Het gaat helemaal niet goed met de sprinkhanen en krekels in ons land. De sprinkhanenwerkgroep van Natuurpunt heeft gegevens over 41 soorten verzameld. Liefst een derde is in Vlaanderen uitgestorven of met uitsterven bedreigd. Van het schavertje, bijvoorbeeld, zijn nog maar drie populaties in West-Vlaanderen bekend.
...

Het gaat helemaal niet goed met de sprinkhanen en krekels in ons land. De sprinkhanenwerkgroep van Natuurpunt heeft gegevens over 41 soorten verzameld. Liefst een derde is in Vlaanderen uitgestorven of met uitsterven bedreigd. Van het schavertje, bijvoorbeeld, zijn nog maar drie populaties in West-Vlaanderen bekend. De zadelsprinkhaan komt alleen nog in vier heidegebieden in Limburg voor. Heidegebieden huisvesten veruit de meeste zeldzame sprinkhanen en krekels in Vlaanderen, samen met de duinen aan de Westkust. Maar soms zorgen de dieren voor verrassingen. Zo ontdekten natuurliefhebbers een grote populatie zadelsprinkhanen op de voormalige mijnterril van Zwartberg. Er wordt nu gewerkt aan beheersmaatregelen om het voortbestaan van de soort te bevorderen. De dieren houden niet van te sterke bosvorming in hun leefgebied. Sprinkhanen en krekels doen het in heel Europa slecht. Een rapport van de Internationale Unie voor de Conservatie van de Natuur (IUCN) waarschuwde er twee jaar geleden voor dat een kwart van de soorten op Europees niveau bedreigd is. De voornaamste oorzaken zijn de intensifiëring van de landbouw, met vooral het grootschalige verlies van grasland, en de toenemende frequentie van branden in natuurgebieden. Omdat sprinkhanen en krekels het hoofdvoedsel zijn van veel vogels, kan hun teloorgang bepaalde vogelsoorten het leven moeilijk maken. Af en toe komt er goed nieuws over sprinkhanen. Zo maakte Annelies Jacobs van Natuurpunt via een Natuurbericht bekend dat er de voorbije zomer op verschillende plekken in België rosevleugels zijn gezien: een speciale sprinkhanensoort die een eeuw geleden uit ons land verdween. Hij profiteert blijkbaar van de klimaatopwarming en breidt zijn leefgebied langzaam naar het noorden uit. Rosevleugels zijn vrij groot en goed gecamoufleerd, zoals de meeste sprinkhanen, maar in vlucht vallen ze op door de felroze tot rode achtervleugels. Ook hun achterpoten kunnen roze tot rood gekleurd zijn. Het zijn relatief goede vliegers die op eigen kracht tot bij ons zouden kunnen raken. Dat geldt niet voor de recentste speciale ontdekking van Annelies Jacobs en haar collega-sprinkhanenliefhebbers. Begin september vonden ze een zorrosprinkhaan in een spoorwegberm in Mortsel. Dat dier kan niet vliegen, omdat zijn vleugels te klein geworden zijn. Het moet gelift hebben, waarschijnlijk met een trein, gezien de plek van de spectaculaire vondst. Zijn dichtstbijzijnde leefgebied is Zuid-Frankrijk. Het gaat om de allereerste waarneming in België. De zorrosprinkhaan is een grote felgroen gekleurde sprinkhaan met een zwart maskertje waaraan hij zijn naam dankt. Het dier werd ontdekt aan de hand van het geluid dat het maakt. Alle sprinkhaansoorten hebben een eigen gesjirp met specifieke karakteristieken. De mannetjes gebruiken het om vrouwtjes te lokken. Ze zingen niet, maar ze gedragen zich als muzikanten, want ze strijken met hun poten boven hun rug als strijkstokken langs de versterkte rand van hun vleugels. De vleugels werken als een versterker, zodat een muzikant van ver gehoord kan worden. Zo konden de sprinkhanenkenners de zorrosprinkhaan in Mortsel vinden. Een vrouwtje zat er waarschijnlijk niet in - het moet een eenzame troubadour geweest zijn.