De Griekse godin van de wijsheid Athene droeg een steenuil als compagnon op haar schouder, de Hopi Indianen zien de holenuil als God van de dood en in het Midden-Oosten was men doodsbang voor uilen omdat het kwade geesten zouden zijn die in het holst van de nacht kinderen uit hun bedje wegplukten. Uilen hebben iets betoverends, alleen al het klagende 'hoehoe' van een bosuil in het holst van de nacht ontroert mensen.

Vogelaar en cabaretier Begijn Le Bleu begrijpt die fascinatie: 'Als ik 's nachts te voet op pad ben in de wetenschap dat er ergens een machtige uil me zit te bespieden vanuit een boom: dat geeft mij een adrenalinestoot. Doordat hun ogen vooraan in hun kop staan, hebben ze een menselijke look. Ze hebben een blik die recht door je heen gaat. Een zenmonnik is er niks bij. De rust en sereniteit waarmee ze kijken met die gefronsde wenkbrauwstreep is indrukwekkend.'

Toen Begijn Le Bleu en Jeroen Denaeghel - journalist, woordvoerder voor Agentschap Natuur en Bos en medevogelfanaat - vorig jaar besloten om een nieuw tijdschrift over vogels te lanceren, was de keuze snel gemaakt: het eerste nummer van Fwiet zou gewijd worden aan uilen. 'Want een uil is een beest dat elke vogelkijker koestert. Mijn favoriete soort is de velduil omdat die zeldzaam is en omdat je er qua levenswijze en verspreiding niet echt een peil op kunt trekken. Niks zo mooi als een eenzame velduil die jagend in een open landschap zweeft bij valavond.

Begijn Le Bleu, Fwiet
Begijn Le Bleu © Fwiet

'Iedereen heeft wel een beeld bij een uil, maar waarin onderscheiden uilen zich van andere roofvogels?

Begijn Le Bleu: Het nachtelijk leven, hun prachtige en aparte uiterlijk en hun manier van jagen zijn drie kenmerken die toch anders zijn en vooral meer gespecialiseerd dan bij andere vogels.

Zijn uilen echt slimmer dan andere vogels?

Le Bleu: Op basis van mijn ervaring en wat ik gelezen heb zijn ze niet zozeer slimmer. Je zou bijvoorbeeld verschieten van de indrukwekkende levenswijze van een 'doodgewone' roodborst. Een deel van deze populatie is trekvogel en oriënteert zich op het weer of de sterrenhemel. Ook niet mis. Voor mij is dat ook een soort intelligentie, misschien niet wat wij onze klassieke intelligentie noemen. Maar uilen hebben wel een speciale gereedschapskist om 's nachts te jagen. Die doorgedreven specialisatie maakt hen bijzonder, vind ik. Hun geruisloze vlucht, hun gesofisticeerde gehoor en het gezichtsmasker dat functioneert als een soort schotelantenne om beter geluiden op te vangen zijn aantoonbare en spectaculaire aanpassingen om te overleven.

Komen uilen overal in de wereld voor?

Le Bleu: Jawel, er komen in heel de wereld zo'n kleine 200 soorten voor. Het frappante is dat je soms duidelijk ziet dat ze aangepast zijn aan de omstandigheden waarin ze leven. Dat is eigenlijk bij alle planten- en diersoorten zo, maar ik vind dat meer uitgesproken bij uilen. De holenuil is een soort die onder andere in de savannes van het Amerikaanse continent voorkomt. Het is een loopuiltje met lange, haast onbevederde poten die onder de grond broedt in holen van knaagdieren. Die lange poten zijn natuurlijk zijn aanpassing aan het biotoop waar hij leeft.

De Zuid-Aziatische valkuil, die in Azië voorkomt, heeft dan weer buitenproportioneel grote ogen. Misschien wel omdat ze in dichte wouden leven en meer beroep moeten doen op hun zicht. Uilen hebben trouwens in verhouding al grotere ogen dan wij. Wat diversiteit betreft lijkt er geen einde te komen aan de verschillende evoluties die soorten ondergaan.

Zijn alle in België levende uilen - de bosuil, ransuil, kerkuil, steenuil, oehoe, velduil en ruigpootuil - nachtdieren?

Le Bleu: Sommige uilen zoals de velduil en de steenuil zijn ook overdag actief. Ze hebben gele ogen en dat wijst op hun leven overdag. Ransuilen en oehoes hebben oranje ogen en jagen bij zonsop- of ondergang. De kerkuil en de bosuil hebben dan weer zwarte ogen en dat zijn de pure nachtjagers.

