De meervleermuis heeft een vrij groot verspreidingsgebied tot diep in Rusland, maar in Vlaanderen bevindt ze zich op de rand van haar voortplantingsareaal, waardoor ze hier zeldzaam is. Vreemd genoeg is dat anders in Nederland, waar in sommige periodes naar schatting 5 tot zelfs 10 procent van de bekende wereldpopulatie zou vertoeven. Het gaat dan om zo'n 10.000 à 15.000 dieren.
...

De meervleermuis heeft een vrij groot verspreidingsgebied tot diep in Rusland, maar in Vlaanderen bevindt ze zich op de rand van haar voortplantingsareaal, waardoor ze hier zeldzaam is. Vreemd genoeg is dat anders in Nederland, waar in sommige periodes naar schatting 5 tot zelfs 10 procent van de bekende wereldpopulatie zou vertoeven. Het gaat dan om zo'n 10.000 à 15.000 dieren. In de zomer worden er relatief veel meervleermuizen gezien, maar in de winter lijken ze van de aardbol te verdwijnen. Ze trekken zich dan, net als andere vleermuizen, terug in voor mensen moeilijk toegankelijke oorden zoals bunkers, grotten en mijnen. Ze kunnen honderden kilometers afleggen tussen winter- en zomergebieden, waarbij ze niet automatisch naar het zuiden vliegen , zoals trekvogels. Ze vliegen vanuit hun zomergebied gewoon naar een geschikt wintergebied dat ze kennen - meestal keren ze elk jaar terug naar dezelfde plek. Dat er in Nederland verhoudingsgewijs veel meervleermuizen gezien worden, is een gevolg van de voorkeur van de soort voor jacht boven water, en dan vooral zuiver stilstaand water. Zelfs rimpels op het water zouden meervleermuizenjacht al bemoeilijken. De diertjes vliegen vrij snel laag boven het oppervlak en pikken insecten, zoals dansmuggen, op. Ze beschikken daarvoor over naar vleermuisnormen behoorlijk grote pakpoten. Meervleermuizen vliegen bijna uitsluitend in volle duisternis. Onderzoek van hun geluiden wees uit dat ze er een intense sociale communicatie opna houden. Ze 'roepen' meer naar elkaar dan dat ze geluidssignalen uitzenden om met echolocatie prooien op te sporen. Misschien is dat laatste minder nodig voor soorten met een beperkt jachtgebied, zoals de zone net boven een wateroppervlak. Voor hun vlucht tussen jacht- en slaapgebieden gebruiken meervleermuizen graag 'rechtlijnige' landschapselementen, zoals bomenrijen of kanalen, die hen de weg wijzen. De diertjes paren in de herfst op speciale paringsplaatsen waar mannetjes bij elkaar komen en wachten op vrouwtjes, die er doorgaans maar één of twee nachten passeren - dan is het al gefikst. Mannetjes verbruiken veel energie op de paarplekken, vanwege de onderlinge competitie maar ook omdat ze niet kunnen gaan jagen als ze geen vrouwtje willen missen. Nederlands onderzoek, gepubliceerd in PLoS One, toonde aan dat mannelijke meervleermuizen de voorbij eeuw steeds dichter in de buurt van hun zomergebieden gingen overwinteren, waardoor hun voortplantingsseizoen wat langer wordt en hun energieverbruik vermindert. Zwangere vrouwtjes stellen de ontwikkeling van embryo's uit tot in de lente, wanneer er meer te eten is. Voor de geboortes troepen ze samen in kraamkolonies, waarin soms honderden vrouwtjes bij elkaar komen. Tijdens hun zwangerschap vliegen vrouwtjes 's nachts gemiddeld een tiental kilometer naar geschikte voedingsplekken, maar als ze een jong hebben is dat zelden meer dan drie kilometer. Energie-efficiëntie speelt altijd en overal een bepalende rol in de organisatie van het leven. Door haar gebondenheid aan zuiver water komt de meervleermuis in de problemen: haar bestand zou de laatste vijftien jaar met een derde zijn afgenomen.