De nachtzwaluw is een mysterieuze broedgast van de Kempense heidegebieden die zijn geheimen slechts mondjesmaat heeft prijsgegeven. Je krijgt de goed gecamoufleerde vogel amper te zien, zeker omdat hij vooral in de schemering en 's nachts actief is. Als je zijn specifieke zang niet kent, kun je hem gemakkelijk over het hoofd zien.

Maar de laatste jaren gaat het inzicht in zijn leven met rasse schreden vooruit, met dank aan moderne technologie. De vogels kunnen nu uitgerust worden met miniatuurzendertjes, zodat we zelfs hun verre verplaatsingen kunnen volgen. Want onze nachtzwaluwen gaan overwinteren in Afrika: als insecteneters hebben ze bij ons in de winter te weinig te bikken.

Bioloog Ruben Evens is al bijna tien jaar met een aantal collega's in de weer om het wel en wee van de nachtzwaluw te doorgronden. Ze hebben hun nieuwe bevindingen onder meer gepubliceerd in Natuur.oriolus en de vakbladen Ibis en Scientific Reports.

Zo is het Vlaamse broedvogelbestand recent blijkbaar schromelijk overschat. In Limburg zouden 800 koppels broeden, zo klonk het - wat veel is, gezien eerdere schattingen voor Vlaanderen het bij 500 tot 550 paartjes hielden. Elders in Vlaanderen komt de soort bijna niet meer voor, omdat de heidegebieden verdwenen zijn die nachtzwaluwen nodig hebben.

De onderzoekers konden niet anders dan besluiten dat het Limburgse broedvogelbestand amper 200 tot 300 koppels telt. Mannetjes kunnen hun klassieke ratelende zang op meerdere plekken laten horen, waardoor ze bij inventarisaties vaak meermaals geteld worden.

In de winter hebben nachtzwaluwen een actieradius van amper 750 meter.

Nachtzwaluwen broeden in heidegebieden, waar ze hun eitjes gewoon op een geschikt plekje op de grond leggen. Maar voor hun voeding, zo ontdekten de biologen, hebben ze graslanden met koeien nodig: daar zijn 's nachts veel insecten te vinden. Er zijn voedselzoekende vogels vastgesteld op 8 kilometer van hun broedgebied - een compleet nieuw inzicht in de nachtzwaluwbiologie.

Ook de gedetailleerde gegevens over trekverplaatsingen leverden nieuwe inzichten op. Nachtzwaluwen moeten op hun pendelreizen tussen de winter- en broedgebieden drie 'barrières' overwinnen: de Middellandse Zee, de Sahara en het Centraal-Afrikaanse evenaarswoud. Tijdens zo'n oversteek kunnen ze in één nacht 500 kilometer afleggen. Ze hebben enkele vaste stopplaatsen om krachten op te doen voor ze aan een grote verplaatsing beginnen. Daar verblijven ze meestal een tweetal weken.

Interessant is dat de gevolgde Limburgse vogels allemaal in de bossavanne in het zuiden van de Democratische Republiek Congo overwinteren. In de winter zijn ze erg plaatstrouw: ze hebben dan een actieradius van amper 750 meter. In de lente volgen de dieren een westelijker route om naar de broedgebieden te trekken dan tijdens de terugtocht in de herfst. In totaal legt een nachtzwaluw elk jaar zo'n 19.000 kilometer aan trekverplaatsingen af. En dat allemaal omdat er bij ons in de winter onvoldoende insecten zijn.

De nieuwe inzichten nopen volgens Ruben Evens en co. tot extra maatregelen om het voortbestaan van de nachtzwaluw te verzekeren, zowel in Vlaanderen als in Afrika. De heidegebieden beschermen waar de soort broedt zal duidelijk niet volstaan.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.