Niet de blauwe vinvis is het langste dier ter wereld, wel de reuzensnoerworm: een worm die op de bodem van ondiepe plekken in de Noordzee leeft en naar verluidt meer dan vijftig meter lang kan worden. Ter vergelijking: de blauwe vinvis haalt maximaal een dertigtal meter. Er is wel wat gedoe over die maximale lengte geweest, want het originele verslag van de vondst (in Schotland in 1864) is er niet duidelijk over. Wel duidelijk is dat een snoerworm gemakkelijk meer dan dertig meter haalt, zodat hij in ieder geval langer is dan de blauwe vinvis en tot nader order de lengterecordhouder in het dierenrijk blijft.
...

Niet de blauwe vinvis is het langste dier ter wereld, wel de reuzensnoerworm: een worm die op de bodem van ondiepe plekken in de Noordzee leeft en naar verluidt meer dan vijftig meter lang kan worden. Ter vergelijking: de blauwe vinvis haalt maximaal een dertigtal meter. Er is wel wat gedoe over die maximale lengte geweest, want het originele verslag van de vondst (in Schotland in 1864) is er niet duidelijk over. Wel duidelijk is dat een snoerworm gemakkelijk meer dan dertig meter haalt, zodat hij in ieder geval langer is dan de blauwe vinvis en tot nader order de lengterecordhouder in het dierenrijk blijft. De meeste snoerwormen zijn bescheidener in lengte. Ze halen zelden meer dan tien meter, het gemiddelde zou een paar meter bedragen. Ze zijn daarenboven heel smal, met een diameter die nooit meer dan een centimeter bedraagt. In feite liggen ze er vaak als een hoopje bruinachtige blubber bij, met hun lange, wat afgeplatte, gladde en slijmerige lijf dat ze bij gevaar kunnen samentrekken - maar dat met de nodige omzichtigheid ook sterk kan worden uitgerekt. Als het lichaam zou breken is er geen probleem: de afzonderlijke stukken kunnen apart verder, de dieren regenereren wat verloren is gegaan er weer bij. Ze hebben geen ingewikkelde structuur, hoewel ze wel een soort kop hebben: een snuit met aan elke kant een rijtje van een twintigtal ogen. Hun belangrijkste orgaan ligt op hun rug: een slurf die ongeveer even lang is als hun lichaam en uitgerold kan worden om op jacht te gaan, meestal op andere wormen die ook lang mogen zijn. Kieskeurig zijn ze niet, snoerwormen zuigen zelfs dode wormen op. Het belangrijkste orgaan in het lichaam is de darm, die ook de hele lengte overspant. Een voedingsslurf op het lichaam en een darm erin: dat is het zowat voor deze worm. Een beauty is het niet. Nochtans blijkt uit onderzoek van het genoom van de snoerworm dat hij heel wat genen met ons gemeen heeft, zo meldde het vakblad Nature Ecology & Evolution in 2017. Zijn genen voor de vorming van zijn kop en voor zijn lichaamshuishouding zijn sterk vergelijkbaar met de onze. Anderzijds heeft hij wel speciale genen voor de productie van gif en voor een eigen invulling van het afweersysteem. Over het gif van de reuzensnoerworm verscheen in de lente een artikel in Scientific Reports, waaraan werd meegewerkt door de ploeg van toxicoloog Jan Tytgat van de KU Leuven. Als de worm verstoord wordt, produceert hij een grote hoeveelheid slijm dat erg giftig is voor onder meer schaaldieren. De wetenschappers isoleerden het gif en ontdekten dat het niet alleen kreeften en krabben, maar ook kakkerlakken kan verlammen en doden. Zelfs de varroamijt, die zo veel onheil veroorzaakt in bijenkasten, gaat eraan ten onder. Het gif werkt in op de ionenkanalen die nodig zijn voor de communicatie tussen cellen. Het zorgt ervoor dat sommige kanaaltjes permanent actief zijn, waardoor zenuwen en spieren overprikkeld raken en verlammingsverschijnselen in de hand werken. Het gif werkt niet bij zoogdieren zoals de mens - daarom is de worm niet gevaarlijk voor strandbezoekers. De wetenschappers menen dat het misschien uitgebouwd kan worden tot een compleet nieuw pesticide. In een wereld die snakt naar nieuwe efficiënte bestrijdingsmiddelen tegen insecten is dat (misschien) goed nieuws.