Als je niet weet hoe een roerdomp klinkt, kun je schrikken als je hem hoort. Het lijkt alsof hij eerst diep zuchtend inademt en vervolgens hard uitademt, met een luid gebrom dat ver draagt. Niet-vogelkenners zullen er niet meteen een vogel in herkennen.
...

Als je niet weet hoe een roerdomp klinkt, kun je schrikken als je hem hoort. Het lijkt alsof hij eerst diep zuchtend inademt en vervolgens hard uitademt, met een luid gebrom dat ver draagt. Niet-vogelkenners zullen er niet meteen een vogel in herkennen. Maar de kans dat u zich ooit zult afvragen waar dat rare geluid vandaan komt, is klein. De roerdomp is uiterst zeldzaam in Vlaanderen. Hij verblijft vooral in vrij grote rietgebieden, en die staan in het Vlaamse landschap al lang onder druk. Een roerdomp spotten is helemaal een huzarenstuk. Het integraal in een bruine schutkleur gehulde dier is zo goed gecamoufleerd dat hij nauwelijks valt te onderscheiden van het rietgewas waarin hij graag vertoeft. En als hij gevaar voelt, strekt hij zijn nek en steekt zijn navel naar boven, zodat hij als het ware versmelt met de rietstengels waartussen hij zich bevindt. Wetenschappers noemen dat een 'paalhouding'. De roerdomp is een reiger. Anders dan veel reigersoorten broedt hij niet in kolonies en helpen vaders zelden bij het grootbrengen van de jongen. De moeders staan er alleen voor, behalve als hun partner uitzonderlijkerwijs monogaam is. In het begin moeten ze het voedselzoeken voor de eerste jongen combineren met de laatste broedactiviteiten: net als bij andere reigers komen de jongen niet gelijktijdig uit, waardoor ze in grootte verschillen. Dat is een aanpassing om het broedsucces te kunnen matchen met de beschikbaarheid van voedsel. Als er weinig eten is, krijgt de grootste alles en vallen de kleinste jongen een voor een af. Aanvankelijk zoeken roerdompmoeders in de buurt van het rietnest naar voedsel, waar ze vaak niet meer dan kikkers of kleine visjes verschalken. Later voeren ze voedselvluchten uit naar plekken waar geschiktere vis te vangen is. Op die momenten hebt u het meest kans een roerdomp te zien te krijgen. In de vlucht ziet hij eruit als een gedrongen reiger. Het gros van de Vlaamse roerdomppopulatie leeft in de Limburgse vijvergebieden. In 1970 broedde er alleen al in Limburg een zestigtal roerdompen, maar in de jaren 1990 was de soort als broedvogel haast volledig uit ons land verdwenen. Een specifiek op de roerdomp gericht natuurbeheer zorgde in de Limburgse vijvergebieden voor enig herstel. Er werden speciale broedgebieden gecreëerd: vijvers met voldoende riet en voor roerdompen geschikte vis. Toch zullen er in heel Vlaanderen tegenwoordig niet veel meer dan twintig koppels aan broeden zijn. Het herstel is fragiel, schreven natuurkenners Geert Beckers en Tom Verschraegen van het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) in het blad Natuur.focus. Het succes van een gepatenteerde viseter, de aalscholver, heeft de groeikansen van de roerdomp gefnuikt. Niet zozeer door voedselconcurrentie, wel doordat viskwekers zich aanpasten: uit economische overwegingen gingen ze minder vis kweken die geschikt was voor aalscholvers - wat ook nadelig was voor de roerdomp. De meeste roerdompen zijn standvogels. Ze kunnen het kwaad krijgen in strenge winters. Maar daarover hoeven ze zich tegenwoordig gelukkig geen zorgen meer te maken.