Maandag begint in Parijs de 21ste klimaatconferentie van de Verenigde Naties. Het doel is om "een wettelijk bindende, universele overeenkomst te sluiten", die geldt voor alle landen ter wereld... Nou, succes ermee, jongens. Als alternatief hebben wij bij Spiked een klimaatmanifest geschreven, vertaald en bewerkt door Tegengeluid, ons Nederlandse neefje.
...

Maandag begint in Parijs de 21ste klimaatconferentie van de Verenigde Naties. Het doel is om "een wettelijk bindende, universele overeenkomst te sluiten", die geldt voor alle landen ter wereld... Nou, succes ermee, jongens. Als alternatief hebben wij bij Spiked een klimaatmanifest geschreven, vertaald en bewerkt door Tegengeluid, ons Nederlandse neefje. De mens is lang gezien als heerser over deze planeet. In Genesis zei God dat we zullen "heersen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het gedierte dat over de grond kruipt". (Nog bedankt, trouwens.) De denkers van de Verlichting zeiden het anders: "Laten we de geheimen van de natuur ontrafelen." Maar vandaag wordt de mensheid vanwege haar dominantie omschreven als een kankergezwel, een serieuze planetaire plaag die Moeder Aarde in een coma jaagt. Onze grootste prestaties (industrie, wolkenkrabbers, steden) worden afgedaan als misplaatste arrogantie. De milieureddertjes willen dat we onze "ecologische voetafdruk" verkleinen - alsof onze geweldige doorbraken niets meer waren dan dwaasheden die maar snel moeten worden teruggedraaid. No way! We zijn niet bezig onze planeet te vernietigen, maar om haar bewoonbaar te maken voor steeds meer mensen. Die "voetafdruk" van ons - u weet wel, dat duizenden jaren oude project om de woeste natuur om ons heen te temmen - moet niet kleiner, maar juist groter. Veel groter. Vanouds was overvloed een streven in vele samenlevingen. Meer eten. Grotere huizen. Betere spullen. De Israëliërs droomden van een "land van melk en honing", een socialist als Sylvia Pankhurst droomde van "een enorme productie die meer levert dan wij mensen kunnen consumeren". We wisten één ding zeker: overvloed zal ons bevrijden en maakt ons leven een stuk makkelijker. Met overvloed hoeven we minder te zwoegen en is er meer tijd voor leuke dingen, zoals het leven. Hoera! Helaas. In dit eco-tijdperk wordt overvloed gezien als een nachtmerrie. Genoeg is genoeg, zeggen de duffe aanhangers van het genoegisme, die zelf makkelijk praten hebben. Economische groei zou volgens hen maar leiden tot eindeloze vervuiling. Onze behoefte aan wat materiële comfort zou een mentale ziekte zijn. Jawel, de zonde van onze hebzucht is teruggekeerd in een pseudo-wetenschappelijk jasje. Laten wij, humanisten, erop wijzen dat groei goed is. Sterker, laten wij benadrukken dat groei essentieel is om te voorzien in onze wensen en om onze tijd en onze geesten te bevrijden, zodat we onze dromen kunnen realiseren. De enige ontwikkeling die vandaag nog enigszins acceptabel wordt geacht, is "duurzame ontwikkeling". Dat klinkt prettig. Wie wil de dingen nu on-duurzaam doen? Maar de cultus van duurzaamheid is tekenend voor het moderne gebrek aan ambitie en moed. Ze vereist alleen kleinschalige projecten zonder al teveel milieustress. Tja, stel je voor dat er elders op de wereld óók een Industriële Revolutie zou komen. Stel je voor dat grote groepen arme mensen ineens weten wat vooruitgang is. Stel je voor dat er grote omwentelingen komen! Duurzaamheid wordt gebruikt als waarschuwing tegen al te stoutmoedige idealen om de wereld opnieuw vorm te geven en beter te maken voor meer mensen. (Afrikanen, zo lijken de groenen wel eens te vergeten, zijn namelijk óók mensen; niet alleen maar een hinderlijke mond die moet worden gevoed.) Duurzaamheid is een intellectuele dwangbuis voor de progressieven. Daar moeten we ons uit losworstelen. Serieus debat wordt voortdurend ingeperkt, ook wanneer het onze toekomst betreft. Iedereen die vragen stelt bij de klimaatwetenschap of het klimaatbeleid wordt afgeserveerd als een dwarsligger of "ontkenner". Klimaatscepticisme zou volgens sommigen een psychologische aandoening zijn. Niets nieuws onder de zon; de zedenmeesters die beschikten over censuur hebben hun tegenstanders altijd afgeschilderd als fout, immoreel en gevaarlijk. Het gebruik van het woord "klimaatontkenner" - dat niet zonder toeval een tamelijk walgelijke vergelijking oproept met de ontkenners van de Holocaust - veronderstelt een algemeen vastgestelde Waarheid die we hebben te slikken en die geen tegenspraak duldt. Dat roept om eerherstel van de scepsis! Niet omdat klimaatsceptici altijd zulke interessante dingen te zeggen hebben, maar omdat iedere doorbraak in de geschiedenis is begonnen uit een bereidheid om te twijfelen aan de heersende opinie en ongebruikelijke, soms zelfs irritante vragen te stellen. Vroeger