Een van de lievelingsvogels van de onlangs op 95-jarige leeftijd overleden Vlaamse natuurbehoudpionier Marcel Verbruggen, bijna levenslang conservator van De Zegge in Geel, was de grauwe klauwier. Zeker de mannetjes, met hun grijze kop, zwarte oogstrepen en roestbruine rug, zijn mooie vogels - de vrouwtjes zijn gehuld in camouflagekleuren.
...

Een van de lievelingsvogels van de onlangs op 95-jarige leeftijd overleden Vlaamse natuurbehoudpionier Marcel Verbruggen, bijna levenslang conservator van De Zegge in Geel, was de grauwe klauwier. Zeker de mannetjes, met hun grijze kop, zwarte oogstrepen en roestbruine rug, zijn mooie vogels - de vrouwtjes zijn gehuld in camouflagekleuren. De soort symboliseerde voor Marcel de teloorgang van het kleinschalige Kempische landbouwlandschap uit zijn jeugd. Onder druk van de 'economische optimalisering' van ons buitengebied takelde het bestand van de grauwe klauwier snel af. Grootschalige monoculturen, natuurverwoestende ruilverkavelingen en massaal pesticidegebruik gaven hem de genadeslag. In 1998 was hij officieel uitgestorven in Vlaanderen. Ook in Wallonië en onze buurlanden deed hij het erg slecht. Maar sinds een jaar of tien is de grauwe klauwier aan een bescheiden comeback bezig. Her en der worden opnieuw broedgevallen opgetekend, vooral in de Kempen en Vlaams-Brabant. Dat brengt soms nieuwe problemen met zich mee. Sommige natuurbeschermers maken de aanwezigheid van broedende grauwe klauwieren niet meer bekend om te vermijden dat de dieren verstoord worden door opdringerige natuurfotografen, die meer bezig zijn met hun foto's dan met de natuur. Respect voor de natuur moet altijd en overal primeren. De terugkeer van de grauwe klauwier is gekoppeld aan ernstige investeringen in natuurherstel of natuurvriendelijke landbouw. Dat impliceert vooral aandacht voor hagen met doornige planten als bramen en meidoorn. De doornen bieden bescherming tegen natuurlijke aanvallers, maar de klauwier heeft ze soms ook nodig om grote prooien aan stukken te kunnen scheuren, want dat kan hij met zijn zwakke pootjes niet. Een sterke beperking van pesticidegebruik is vereist voor zijn succes, want klauwieren eten veel grote insecten, zoals kevers en hommels. Onderzoekster Griet Nijs van Natuurpunt vatte de wederopstanding van de grauwe klauwier samen in het blad Natuur.oriolus, onder de veelzeggende titel: 'Het landschap als legpuzzel'. Om een landschap geschikt te maken voor de grauwe klauwier moet je 'een mozaïek van bloemrijk grasland, ruigte en verspreid struweel' creëren. Uitkijkposten voor de vogel zijn wenselijk, het liefst langs onverharde, zandige veldweggetjes, want zo komt hij het makkelijkst aan de insecten die de basis van zijn voeding vormen. Toch loopt het soms mis, ondanks de goede bedoelingen. Een team rond bioloog Hans Van Dyck (UCL) schreef in het wetenschappelijk vakblad Ecography dat grauwe klauwieren in de Ardennen de neiging hebben zich te vestigen in kaalslagen in bossen in plaats van in kleinschalig landbouwlandschap. Om een of andere reden vinden ze dat aantrekkelijker, hoewel hun broedsucces er een stuk lager is, mogelijk door een combinatie van minder voedsel en meer predatie. Dat heet in het biologenjargon een 'ecologische val': je wordt gelokt door iets wat je succes bedreigt. Wetenschappers moeten dus voorzichtig zijn met beschermingsstrategieën op basis van de favoriete biotoop van een soort. Want als de soort zich vergist, zoals de grauwe klauwier in de Ardense bossen, beland je op een fout traject. Natuurbescherming is nooit gemakkelijk, en zeker niet als de te beschermen soort zelf niet echt meewerkt.