaren kunnen ze waar nodig dan ook op goede samenwerking met en steun van onze Vlaamse diensten rekenen.' In een latere fase kunnen ze mogelijk alsnog een erkenning krijgen.

De jury voor de Nationale Parken werd voorgezeten door econoom Geert Noels, die voor de Landschapsparken door Sylvie Van Damme, onderzoeker landschapsontwerp van de hogescholen HOGent en HOWest.

Boerenbond vreest zware impact nieuwe Nationale Parken op landbouw

De Boerenbond is niet gelukkig met de manier waarop de Vlaamse regering de zoektocht naar Nationale Parken en Landschapsparken aanpakt. 'Een ondemocratisch proces met zware impact op land- en tuinbouw', zo hekelt de landbouworganisatie woensdag, nadat de Vlaamse regering heeft bekendgemaakt dat er nog dertien gebieden in Vlaanderen in aanmerking komen voor een erkenning.

'Hoewel we deze politieke afspraak niet in de weg staan, kunnen we ons niet verzoenen met de manier waarop het parkenverhaal de afgelopen maanden werd uitgerold, namelijk zonder enig regelgevend kader en zonder enige betrokkenheid van de sector', zegt de Boerenbond. Doordat er geen wetgevend kader is, is het voor de landbouworganisatie niet duidelijk welke maatregelen worden nagestreefd in de parken en welke concrete gevolgen die zullen hebben voor de bestaande land- en tuinbouwactiviteiten.

En zeker in de nationale parken verwacht de Boerenbond een grote impact. 'Over een termijn van 20 jaar moet de natuurkern van een nationaal park immers worden uitgebreid tot 10.000 hectare. In het kleine versnipperde Vlaanderen is dat onmogelijk te realiseren zonder impact op de bestaande land- en tuinbouwactiviteiten', klinkt het. Daarnaast vreest de organisatie ook voor gevolgen voor vergunningen, teeltvrijheid en vrijheid van exploitatie.

De Boerenbond zal aan de projectverantwoordelijken vragen om op de hoogte gehouden te worden en 'de belangen van de land- en tuinbouwsector maximaal te blijven behartigen'.