Maken alle uilen braakballen? En waarom doen ze dat?

Le Bleu: Sterker nog: veel vogelsoorten maken braakballen. Ook de ijsvogel bijvoorbeeld en kraaiachtigen en meeuwensoorten. Misschien zijn de braakballen van uilen wel 'populairder' omdat je er onverteerbare prooiresten zoals botjes en vogel- of muizenschedeltjes in kunt ontdekken. Dat is ook de reden waarom ze die braakballen produceren: onverteerbare resten worden uitgebraakt. Een uil eet een prooi met huid en haar op en heeft dus meer prooiresten op te geven. Steenuilen produceren wel braakballen, maar 'met mate'. Het zijn niet zo'n uitgesproken balletjes en ze produceren ze ook minder frequent dan de rest.

Leven uilen alleen, zijn ze monogaam en wat is de rol van de vader in het grootbrengen van de kuikens?

Le Bleu: Steenuilen zijn monogaam voor het leven, de rest is minstens seriëel monogaam (ze blijven één seizoen bij hun partner), hoewel polygamie al is vastgesteld bij de kerkuil. De rol van het mannetje is het zorgen voor voedsel voor de jongen. Vaak brengt het mannetje al voedsel naar het vrouwtje als ze begint te broeden op de eieren.

Kerkuil, Getty Images
Kerkuil © Getty Images

Gaat het goed met de uilenpopulatie in België?

Le Bleu: Sommige soorten doen het goed. De bosuil bijvoorbeeld heeft een opmars gemaakt en is nu zelfs ook te vinden buiten zijn oorspronkelijke bosbiotoop. De kerkuil is ook weer meer van de partij dan voorheen, dankzij vrijwilligers die nestbakken ophangen en zo het dichttimmeren van stallen en kerken compenseren. De grootste uilensoort van Europa, de oehoe, broedt weer in Vlaanderen dankzij herintroductie van de soort in Duitsland in de jaren zestig. De steenuil doet het dan weer minder goed omdat die leeft in cultuurlandschappen waar stalletjes zijn om in te verblijven en hoogstamboomgaarden om in te broeden. De biodiversiteitscrash van het platteland zou wel eens de nekslag voor deze soort kunnen zijn. Je ziet elementen als hoogstam uit ons landschap verdwijnen en daar heeft de steenuil onder te lijden.

Met welke gevaren hebben uilen te maken?

Le Bleu: De mens is een grote bedreiging. De habitat van uilen staat voortdurend onder druk. De ransuil, die voedselrijke graslanden nodig heeft, is bijvoorbeeld afhankelijk van de rijkdom aan biodiversiteit zoals muizen. Als dat achteruitgaat, gaat ook die soort achteruit. Ook het steeds meer hermetisch afsluiten van geschikte verblijfplaatsen zoals stallen of kerkgebouwen zorgt voor een achteruitgang. Het verkeer is een volgende grote bedreiging. Elk jaar zie je na het uitvliegen van de jongen heel wat verkeersslachtoffers onder de vogels, ook bij uilen.

Uit cijfers van Natuurpunt blijkt dat er tussen 12 december 2020 en 12 december 2021 109 bosuilen in het verkeer sneuvelden, 141 kerkuilen, 8 oehoes, 35 ransuilen, 31 steenuilen en 1 velduil. Waarschijnlijk ligt het werkelijke aantal dode uilen hoger want het gaat hier alleen over de overleden uilen die door mensen gesignaleerd worden en die ingegeven worden op waarnemingen.be.

Hebben uilen last van de klimaatopwarming?

Le Bleu: Kerkuilen hadden in de jaren tachtig en negentig nog regelmatig last van koude winters. Die doen de kerkuil de das om omdat ze dan geen muizen meer kunnen vangen die onder de grond verblijven. Hun vetreserves raken snel op en dat is dodelijk voor deze soort. De laatste jaren zijn de winters niet meer zo koud en dat speelt in het voordeel van de kerkuil. Hoe het effect op de andere soorten zit weet ik niet, maar de klimaatopwarming hoeft dus niet altijd een negatieve uitwerking te hebben.

Oehoe, Getty Images
Oehoe © Getty Images

Waar en in welke tijd van het jaar heb je de meeste kans om uilen te zien?

