Er zijn vleermuizen die zich gedragen als trekvogels. Voor Vlaanderen is de ruige dwergvleermuis daarvan het mooiste voorbeeld. Ze kan meer dan 2000 kilometer afleggen tussen haar zomergebied in Scandinavië of de Baltische landen en haar wintergebied in West-Europa. In Vlaanderen wordt ze vooral in West- en Oost-Vlaanderen gevonden, waarschijnlijk omdat ze pas stopt als ze in de buurt van de zee komt of van grote wateren als de Schelde. Vleermuisexpert Alex Lefevre schat dat er elk jaar een miljoen ruige dwergvleermuizen naar ons land komt.
...

Er zijn vleermuizen die zich gedragen als trekvogels. Voor Vlaanderen is de ruige dwergvleermuis daarvan het mooiste voorbeeld. Ze kan meer dan 2000 kilometer afleggen tussen haar zomergebied in Scandinavië of de Baltische landen en haar wintergebied in West-Europa. In Vlaanderen wordt ze vooral in West- en Oost-Vlaanderen gevonden, waarschijnlijk omdat ze pas stopt als ze in de buurt van de zee komt of van grote wateren als de Schelde. Vleermuisexpert Alex Lefevre schat dat er elk jaar een miljoen ruige dwergvleermuizen naar ons land komt. Het dier lijkt sterk op de gewone dwergvleermuis, die ook bij ons voorkomt maar geen grote trekverplaatsingen maakt. Alleen kenners kunnen het fysieke onderscheid tussen de twee zien: kleine verschillen in de lengte van enkele vingers waartussen het vliegvlies is gespannen. Voor leken ziet een dwergvleermuis eruit als elke vleermuis: donkerbruin, met grote oren, een lelijke platte neus en bijna onzichtbare ogen. Het lichaam is kleiner dan 5 centimeter, de vleugelspanwijdte bedraagt een 20-tal centimeter. Om de diertjes op te sporen, gebruikt Lefevre een speciaal apparaat: een batdetector. Die pikt de sonargeluiden op waarmee vleermuizen met elkaar communiceren en prooien zoeken. Elke soort gebruikt een andere frequentie - net als bij radiozenders is dat nodig om interferentie te vermijden. Batdetectoren kunnen gegevens over lange termijn opslaan. Zo stelde Lefevre vast dat de ruige dwergvleermuis in de Kempen bijna uitsluitend tijdens de trek wordt gezien. Langs de kust en de Schelde is de soort talrijker. Liefst 90 procent van de vleermuizen die batdetectoren in de herfst in de schorren langs de Schelde oppikken, zijn ruige dwergvleermuizen. In tegenstelling tot wat veel mensen denken, houden de diertjes geen stevige winterslaap. Als het wat warmer is, worden ze wakker en gaan ze rondvliegen. Ze zoeken dan naar nachtvlinders die in de winter actief zijn, onder meer om te ontsnappen aan veel grotere aantallen roofdiertjes in de zomer. De ruige dwergvleermuis is een groot deel van het jaar vooral een muggenjager, en dus nuttig voor de mensheid, hoewel er in waterrijke gebieden zo veel muggen kunnen voorkomen dat er misschien geen sprake is van populatiecontrole. Er is dan wel eten à volonté voor de vleermuizen, waarmee ze ook reserves voor de winter kunnen aanleggen. De paarvorming van de ruige dwergvleermuis gebeurt bij ons. Mannetjes zoeken in de herfst een vrouwtje waar ze in holle bomen of op andere beschutte plekken mee paren. Ze zenden voortdurend baltsroepen uit, in de hoop de best mogelijke partner te strikken. De diertjes overwinteren graag in houtstapels of boomholten. De naaldbossen van het noorden zijn veel minder geschikt als overwinteringsplek voor vleermuizen dan het loofhout bij ons. De vrouwtjes houden hun bevruchting in de winter stil. De kleine vleermuisjes worden pas in de zomer in de noordelijke gebieden geboren, waar dan veel muggen te vangen zijn, wat een goede voeding voor zogende moeders verzekert. Een dwergvleermuisboreling weegt amper een gram. De mannetjes trekken in de lente ook naar het noorden, hoewel ze daar eigenlijk niets te doen hebben. Mogelijk ontvluchten ze voedselcompetitie met andere vleermuissoorten bij ons. Of willen ze bij de vrouwtjes en de kinderen zijn - wie zal het zeggen?