Tegen midden 2023 moet duidelijk zijn welke gebieden effectief erkend worden. Dat melden Vlaams minister van Natuur Zuhal Demir (N-VA) en haar collega van Onroerend Erfgoed Matthias Diependaele (N-VA). De vorig jaar ingediende dossiers werden door een jury onder de loep genomen, om te bekijken of ze aan de voorwaarden voldeden. Een Nationaal Park bijvoorbeeld moet minstens 5.000 hectare groot zijn, met doorgroeimogelijkheid tot 10.000 hectare, en de klemtoon ligt er op natuur en biodiversiteit. 'Kandidaten waarbij de afstand tot de basisvoorwaarden (nog) te groot bleek op het vlak van natuurontwikkeling, effectieve oppervlakte natuurkern of het partnerschap, werden niet geselecteerd', klinkt het in een persbericht. Zes van de tien kandidaten voor erkenning als Nationaal Park Vlaanderen blijven in de running: het bestaande Nationaal Park Hoge Kempen (Limburg), Bosland (Limburg), Brabantse Wouden (Vlaams-Brabant), Kalmthoutse Heide (Antwerpen), Scheldevallei (Antwerpen/Oost-Vlaanderen) en Taxandria (Antwerpen). De dertien mogelijke Landschapsparken werden herleid tot zeven: Boerenlandschap Pajottenland (Vlaams-Brabant), Grenzeloos Bocagelandschap (Limburg), Hart van Haspengouw (Limburg), Kempen-Broek (Limburg), RivierPark Maasvallei (Limburg), Vlaamse Ardennen (Oost-Vlaanderen) en Zwinstreek (West-Vlaanderen). In een Landschapspark, dat minimaal 10.000 hectare groot moet zijn, ligt de klemtoon op landschapskwaliteit en de verschillende functies van het gebied (recreatie, natuur, erfgoed, landbouw, wonen ...). De geselecteerde kandidaten krijgen nu begeleiding en 100.000 euro ondersteuning om een masterplan en een operationeel plan op te stellen. In het voorjaar van 2023 worden die plannen beoordeeld, en midden 2023 volgt de erkenning. Het is de bedoeling dan vier Nationale Parken en drie Landschapsparken aan te duiden. 'Na deze jurybeoordeling is meer dan ooit duidelijk dat de potentie van onze natuur en onze prachtige landschappen en erfgoed groot is. We moeten ze dan ook voluit benutten', zegt minister Demir in het persbericht. 'Een Vlaams Park bewijst trouwens niet alleen op het vlak van natuur en milieu zijn meerwaarde, het is ook een economisch rendabel 'product' en kan een echte motor zijn van de streekontwikkeling.' 'Historische gebouwen, sites en landschappen zijn herkenbare bakens in een veranderende omgeving, ze laten zien waar we vandaan komen, wie we zijn en welke ontwikkeling we doormaken', zegt van zijn kant minister Diependaele. 'De sterke kandidaturen voor de titel van Landschapspark vormen een garantie dat het verhaal van een dorp, een stad, een natie ook in de toekomst verteld blijft worden.' Deze dossiers vielen af: Grote Netewoud, Brugs Polderland, Demervallei en Rivierenland bij de Nationale Parken, en Bulskampveld, De Merode, Westhoek, De Wijers, Grenzeloze Getevallei en Kleine en Grote Nete bij de landschapsparken. De afvallers worden niet in de steek gelaten, beklemtoont Demir. 'Gebiedscoalities zoals De Wijers, Bulskampveld, Kleine en Grote Nete zijn ook zonder statuut van Vlaams Park van bijzonder grote meerwaarde en leveren prachtig werk. De komende jaren kunnen ze waar nodig dan ook op goede samenwerking met en steun van onze Vlaamse diensten rekenen.' In een latere fase kunnen ze mogelijk alsnog een erkenning krijgen. De jury voor de Nationale Parken werd voorgezeten door econoom Geert Noels, die voor de Landschapsparken door Sylvie Van Damme, onderzoeker landschapsontwerp van de hogescholen HOGent en HOWest. De Boerenbond is niet gelukkig met de manier waarop de Vlaamse regering de zoektocht naar Nationale Parken en Landschapsparken aanpakt. 'Een ondemocratisch proces met zware impact op land- en tuinbouw', zo hekelt de landbouworganisatie woensdag, nadat de Vlaamse regering heeft bekendgemaakt dat er nog dertien gebieden in Vlaanderen in aanmerking komen voor een erkenning. 'Hoewel we deze politieke afspraak niet in de weg staan, kunnen we ons niet verzoenen met de manier waarop het parkenverhaal de afgelopen maanden werd uitgerold, namelijk zonder enig regelgevend kader en zonder enige betrokkenheid van de sector', zegt de Boerenbond. Doordat er geen wetgevend kader is, is het voor de landbouworganisatie niet duidelijk welke maatregelen worden nagestreefd in de parken en welke concrete gevolgen die zullen hebben voor de bestaande land- en tuinbouwactiviteiten. En zeker in de nationale parken verwacht de Boerenbond een grote impact. 'Over een termijn van 20 jaar moet de natuurkern van een nationaal park immers worden uitgebreid tot 10.000 hectare. In het kleine versnipperde Vlaanderen is dat onmogelijk te realiseren zonder impact op de bestaande land- en tuinbouwactiviteiten', klinkt het. Daarnaast vreest de organisatie ook voor gevolgen voor vergunningen, teeltvrijheid en vrijheid van exploitatie. De Boerenbond zal aan de projectverantwoordelijken vragen om op de hoogte gehouden te worden en 'de belangen van de land- en tuinbouwsector maximaal te blijven behartigen'.