Le Bleu: Je moet eigenlijk op voorhand weten waar ze precies zitten. In het voorjaar zijn ze het actiefst omdat ze dan gaan broeden. Ga niet zomaar roekeloos uilen spotten of ze uitlokken. Ze zijn bijzonder gevoelig voor verstoring. Ransuilen verblijven in groepjes 'roesten' (een dutje doen) in naaldbosjes. Je merkt onmiddellijk hun alertheid aan hun oorpluimpjes die ze oprichten als ze je in de gaten krijgen. Met die pluimpjes drukken ze emoties uit. Soms zie je foto's van zogenaamde natuurfotografen waarop je zo de stress van een beest kunt aflezen. De ransuil begint zich dan wat te bukken en de oorpluimen gaan omhoog. Ik heb al eens gereageerd op zo'n fotoreeks waar ik van dacht: dit gaat echt te ver. Vaak nemen ze foto's met een flitser en dan jaag je de dieren weg.

Soms zijn er uilenwandelingen met vogelwerkgroepen. Die begeleiding is vaak met veel kennis en respect voor het dier opgevat. Dat zijn mooie en goede momenten om uilen te zien. Spot je er toch eentje op eigen initiatief: hou dan je adem in, blijf op afstand en ga vooral zeer spaarzaam om met je bezoek aan die plaats want verstoring is zo gebeurd.

De meeste mensen zien uilen alleen in roofvogelshows. Zijn die een goed alternatief?

Le Bleu: Wilde dieren horen niet in kooien. Ik vind zelfs dat je wilde dieren die geboren zijn in gevangenschap moeilijk kunt houden in kooien. Ze horen er gewoonweg niet. Dat heb ik voornamelijk bij grotere exemplaren omdat die ook veel ruimte nodig hebben. Ik ken een valkenier die goed voor zijn vogels zorgt. Zo'n relatie heeft natuurlijk een vleug romantiek, maar de man is er dag en nacht mee bezig. Het wordt voortdurend onderschat.

Uilen houden er van zich weg te steken in de kruin van een boom. Maar in gevangenschap zie je uilen vaak oncomfortabel schuifelen in vol daglicht zonder enige beschutting. Het zijn schuwe dieren die je blootstelt aan mensen die, vaak ongewild, de dieren uit het lood slaan door naar ze te roepen, expliciet naar ze te kijken, verkeerd te voederen en ga zo maar door. Sowieso zijn de afmetingen van kooien mijn inziens altijd te klein. Roofvogeleigenaars kopen al een uil voor 150 euro en gebruiken het dier vaak als verlengstuk van hun eigen ego. Ik kan daar verdrietig van worden. Niet zelden laten ze het dier dan na een paar maanden los omdat ze voor hen onhandelbaar zijn en te veel verzorging eisen. Eenmaal in de natuur blijken die vogels soms lastpakken te zijn omdat ze gewend zijn aan de mens en dichterbij durven komen dan anderen. Dat vertelde de eigenares van het vogelrevalidatiecentrum van Zundert in Nederland mij recentelijk.

Velduil, Getty Images
Velduil © Getty Images

Zijn uilen gevaarlijk voor mensen?

Le Bleu: Nee, tenzij je in een boom klimt waar een oehoe met een aantal jongen zit te broeden. Dan mag je wel eens heibel verwachten. Bosuilen zijn territoriaal en jagen andere uilensoorten weg uit hun territorium en houden niet van pottenkijkers. Maar voor zover ik weet zijn er nog geen gevallen van agressie bekend, behalve wanneer uilen uit gevangenschap worden vrijgelaten. Zijn ze toch niet opgezet met jouw aanwezigheid, ga dan rustig weg en begin niet wild te zwaaien of te roepen want dat zien ze als een bedreiging.

Kunnen mensen iets doen om uilen te helpen?

Le Bleu: Het is niet zo dat je bijvoorbeeld steenuilkasten in je tuin kunt hangen omdat je die soort wilt helpen. Het dier moet ook de juiste prooien kunnen vangen en de omgeving moet voldoen aan de typische vereisten voor die soort. Je kan daarom het beste te rade gaan bij bijvoorbeeld de steenuilenwerkgroep van Natuurpunt, de Natuurwerkgroep De kerkuil of bij de Vogelbescherming. Zij weten het beste wat je kan doen voor een bepaalde uilensoort.

