Voor het tweede jaar op rij speelde er zich in mijn natuurlijke leefomgeving een drama af, waar ik niet goed van ben. Vooral omdat het me opzadelt met een dilemma rond een dier dat ik altijd heb verdedigd tegen een weerbarstige en zelfs ronduit vijandige wereld in. Ik ben altijd blij als ik een vos zie - het zijn mooie dieren. Ik zie ook steeds meer vossen in mijn leefomgeving, levende vossen wel te verstaan, want tot voor een jaar of vijf betroffen mijn vossenwaarnemingen vooral verkeersslachtoffers.
...

Voor het tweede jaar op rij speelde er zich in mijn natuurlijke leefomgeving een drama af, waar ik niet goed van ben. Vooral omdat het me opzadelt met een dilemma rond een dier dat ik altijd heb verdedigd tegen een weerbarstige en zelfs ronduit vijandige wereld in. Ik ben altijd blij als ik een vos zie - het zijn mooie dieren. Ik zie ook steeds meer vossen in mijn leefomgeving, levende vossen wel te verstaan, want tot voor een jaar of vijf betroffen mijn vossenwaarnemingen vooral verkeersslachtoffers. Maar vorige week raakte een vos me recht in mijn vogelliefhebbershart. Voor het tweede jaar op rij bereikte een vos het broedeiland van de uiterst zeldzame lepelaar in het Antwerpse havengebied. Lepelaars behoren tot mijn lievelingsvogels - ik zie ze nog liever dan vossen. Vele jonge dieren worden op het nest geringd met kleurringcombinaties, zodat je hun wel en wee kunt volgen. Ik lees veel ringen van lepelaars af met mijn telescoop. Vorig jaar was ik zelfs Europees recordhouder inzake lepelaarringaflezingen (echt iets voor op mijn cv), niet moeilijk met een broedkolonie in de buurt en een van de weinige plekken in West-Europa waar lepelaars blijven overwinteren - de meeste vogels migreren in de herfst naar Zuid-Europa of West-Afrika. Ik ben altijd blij als ik ze zie, en het idee dat je hun levensloop wat kunt volgen, schept een band - ik zie geregeld dezelfde vogels terug. De kuikentjes die je in de broedkolonie bezig kunt zien, doen me denken aan de schattige beatlekopjes van de jongen van de blauwe reiger die ik jarenlang voor mijn doctoraat volgde.Zoals het geval is wanneer een vos in een kippenhok terechtkomt, was de ravage in de kolonie niet te overzien. Er waren ongeveer vijftien nesten, waarvan de meeste nog kleine jongen of eieren hadden. Alle nesten werden na de raid verlaten. Slechts zeven jongen, die al groot genoeg waren om weg te kunnen komen, ontsnapten aan de dodendans. De vos is zich natuurlijk niet bewust van de gevolgen van zijn instinctieve acties. Hij maakt geen onderscheid tussen een kippenhok of een lepelaarkolonie. Zo richt hij af en toe ravages aan voor het natuurbehoud. Dan gaan zelfs diehard natuurbeschermers die ook de vos koesteren met de handen in het haar.Vorig jaar was er min of meer hetzelfde scenario, in ongeveer dezelfde periode van het broedseizoen. Misschien was het geringer aantal nestelende vogels dit jaar er een gevolg van. De broedplaats was tot voor kort de enige kolonie van de zeldzame soort in Vlaanderen. Sinds 2013 broedt er een aantal koppels in het reservaat De Blankaart in het West-Vlaamse Woumen. Uit enkele andere regio's in Vlaanderen worden 'broedverdachte' dieren gemeld, maar het is nog niet zeker of dat een areaaluitbreiding impliceert.Het eerste broedgeval in het havengebied werd in 2003 genoteerd. Vanaf het tweede jaar ging het aantal al omhoog. De dieren broeden op een vreemde locatie, op een grote hoop takken die na natuurbeschermingswerken achterbleven - je kunt je niet voorstellen waarom ze nét daar gingen nestelen. Ze broeden er met gigantische containerschepen in het decor, een absurd beeld. In 2011 werd een maximum van 35 broedkoppels geregistreerd - dat was drummen op de niet zo grote takkenhoop. In totaal bracht de kolonie meer dan 380 jongen groot. Dat kan als een succes worden beschouwd.Maar na 2011 ging het aantal broedvogels achteruit. Misschien had dat met de komst van de vos in de buurt te maken. Na het drama van vorig jaar werd een draad gespannen tussen de oever en het broedeiland (dat vrij dicht bij de rand van de plas ligt). Het mocht niet baten, de vos vond toch een weg naar de kolonie. Natuurbeheerders van de Vlaamse overheid hebben het dier dat ze voor het drama verantwoordelijk achten, ondertussen laten liquideren, maar het valt te vrezen dat de schade zich naar volgend jaar zal vertalen: het is niet gezegd dat alle lepelaars naar de plek zullen terugkeren.Er zijn alternatieve broedgelegenheden in de omgeving beschikbaar, maar vooralsnog lieten de lepelaars er geen interesse in blijken. Men zou kunnen overwegen om de takkenhoop te verplaatsen naar een ondiepe plek midden in de plas, verder van de oever - daar wordt over nagedacht. Voor het totale bestand van de soort zal het niet veel uitmaken. In het Nederlandse Bergen-op-Zoom, in vogelvlucht amper 20 kilometer van het havengebied gelegen, is er een kolonie met meer dan tweehonderd koppels, en die ligt buiten bereik van vossen. Er zijn in Nederland trouwens ook al drama's met vossen in lepelaarkolonies geweest, maar ze hebben de opmars van de soort niet geremd.Je zou dus ook hier kunnen zeggen: laat de natuur zijn gang gaan. De lepelaars moeten zich maar aanpassen aan de aanwezigheid van roofdieren door, bijvoorbeeld, in bomen of struiken te gaan broeden (wat ze in de West-Vlaamse kolonie doen). Je zou kunnen zeggen: ook de vos verdient zijn plek in onze natuur (en niet uitsluitend in onze steden, waar hij kind aan huis is geworden). Zonder mensen moesten prooidieren zich ook aanpassen aan de aanwezigheid van roofdieren, en als dat niet was gelukt zouden ze er niet meer zijn. Maar de sterke invloed van de mens op onze natuur werkt het succes van cultuurvolgers als de vos in de hand. Misschien is er dus toch sprake van wat oneerlijke concurrentie. En is het verantwoord dat zeldzame vogels her en der een handje wordt geholpen. Ik ben er nog niet uit, maar het lepelaardrama heeft wel voor een grote crisis in mijn vossenminnende hoofd gezorgd.