Licht in de duisternis - het doet het altijd. Zelfs vandaag, met de stichtende inzichten die de wetenschap aan de lopende band verschaft, doen spookverhalen vrolijk de ronde, zeker als er een vaag en ongrijpbaar groenig licht in een pikdonkere nacht aan te pas komt. Of licht in de grond dat aan- en uitgaat in functie van hoe je beweegt, alsof je gevolgd wordt door iets onzichtbaars. Als je fan bent van de verhalen van The Lord of the Rings, met hun bizarre en dikwijls gevaarlijke ondergrondse wezentjes, kan het huiveringen uitlokken. Dat is niet altijd een onaangenaam gevoel.
...

Licht in de duisternis - het doet het altijd. Zelfs vandaag, met de stichtende inzichten die de wetenschap aan de lopende band verschaft, doen spookverhalen vrolijk de ronde, zeker als er een vaag en ongrijpbaar groenig licht in een pikdonkere nacht aan te pas komt. Of licht in de grond dat aan- en uitgaat in functie van hoe je beweegt, alsof je gevolgd wordt door iets onzichtbaars. Als je fan bent van de verhalen van The Lord of the Rings, met hun bizarre en dikwijls gevaarlijke ondergrondse wezentjes, kan het huiveringen uitlokken. Dat is niet altijd een onaangenaam gevoel. Het overkwam leden van de Natuurpuntafdeling Grote Nete, die tijdens nachtwandelingen in een holle weg in een bos vergast werden op een spookachtige lichtshow in een modderige bodem. Onderzoeker Jan Soors van het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) kon de producent achterhalen: een niet meer dan 1 centimeter lang en doorgaans wit wormpje dat smal als een draadje is en wat van een miniregenworm heeft. Speurwerk met een internationale dimensie onthulde dat het om een vrij banaal potwormpje ging waarvan niet eens bekend was dat het licht kon maken. Licht geven is mogelijk couranter in de wormenfamilie dan wetenschappers vermoeden. Wereldwijd zijn er zo'n zevenduizend soorten regenwormen beschreven - in onze contreien komen er vijfentwintig voor -, waarvan een kleine honderd licht zou maken. Een opvallende vertegenwoordiger van die lichtproducenten is recent in Vlaanderen en Nederland ontdekt, zo meldde Jan Soors met een aantal collega's in een bericht van Natuurpunt. Het gaat om de fosforworm. Die zou oorspronkelijk uit Argentinië stammen, maar heeft een mondiale verovering ingezet. Zelfs in Siberië is hij al gesignaleerd. Het gaat om een kleine en dus onopvallende regenworm van een dikke millimeter dik. Hij wordt maximaal drieënhalve centimeter lang. Hij zou zich vooral verspreid hebben via plantenhandel en stenen die als ballast voor schepen dienden en gedumpt werden. In het Verenigd Koninkrijk heeft de soort zich zo goed gevestigd dat ze her en der al als een 'plaag' wordt beschouwd, vooral op golfterreinen.Het groenige licht komt van een slijm dat uit de mond, anus of zelfs huid van het dier kan sijpelen. Het is niet uitgesloten dat het alvast bij potwormen geproduceerd wordt door eencellige diertjes die in het wormenlichaam vertoeven. Je kunt je afvragen waarom soorten die overwegend in volle grond leven verlichting nodig hebben, maar algemeen wordt aangenomen dat het een afschrikkingsmechanisme is om predatoren op afstand te houden - nachtdieren kunnen zich ongemakkelijk voelen bij zelfs het minste licht. Ook in de bodem worden wormen geviseerd door een breed gamma aan wormeneters. De kleine fosforworm kun je onderscheiden van 'gewone' regenwormen doordat de verdikking op zijn lichaam ('zadel' geheten) die de geslachtsorganen bevat meer in het midden zit dan ergens aan de achterzijde. Je kunt het licht van het diertje het hele jaar door waarnemen, onder meer in en rond composthopen.