Begijn Le Bleu schreef het boek 'Fwiet! Fwiet! De passie van het vogelkijken', maakt de podcast Fwiet Fwiet over vogels in de lage landen en lanceerde vorig jaar samen met Jeroen Denaeghel het vogelmagazine Fwiet. Het eerste nummer dat nog steeds te bestellen is via de website, is gewijd aan uilen. De tweede editie verscheen zojuist en gaat over trekvogels.

., Fwiet
. © Fwiet

Uilen in België

Bosuil

Bosuil, Getty Images
Bosuil © Getty Images

De bosuil is de talrijkste uil in Europa en maakt het typische geluid dat wij doorgaans met uilen associëren: 'hoehoe hoehoe'. Dat hoor je vooral in de winter. De mannelijke uilen maken daarmee duidelijk wat hun territorium is en ze proberen er vrouwtjes mee te lokken. Bosuilen vormen meestal een leven lang een paar en kunnen behoorlijk oud worden, zo'n 20 jaar in de natuur.

De bosuil is met een lengte van 37 tot 39 cm ongeveer zo groot als een kraai, heeft een ronde kop en geen oorpluimen. Qua kleur varieert zijn vacht van grijs tot roodbruin. Zoals de naam al suggereert, leven ze voornamelijk in bossen, maar ook in parken kan je ze tegenkomen. Ze bouwen hun nest bij voorkeur in boomholtes. Ze zijn 's nachts actief en hebben zwarte ogen. Ze zijn daarom niet makkelijk te zien, maar horen kan je ze des te beter.

Ransuil

Ransuil, Getty Images
Ransuil © Getty Images

De ransuil is iets kleiner dan de bosuil, oogt slanker, heeft opvallende oorpluimen bovenop de kop en een lange witte band tussen de ogen en snavel. Ze kunnen zich goed camoufleren omdat hun geelbruine vacht een soort boomschorspatroon heeft. Aan hun oranje ogen kan je zien dat ze in de vroege ochtend en bij het vallen van de avond actief zijn.

Ransuilen leven in agrarische gebieden, bossen, heidevelden, duinen en parken, maar je zal ze niet vinden in dichte bossen. Het geluid dat ze maken, klinkt minder luid dan dat van de bosuil. Jonge ransuilen daarentegen produceren juist een keihard en doordringend geluid zodat hun ouders altijd weten waar ze zitten.

Kerkuil

., Getty Images
. © Getty Images

Kerkuilen vallen op door hun fraaie uiterlijk, maar het geluid dat ze maken is minder aantrekkelijk. Het klinkt eerder als een bangmakende schreeuw. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun ronde lichtgekleurde kop en zwarte kraalogen die meteen verraden dat ze 's nachts op pad gaan.

Ze leven in halfopen landschappen en broeden in schuurtjes, kerken (vandaar de naam), andere gebouwen en in holle bomen. In volledig open weidelandschappen en in uitgestrekte bossen voelen ze zich niet thuis. Ze blijven meestal lang op dezelfde plaats, tenzij het heel koud wordt in de winter, dan trekken ze weg. Tijdens koude winters hebben deze uilen moeite om te overleven omdat hun belangrijkste prooien - muizen - dan onder de grond verblijven.

Steenuil

., Getty Images
. © Getty Images

De kleine steenuil (21-23 cm) is een graag geziene verschijning. Het uiltje met zijn felgele ogen is niet erg schuw en daarom relatief makkelijk te zien. Steenuilen leven in kleinschalig en rommelig boerenland en zitten vaak op paaltjes naar prooien te speuren. Ze zijn overdag actief. De steenuil was de trouwe metgezel van de Griekse godin van de wijsheid Athene.

Velduil

., Getty Images
. © Getty Images

De velduil komt niet veel voor in België en is ook elders in Europa niet talrijk. Het dier staat dan ook op de rode lijst van IUCN. Net als de steenuil is de velduil overdag actief. Ze hebben serieus kijkende gele ogen, kleine oorpluimpjes en een gemêleerd bruin-beige verenkleed. Ze leven het liefst in moerasachtige gebieden, in venen en in de duinen. Velduilen zijn - anders dan de andere in België voorkomende uilen - trekvogels. Ze zijn hier in de winter te vinden. Bijzonder is ook dat ze kunnen vliegen, lopen, springen en zelfs in bomen kunnen klimmen.