staken zelfs marxisten de loftrompet over de kwaliteit van het kapitalisme om productie en handel grenzeloos te maken. De "snelle verbetering van alle productiemiddelen", inclusief nieuwe manieren van communicatie, "rukt ook de meest barbaarse volken in de kring van de beschaving", jubelden Karl Marx en Friedrich Engels in 1848. Vandaag zitten we echter met "locavoren": lieden die alleen eten wat binnen een straal van 160,93 kilometer, ofwel 100 mijl, groeit of wordt verbouwd - en er nog trots op zijn ook. We hebben de lobbyisten die zeuren over "food miles", ofwel de afstand tussen boer en bord die zou moeten rechtvaardigen dat we onze boontjes in elk geval níet bij de boeren uit Kenia gaan halen. Eigen boontjes eerst. Deze "ecoïsten" vieren de wederopstanding van het protectionisme, geheel verwoord in dat rare, groene taaltje van ze. Het leidt ertoe dat mensen in ontwikkelingslanden kunnen fluiten naar hun werk en inkomen. Bah. We hebben meer - veel meer - waardevolle verbintenissen tussen Noord en Zuid nodig, niet minder. Of we nu op zoek gaan naar steenkool of uranium ontginnen, ons gebruik van de schatten der aarde om energie op te wekken wordt met argusogen bekeken. Kennelijk moeten we alles maar in de grond laten. De aarde is als een warenhuis van waardevolle grondstoffen waar we hooguit eventjes mogen lenen wat we echt, écht nodig denken te hebben.Paniek over het opraken van grondstoffen is niet gebaseerd op harde bewijzen, maar op een overtuiging dat we er eigenlijk met onze vingers vanaf moeten blijven. Alsof wij mensen alleen maar consumenten en niet óók producenten. Alsof we de aarde alleen maar vernietigen en niet voortdurend de wereld mooier maken. Het creëren van energie is niet het probleem, maar de oplossing. Want energie stelt ons in staat om industriële vooruitgang te realiseren, om hele steden te verlichten, om het warm te hebben als het buiten koud is, om ons leven aangenamer te maken. Meer energie = meer leven. Onze leiders houden internationale klimaatconferenties in de hoop om iets als een gevoel van historisch momentum te vinden dat zo ernstig afwezig is in de alledaagse politiek. Politici zijn niet in staat om een grote visie te formuleren - over de toekomst, over vooruitgang - en om dat te verdoezelen, doen ze alsof ze "geschiedenis schrijven" door zich heldhaftig in te zetten voor een of andere loze belofte op papier die ons hel en verdoemenis zal besparen. Al die Klimaattoppen gaan de crisis van politieke visie niet oplossen; ze onderstrepen die crisis juist. Terwijl onze leiders zich openlijk teleurgesteld uiten over het gebrek aan "een gevoel van urgentie" over klimaatverandering bij het grote publiek, keert het grote publiek zich af - en terecht. Want "het grote publiek" - de zwijgende meerderheid met belangrijker dingen aan het hoofd dan urenlang twitteren - ziet zo'n dure Klimaattop als zonde van het geld. Iedere keer zeggen ze tegen opiniepeilers dat klimaatverandering niet het belangrijkste probleem is, maar er wordt toch niet geluisterd. Het democratisch tekort - de gáááhááápende kloof tussen de heersers en degenen namens/over wie zij heersen - zal niet worden opgelost door met andere hotemetoten interessant te lopen doen tijdens chique conferenties, waarvan iedereen met een hersencel weet dat ze niets zullen veranderen. We hebben een open en eerlijk debat nodig en een dosis gezond verstand. Iemand in de politiek met een beetje durf en visie zou ook prettig zijn. Vroeger dachten veel mensen dat er een wit, harig wezen was, ergens hoog in de wolken, die ons aardse gedrag zou beoordelen. Vandaag geldt voor veel mensen een ander wit, harig wezen als de barometer voor menselijke hoogmoed: de ijsbeer, ergens ver weg op de Noordpool. Alles wat we doen, wordt gemeten aan de hand van de vermeende impact op de ijskappen, de habitat van onze troetelbeer, of andere natuurlijke fenomenen. Want, pas maar op, anders slaat de natuur terug met rampen en ellende. Dit denken vertegenwordigt de terugkeer van een achterlijke moraliteit: eentje die het menselijk gedrag wil intomen en beheersen door mythische verhalen over zondig gedrag en de zoete wraak van Moeder Aarde. Het is half-religieuze bangmakerij die het volk in z'n hok moet houden. Het is tijd dat we de mens als morele standaard gaan zien. Tijd om ons leven te leiden in termen die níet worden bepaald door die akelige misantropen met hun zorgen om de zielige ijsbeer en de dikkopschildpad. Als het gaat om politieke besluitvorming over vooruitgang en ontwikkeling, zou er eigenlijk maar één vraag moeten worden gesteld: zal dit wel of niet voordeel opleveren voor het leven van de mens? (Met dank aan Tegengeluid, de nieuwsbrief voor dwarsdenkers. Dit artikel verscheen eerder op de website van Spiked. Vertaling: Marco Visscher.)