Het klinkt als een pleonasme: kleine dwergvleermuis. Alsof een dwergvleermuis groot kan zijn! De naam is een gevolg van de ingewikkelde ontstaansgeschiedenis van de soort. Ze is pas in 1999 beschreven, nadat wetenschappers grondig greep hadden gekregen op wat ze met batdetectoren konden doen. Batdetectoren zijn apparaten waarmee de voor ons onhoorbare geluiden van vleermuizen zichtbaar gemaakt worden.
...

Het klinkt als een pleonasme: kleine dwergvleermuis. Alsof een dwergvleermuis groot kan zijn! De naam is een gevolg van de ingewikkelde ontstaansgeschiedenis van de soort. Ze is pas in 1999 beschreven, nadat wetenschappers grondig greep hadden gekregen op wat ze met batdetectoren konden doen. Batdetectoren zijn apparaten waarmee de voor ons onhoorbare geluiden van vleermuizen zichtbaar gemaakt worden. In de geluidsgolven van de dwergvleermuis doken twee verschillende patronen op. Die waren zo verschillend dat ze er uiteindelijk twee soorten van gemaakt hebben: de gewone dwergvleermuis en de kleine. Er zijn bijna geen morfologische verschillen tussen beide soorten. Ze lijken als twee druppels water op elkaar, maar ze gebruiken andere frequenties voor hun communicatie. Daardoor zouden ze elkaar niet 'vinden' voor de voortplanting, wat volstaat voor soortvorming. Beide soorten zijn piepklein: ze wegen ongeveer 5 gram, hun lichaam wordt niet groter dan 5 centimeter en hun vleugelspanwijdte niet groter dan 20 centimeter. Kleine dwergvleermuizen zoeken vooral in de buurt van water naar voedsel. Hun voedselterritorium zou ongeveer 500 hectare groot zijn, maar meestal gebruiken ze er alleen een stukje van. Hun voorkeur gaat uit naar muggen en andere kleine beestjes. Ze moeten een prooi tot op anderhalve meter kunnen naderen om hem te pakken te krijgen. Overdag verblijven ze graag in de nok van daken, omdat het daar warm kan worden. Kleine dwergvleermuizen kunnen temperaturen tot 40 graden Celsius aan - ook dat zou hen onderscheiden van gewone dwergvleermuizen, die het niet graag zo warm hebben. Je denkt dan automatisch dat ze zullen profiteren van de globale klimaatopwarming. Dat is mogelijk, maar hoewel er weinig gegevens over de evolutie van hun populatie bekend zijn, gaan wetenschappers ervan uit dat ze het, zoals de meeste vleermuizen, kwaad krijgen door de sterke afname van het aantal insecten in onze leefwereld. Het bandeloze gebruik van pesticiden in de landbouw heeft verregaande effecten op de natuur. In Vlaanderen zijn nog niet veel waarnemingen van kleine dwergvleermuizen gedaan, meer dan waarschijnlijk omdat ze niet gemakkelijk te onderscheiden zijn. Ze komen in grote delen van Europa voor. In noordelijke gebieden trekken ze weg in de winter. Wetenschappers hebben in het vakblad Current Biology aangetoond dat kleine dwergvleermuizen in Litouwen (maar ongetwijfeld ook elders) de stand van de zon bij zonsondergang gebruiken om zich te oriënteren. Meestal vliegen de vleermuisjes een kwartier na zonsondergang uit om te gaan eten. Dwergvleermuizen die in een spiegelexperiment de verkeerde richting van de onderstaande zon te zien kregen, vlogen ook in de 'verkeerde' richting uit. In normale omstandigheden volgden ze zonder aarzelen de stand van de zon. Ze moeten dat wel leren, want jonge dieren blijken nog niet in staat de zon voor hun navigatie te gebruiken.Dwergvleermuizen gebruiken dus twee oriëntatiemechanismen: één op basis van ultrasone golven voor echolocatie op korte afstand en één op basis van licht voor de lange afstand. De korteafstandsgolven zijn niet geschikt voor grootschaliger oriëntatie. Daarom hebben vleermuizen naast grote oren ook - kleine - ogen.