Oehoe

., Getty Images
. © Getty Images

De oehoe is niet alleen de grootste uil in ons land, maar in de wereld. Hij is 60 tot 75 cm groot en heeft een spanwijdte tot 1,7 meter. Toch is de oehoe moeilijk te zien door zijn schutkleuren. Overdag slaapt de oehoe en in de schemering komt hij tot leven. Hij is genoemd naar het geluid dat hij maakt. Oehoes leven het hele jaar door in hetzelfde gebied en kiezen hun territorium naar het voedsel dat ze er kunnen vinden. Ze komen voor van bossen tot aan de kust en van agrarische gebieden tot in de bergen. In de 19e en 20e eeuw waren er nog maar heel weinig oehoes over in Europa. Nu gaat het weer beter dankzij herintroductieprogramma's in Zweden en Duitsland. In ons land leven ze vooral in Wallonië.

Ruigpootuil

., Getty Images
. © Getty Images

De ruigpootuil (21-28 cm) ten slotte komt in België amper voor. Ze leven in dichte bossen omdat ze bij voorkeur broeden in holen in bomen zoals een oud nest van een zwarte specht. Opvallend aan deze uil is de grote kop in verhouding tot het lichaam. In België komen ze, volgens Natuurpunt, alleen voor in dichte sparrenbossen in de Ardennen.

