Niemand weet waarom huismoeders zo zijn gaan heten in het Nederlands (en Duits). De naam gaat al minstens een eeuw mee - elders heeft deze vlinder andere namen gekregen. Misschien is hij te verklaren doordat de vlinder regelmatig binnen gezien wordt. De huismoeder is bij ons de meest waargenomen nachtvlinder in huis en tuin.
...

Niemand weet waarom huismoeders zo zijn gaan heten in het Nederlands (en Duits). De naam gaat al minstens een eeuw mee - elders heeft deze vlinder andere namen gekregen. Misschien is hij te verklaren doordat de vlinder regelmatig binnen gezien wordt. De huismoeder is bij ons de meest waargenomen nachtvlinder in huis en tuin. In zit is hij een onopvallend bruin, lang en smal beestje, maar als hij zijn vleugels openslaat blijkt hij 5 centimeter groot te zijn en opvallende gele ondervleugels met een zwarte achterrand te hebben. Dat is een afschrikeffect. In zit is de vlinder goed gecamoufleerd, maar als hij toch ontdekt wordt en op de vlucht moet, slaat hij zijn vleugels open en ziet een aanvaller plots dat opvallende geel. Daardoor aarzelt hij misschien een fractie van een seconde, wat kan volstaan om het leven van de vlinder te redden. Ondanks zijn algemeenheid valt er weinig te vertellen over de huismoeder. De wetenschap heeft zich er niet intens mee beziggehouden (of misschien wel, maar dan zonder erg boeiende resultaten). De vlinder vliegt in de zomer. Als het te warm wordt, kan hij in een soort 'zomerslaap' gaan. Hij is een nectarliefhebber en houdt van vlinderstruiken, wat zeker bijdraagt tot zijn succes in onze tuinen. Hij legt eieren op algemene planten als braam, brandnetel en paardenbloem. De rupsen beginnen meteen na het uitsluipen te vreten, maar als ze half volgroeid zijn gaan ze in winterslaap. Als het een milde winter is, kunnen ze soms eventjes wakker worden en eventueel wat eten. Na een korte popfase in de late lente beginnen de nieuwe vlinders aan een nieuwe cyclus. Het is een zo goed als rechtlijnig bestaan. De huismoeder is wel één van de nachtvlinders die onweerstaanbaar aangetrokken worden door nachtelijke verlichting. Dat is geen goede zaak. Studies hebben uitgewezen dat tot een derde van de grote nachtvlinders die 's nachts rond straatlampen hangen 's morgens gestorven is. Deels door uitputting, deels omdat ze gevangen worden door vleermuizen die aangetrokken worden door de concentraties van hapklare brokken rond lichtbronnen. Vlinders hebben het moeilijk om zich aan te passen aan de nachtelijke verlichting die op steeds meer plekken op de aarde dominant is. Tot een dikke eeuw geleden was er geen algemeen kunstlicht, waardoor de cyclus tussen licht en duisternis nooit verstoord is geweest. Dieren zijn al door drastische veranderingen van het klimaat en hun leefmilieu gegaan, maar het dag-en-nachtritme is tot voor kort altijd overeind gebleven. De oorzaak van de fatale aantrekkingskracht is niet duidelijk, maar mogelijk heeft het ermee te maken dat vlinders altijd gevlogen hebben met het nachtlicht (van de maan) bóven hen. Als ze met lichtbronnen ónder zich geconfronteerd worden, zouden ze in de war raken en zich niet meer kunnen oriënteren. Dat kan slecht aflopen. Nederlandse onderzoekers schrijven in het vakblad Global Change Biology dat de populaties van grote motten die sterk aangetrokken worden door kunstlicht sneller achteruitgaan dan die van soorten die dat probleem niet hebben. Als huismoeders onze algemeenste huis- en tuinnachtvlinders willen blijven, zullen ze komaf moeten maken met die voor hun overleving hinderlijke lichtverslaving. Dat een diersoort algemeen is, belet niet dat ze serieuze klappen kan krijgen.