Iedereen kent de lange, slangachtige vis die eeuwenlang een essentieel onderdeel van onze voeding is geweest. Maar de paling krijgt het kwaad, zo kwaad dat hij een van de meest bedreigde Europese vissoorten is geworden.
...

Iedereen kent de lange, slangachtige vis die eeuwenlang een essentieel onderdeel van onze voeding is geweest. Maar de paling krijgt het kwaad, zo kwaad dat hij een van de meest bedreigde Europese vissoorten is geworden. Alle palingen die in Europa aankomen, worden geboren in de Sargassozee, die tegen het Amerikaanse continent aanschurkt. De paling ondergaat in zijn leven een aantal metamorfosen die corresponderen met specifieke fasen in zijn complexe bestaan. Als doorschijnend plat beestje steekt hij de oceaan over naar Europa, een afstand van zo'n 5000 kilometer waar hij jaren over doet. Hij gebruikt zeestromingen en oriënteert zich op het aardmagnetisme om de overkant te bereiken. Bij aankomst verandert hij in een glasaaltje en dringt hij zoet water binnen, waarin hij soms twintig jaar als gele paling kan leven. Zodra de drang tot voortplanting de kop opsteekt, wordt hij een zilverpaling en wil hij zo snel mogelijk weer naar de zee. En finaal weer naar de Sargassozee, want alle palingen planten zich daar voort. Na de eenmalige voortplanting is het afgelopen. Het doorwrochte voortplantingsmechanisme heeft héél lang goed gewerkt voor de paling. Tot de mens de wereld begon te domineren. Vanaf dan ging het steil bergaf. Onlangs verscheen er in het blad Natuur. focus een gedetailleerde analyse van de vele moeilijkheden die de paling sinds ongeveer een eeuw moet overwinnen. Het verslag leest als een catalogus van door de mens gecreëerde obstakels voor de vis. De klimaatverandering, om te beginnen, wijzigt zeestromingen en het voedselaanbod onderweg in de oceaan. Sluizen en sassen, die als gesloten deuren fungeren, bemoeilijken het binnendringen in zoet water vanuit de zee - en uiteraard ook de terugkeer naar de zee. Een recente studie in het vakblad Fisheries Research toont aan dat amper een derde van zeventig intens bestudeerde palingen erin slaagde door een kanaal te migreren, vooral omdat ze aan sluizen werden opgehouden. Onderweg verloren ze bovendien veel energie. Van het aantal zilverpalingen dat zonder menselijke obstakels de zee zou bereiken bracht in 2015 niet meer dan 11 procent de tocht tot een goed einde. Dat is veel te weinig om de populatie leefbaar te houden. De paling heeft ook last van een batterij parasieten, waarvan de belangrijkste een draadworm uit Japan is, die hier waarschijnlijk met uitgezette kweekvis is terechtgekomen. Voorts is er de watervervuiling. Paling is een vrij vette vis, waardoor hij gemakkelijk chemische vervuilers in zijn lichaam opslaat. De lijst met vervuilers die je in een palinglichaam kunt aantreffen is ellenlang. Dat leidt tot chemische stress en verminderde vetreserves, waardoor palingen mogelijk niet genoeg energie meer hebben om de Sargassozee te bereiken. In dat geval komt er geen voortplanting. Nogal wat onderzochte palingen voldeden trouwens aan de normen om ze als chemisch afval te labelen. Het spreekt vanzelf dat daaraan risico's voor menselijke consumptie gekoppeld zijn, hoewel lang niet alle palingliefhebbers zich daardoor laten afschrikken. Sinds tien jaar wordt er geijverd voor maatregelen om de levenskansen van de paling te verbeteren. Veel heeft dat nog niet opgeleverd: de populatiedichtheid van de vis blijft laag. Er zullen drastischer ingrepen nodig zijn om het tij te keren.