De Griekse godin van de wijsheid Athene droeg een steenuil als compagnon op haar schouder, de Hopi Indianen zien de holenuil als God van de dood en in het Midden-Oosten was men doodsbang voor uilen omdat het kwade geesten zouden zijn die in het holst van de nacht kinderen uit hun bedje wegplukten. Uilen hebben iets betoverends, alleen al het klagende 'hoehoe' van een bosuil in het holst van de nacht ontroert mensen. Vogelaar en cabaretier Begijn Le Bleu begrijpt die fascinatie: 'Als ik 's nachts te voet op pad ben in de wetenschap dat er ergens een machtige uil me zit te bespieden vanuit een boom: dat geeft mij een adrenalinestoot. Doordat hun ogen vooraan in hun kop staan, hebben ze een menselijke look. Ze hebben een blik die recht door je heen gaat. Een zenmonnik is er niks bij. De rust en sereniteit waarmee ze kijken met die gefronsde wenkbrauwstreep is indrukwekkend.' Toen Begijn Le Bleu en Jeroen Denaeghel - journalist, woordvoerder voor Agentschap Natuur en Bos en medevogelfanaat - vorig jaar besloten om een nieuw tijdschrift over vogels te lanceren, was de keuze snel gemaakt: het eerste nummer van Fwiet zou gewijd worden aan uilen. 'Want een uil is een beest dat elke vogelkijker koestert. Mijn favoriete soort is de velduil omdat die zeldzaam is en omdat je er qua levenswijze en verspreiding niet echt een peil op kunt trekken. Niks zo mooi als een eenzame velduil die jagend in een open landschap zweeft bij valavond.Begijn Le Bleu: Het nachtelijk leven, hun prachtige en aparte uiterlijk en hun manier van jagen zijn drie kenmerken die toch anders zijn en vooral meer gespecialiseerd dan bij andere vogels. Le Bleu: Op basis van mijn ervaring en wat ik gelezen heb zijn ze niet zozeer slimmer. Je zou bijvoorbeeld verschieten van de indrukwekkende levenswijze van een 'doodgewone' roodborst. Een deel van deze populatie is trekvogel en oriënteert zich op het weer of de sterrenhemel. Ook niet mis. Voor mij is dat ook een soort intelligentie, misschien niet wat wij onze klassieke intelligentie noemen. Maar uilen hebben wel een speciale gereedschapskist om 's nachts te jagen. Die doorgedreven specialisatie maakt hen bijzonder, vind ik. Hun geruisloze vlucht, hun gesofisticeerde gehoor en het gezichtsmasker dat functioneert als een soort schotelantenne om beter geluiden op te vangen zijn aantoonbare en spectaculaire aanpassingen om te overleven. Le Bleu: Jawel, er komen in heel de wereld zo'n kleine 200 soorten voor. Het frappante is dat je soms duidelijk ziet dat ze aangepast zijn aan de omstandigheden waarin ze leven. Dat is eigenlijk bij alle planten- en diersoorten zo, maar ik vind dat meer uitgesproken bij uilen. De holenuil is een soort die onder andere in de savannes van het Amerikaanse continent voorkomt. Het is een loopuiltje met lange, haast onbevederde poten die onder de grond broedt in holen van knaagdieren. Die lange poten zijn natuurlijk zijn aanpassing aan het biotoop waar hij leeft. De Zuid-Aziatische valkuil, die in Azië voorkomt, heeft dan weer buitenproportioneel grote ogen. Misschien wel omdat ze in dichte wouden leven en meer beroep moeten doen op hun zicht. Uilen hebben trouwens in verhouding al grotere ogen dan wij. Wat diversiteit betreft lijkt er geen einde te komen aan de verschillende evoluties die soorten ondergaan.Le Bleu: Sommige uilen zoals de velduil en de steenuil zijn ook overdag actief. Ze hebben gele ogen en dat wijst op hun leven overdag. Ransuilen en oehoes hebben oranje ogen en jagen bij zonsop- of ondergang. De kerkuil en de bosuil hebben dan weer zwarte ogen en dat zijn de pure nachtjagers.Le Bleu: Sterker nog: veel vogelsoorten maken braakballen. Ook de ijsvogel bijvoorbeeld en kraaiachtigen en meeuwensoorten. Misschien zijn de braakballen van uilen wel 'populairder' omdat je er onverteerbare prooiresten zoals botjes en vogel- of muizenschedeltjes in kunt ontdekken. Dat is ook de reden waarom ze die braakballen produceren: onverteerbare resten worden uitgebraakt. Een uil eet een prooi met huid en haar op en heeft dus meer prooiresten op te geven. Steenuilen produceren wel braakballen, maar 'met mate'. Het zijn niet zo'n uitgesproken balletjes en ze produceren ze ook minder frequent dan de rest. Le Bleu: Steenuilen zijn monogaam voor het leven, de rest is minstens seriëel monogaam (ze blijven één seizoen bij hun partner), hoewel polygamie al is vastgesteld bij de kerkuil. De rol van het mannetje is het zorgen voor voedsel voor de jongen. Vaak brengt het mannetje al voedsel naar het vrouwtje als ze begint te broeden op de eieren. Le Bleu: Sommige soorten doen het goed. De bosuil bijvoorbeeld heeft een opmars gemaakt en is nu zelfs ook te vinden buiten zijn oorspronkelijke bosbiotoop. De kerkuil is ook