Het leven van grote wasmotten is onlosmakelijk verbonden met dat van de honingbij. De diertjes parasiteren op bijenkolonies. De vlinders leggen eitjes in spleten van bijennesten, waarna de rupsen zich een weg vreten door de honingraten. Ze richten dikwijls grote schade aan. Honderden bijen kunnen gevangen raken, omdat ze geen uitgang uit het nest meer vinden.
...

Het leven van grote wasmotten is onlosmakelijk verbonden met dat van de honingbij. De diertjes parasiteren op bijenkolonies. De vlinders leggen eitjes in spleten van bijennesten, waarna de rupsen zich een weg vreten door de honingraten. Ze richten dikwijls grote schade aan. Honderden bijen kunnen gevangen raken, omdat ze geen uitgang uit het nest meer vinden. De rupsen worden drie centimeter lang. Als ze volgevreten zijn, verpoppen ze. In de pop veranderen ze in een onbeduidend vlindertje van maximaal een halve centimeter dat uitvliegt, wat rondscharrelt en zich voortplant. Het heeft een vreemde vorm, met een snuitje en grijsbruine vleugels die het, als het niet vliegt, als een sleep achter zich aan zeult. Het heeft met de honingbij de wereld veroverd, hoewel het nergens echt algemeen is. Bij ons is het vooral in de zomer te vinden. De soort heeft enkele opvallende eigenschappen. Wetenschappers hebben nog geen dier gevonden met een bredere gehoorfrequentie dan de grote wasmot, die geluiden tussen de 20 en de 300 kilohertz aankan (ter vergelijking: de mens raakt niet hoger dan 20 kilohertz). De voorkeursfrequentie ligt rond 80 kilohertz: de frequentie die mannetjes gebruiken om maagdelijke vrouwtjes te lokken. Met 300 kilohertz vestigt de mot waarschijnlijk een record: geen dier zou een hogere frequentie aankunnen. Ze gebruikt de hoge tonen om zich te verdedigen tegen vleermuizen, die sonargeluiden inzetten om prooien te lokaliseren. Door een hoog geluid uit te stoten, vlak voor een vleermuis haar te pakken heeft, verstoort ze de sonar van de aanvaller en kan ze alsnog ontsnappen. Het is een techniek waar meer mottensoorten gebruik van maken. Een halfjaar geleden maakte de grote wasmot wereldnieuws door de ontdekking dat haar rupsen in staat zouden zijn plastic te verteren. Omdat de rupsen veel gekweekt worden als aas voor vissers en als voedsel voor gevangen reptielen en amfibieën, zagen optimistische geesten er een oplossing in voor de chronische plasticvervuiling: de soort zou plastic op grote schaal biologisch kunnen afbreken. Het verhaal verscheen in Current Biology. Een biologe die tegelijk amateurimker is, verwijderde rupsen uit haar bijenraten en stopte ze in plastic winkelzakjes. Ze stelde vast dat daar na minder dan een uur al vrij grote gaten in ontstonden. Onderzoek wees uit dat de diertjes het polyethyleen waaruit de zakjes bestaan afbreken tot verwerkbare basisproducten. Ze gebruiken daarvoor waarschijnlijk dezelfde enzymen die ze nodig hebben om stoffen te verteren uit de harde bijenwas waar ze zich mee voeden. Bijenwas kan als een 'natuurlijk plastic' worden beschouwd. De rupsen knippen dus niet zomaar gaten in het plastic, ze verteren het door de sterke chemische verbindingen in de stof te breken. Helaas is het niet zeker of dit mooie liedje lang zal duren. Drie maanden na de originele publicatie meldden andere onderzoekers in Current Biology dat het hen niet was gelukt om dezelfde resultaten te behalen - reproduceerbaarheid van bevindingen is essentieel voor goede wetenschap. Ze konden niet bevestigen dat de rupsen meer deden dan gaten in het plastic knippen. Het verhaal van de biochemische afbraak door rupsenenzymen moet nader worden onderzocht. De strijd tegen plastic blijft een op alle fronten moeizaam proces.