weer meer van de partij dan voorheen, dankzij vrijwilligers die nestbakken ophangen en zo het dichttimmeren van stallen en kerken compenseren. De grootste uilensoort van Europa, de oehoe, broedt weer in Vlaanderen dankzij herintroductie van de soort in Duitsland in de jaren zestig. De steenuil doet het dan weer minder goed omdat die leeft in cultuurlandschappen waar stalletjes zijn om in te verblijven en hoogstamboomgaarden om in te broeden. De biodiversiteitscrash van het platteland zou wel eens de nekslag voor deze soort kunnen zijn. Je ziet elementen als hoogstam uit ons landschap verdwijnen en daar heeft de steenuil onder te lijden.Le Bleu: De mens is een grote bedreiging. De habitat van uilen staat voortdurend onder druk. De ransuil, die voedselrijke graslanden nodig heeft, is bijvoorbeeld afhankelijk van de rijkdom aan biodiversiteit zoals muizen. Als dat achteruitgaat, gaat ook die soort achteruit. Ook het steeds meer hermetisch afsluiten van geschikte verblijfplaatsen zoals stallen of kerkgebouwen zorgt voor een achteruitgang. Het verkeer is een volgende grote bedreiging. Elk jaar zie je na het uitvliegen van de jongen heel wat verkeersslachtoffers onder de vogels, ook bij uilen. Le Bleu: Kerkuilen hadden in de jaren tachtig en negentig nog regelmatig last van koude winters. Die doen de kerkuil de das om omdat ze dan geen muizen meer kunnen vangen die onder de grond verblijven. Hun vetreserves raken snel op en dat is dodelijk voor deze soort. De laatste jaren zijn de winters niet meer zo koud en dat speelt in het voordeel van de kerkuil. Hoe het effect op de andere soorten zit weet ik niet, maar de klimaatopwarming hoeft dus niet altijd een negatieve uitwerking te hebben.Le Bleu: Je moet eigenlijk op voorhand weten waar ze precies zitten. In het voorjaar zijn ze het actiefst omdat ze dan gaan broeden. Ga niet zomaar roekeloos uilen spotten of ze uitlokken. Ze zijn bijzonder gevoelig voor verstoring. Ransuilen verblijven in groepjes 'roesten' (een dutje doen) in naaldbosjes. Je merkt onmiddellijk hun alertheid aan hun oorpluimpjes die ze oprichten als ze je in de gaten krijgen. Met die pluimpjes drukken ze emoties uit. Soms zie je foto's van zogenaamde natuurfotografen waarop je zo de stress van een beest kunt aflezen. De ransuil begint zich dan wat te bukken en de oorpluimen gaan omhoog. Ik heb al eens gereageerd op zo'n fotoreeks waar ik van dacht: dit gaat echt te ver. Vaak nemen ze foto's met een flitser en dan jaag je de dieren weg.Soms zijn er uilenwandelingen met vogelwerkgroepen. Die begeleiding is vaak met veel kennis en respect voor het dier opgevat. Dat zijn mooie en goede momenten om uilen te zien. Spot je er toch eentje op eigen initiatief: hou dan je adem in, blijf op afstand en ga vooral zeer spaarzaam om met je bezoek aan die plaats want verstoring is zo gebeurd. Le Bleu: Wilde dieren horen niet in kooien. Ik vind zelfs dat je wilde dieren die geboren zijn in gevangenschap moeilijk kunt houden in kooien. Ze horen er gewoonweg niet. Dat heb ik voornamelijk bij grotere exemplaren omdat die ook veel ruimte nodig hebben. Ik ken een valkenier die goed voor zijn vogels zorgt. Zo'n relatie heeft natuurlijk een vleug romantiek, maar de man is er dag en nacht mee bezig. Het wordt voortdurend onderschat.Uilen houden er van zich weg te steken in de kruin van een boom. Maar in gevangenschap zie je uilen vaak oncomfortabel schuifelen in vol daglicht zonder enige beschutting. Het zijn schuwe dieren die je blootstelt aan mensen die, vaak ongewild, de dieren uit het lood slaan door naar ze te roepen, expliciet naar ze te kijken, verkeerd te voederen en ga zo maar door. Sowieso zijn de afmetingen van kooien mijn inziens altijd te klein. Roofvogeleigenaars kopen al een uil voor 150 euro en gebruiken het dier vaak als verlengstuk van hun eigen ego. Ik kan daar verdrietig van worden. Niet zelden laten ze het dier dan na een paar maanden los omdat ze voor hen onhandelbaar zijn en te veel verzorging eisen. Eenmaal in de natuur blijken die vogels soms lastpakken te zijn omdat ze gewend zijn aan de mens en dichterbij durven komen dan anderen. Dat vertelde de eigenares van het vogelrevalidatiecentrum van Zundert in Nederland mij recentelijk. Le Bleu: Nee, tenzij je in een boom klimt waar een oehoe met een aantal jongen zit te broeden. Dan mag je wel eens heibel verwachten. Bosuilen zijn territoriaal en jagen andere uilensoorten weg uit hun territorium en houden niet van pottenkijkers. Maar voor zover ik weet zijn er nog geen gevallen van agressie bekend, behalve wanneer uilen uit gevangenschap worden vrijgelaten. Zijn ze toch niet opgezet met jouw aanwezigheid, ga dan rustig weg en begin niet wild te zwaaien of te roepen want dat zien ze als een bedreiging. Le Bleu: Het is niet zo dat je bijvoorbeeld steenuilkasten in je tuin kunt hangen omdat je die soort wilt helpen. Het dier moet ook de juiste prooien kunnen vangen en de omgeving moet voldoen aan de typische vereisten voor die soort. Je kan daarom het beste te rade gaan bij bijvoorbeeld de steenuilenwerkgroep van Natuurpunt, de Natuurwerkgroep De kerkuil of bij de Vogelbescherming. Zij weten het beste wat je kan doen voor een bepaalde uilensoort. BosuilDe bosuil is de talrijkste uil in Europa en maakt het typische geluid dat wij doorgaans met uilen associëren: 'hoehoe hoehoe'. Dat hoor je vooral in de winter. De mannelijke uilen maken daarmee duidelijk wat hun territorium is en ze proberen er vrouwtjes mee te lokken. Bosuilen vormen meestal een leven lang een paar en kunnen behoorlijk oud worden, zo'n 20 jaar in de natuur. De bosuil is met een lengte van 37 tot 39 cm ongeveer zo groot als een kraai, heeft een ronde kop en geen oorpluimen. Qua kleur varieert zijn vacht van grijs tot roodbruin. Zoals de naam al suggereert, leven ze voornamelijk in bossen, maar ook in parken kan je ze tegenkomen. Ze bouwen hun nest bij voorkeur in boomholtes. Ze zijn 's nachts actief en hebben zwarte ogen. Ze zijn daarom niet makkelijk te zien, maar horen kan je ze des te beter.RansuilDe ransuil is iets kleiner dan de bosuil, oogt slanker, heeft opvallende oorpluimen bovenop de kop en een lange witte band tussen de ogen en snavel. Ze kunnen zich goed camoufleren omdat hun geelbruine vacht een soort boomschorspatroon heeft. Aan hun oranje ogen kan je zien dat ze in de vroege ochtend en bij het vallen van de avond actief zijn. Ransuilen leven in agrarische gebieden, bossen, heidevelden, duinen en parken, maar je zal ze niet vinden in dichte bossen. Het geluid dat ze maken, klinkt minder luid dan dat van de bosuil. Jonge ransuilen daarentegen produceren juist een keihard en doordringend geluid zodat hun ouders altijd weten waar ze zitten.KerkuilKerkuilen vallen op door hun fraaie uiterlijk, maar het geluid dat ze maken is minder aantrekkelijk. Het klinkt eerder als een bangmakende schreeuw. Ze zijn gemakkelijk te herkennen aan hun ronde lichtgekleurde kop en zwarte kraalogen die meteen verraden dat ze 's nachts op pad gaan. Ze leven in halfopen landschappen en broeden in schuurtjes, kerken (vandaar de naam), andere gebouwen en in holle bomen. In volledig open weidelandschappen en in uitgestrekte bossen voelen ze zich niet thuis. Ze blijven meestal lang op dezelfde plaats, tenzij het heel koud wordt in de winter, dan trekken ze weg. Tijdens koude winters hebben deze uilen moeite om te overleven omdat hun belangrijkste prooien - muizen - dan onder de grond verblijven. SteenuilDe kleine steenuil (21-23 cm) is een graag geziene verschijning. Het uiltje met zijn felgele ogen is niet erg schuw en daarom relatief makkelijk te zien. Steenuilen leven in kleinschalig en rommelig boerenland en zitten vaak op paaltjes naar prooien te speuren. Ze zijn overdag actief. De steenuil was de trouwe metgezel van de Griekse godin van de wijsheid Athene.VelduilDe velduil komt niet veel voor in België en is ook elders in Europa niet talrijk. Het dier staat dan ook op de rode lijst van IUCN. Net als de steenuil is de velduil overdag actief. Ze hebben serieus kijkende gele ogen, kleine oorpluimpjes en een gemêleerd bruin-beige verenkleed. Ze leven het liefst in moerasachtige gebieden, in venen en in de duinen. Velduilen zijn - anders dan de andere in België voorkomende uilen - trekvogels. Ze zijn hier in de winter te vinden. Bijzonder is ook dat ze kunnen vliegen, lopen, springen en zelfs in bomen kunnen klimmen. OehoeDe oehoe is niet alleen de grootste uil in ons land, maar in de wereld. Hij is 60 tot 75 cm groot en heeft een spanwijdte tot 1,7 meter. Toch is de oehoe moeilijk te zien door zijn schutkleuren. Overdag slaapt de oehoe en in de schemering komt hij tot leven. Hij is genoemd naar het geluid dat hij maakt. Oehoes leven het hele jaar door in hetzelfde gebied en kiezen hun territorium naar het voedsel dat ze er kunnen vinden. Ze komen voor van bossen tot aan de kust en van agrarische gebieden tot in de bergen. In de 19e en 20e eeuw waren er nog maar heel weinig oehoes over in Europa. Nu gaat het weer beter dankzij herintroductieprogramma's in Zweden en Duitsland. In ons land leven ze vooral in Wallonië. RuigpootuilDe ruigpootuil (21-28 cm) ten slotte komt in België amper voor. Ze leven in dichte bossen omdat ze bij voorkeur broeden in holen in bomen zoals een oud nest van een zwarte specht. Opvallend aan deze uil is de grote kop in verhouding tot het lichaam. In België komen ze, volgens Natuurpunt, alleen voor in dichte sparrenbossen in de Ardennen.