Hoe dikwijls krijg je als vogelbioloog niet te horen dat de aanwezigheid van aalscholvers op een visvijver betekent dat er geen vis meer in zit. Aalscholvers hebben de reputatie meedogenloze vissers te zijn: het laatste visje moet eraan. Je hoeft echter maar de vraag te stellen waarom aalscholvers op een leeggeviste vijver zouden blijven zitten om de absurditeit van die vogelonvriendelijke opmerking aan te tonen. Aalscholvers verliezen geen tijd op vijvers zonder vis. Daar staan vis- en vijverliefhebbers zelden bij stil.
...

Hoe dikwijls krijg je als vogelbioloog niet te horen dat de aanwezigheid van aalscholvers op een visvijver betekent dat er geen vis meer in zit. Aalscholvers hebben de reputatie meedogenloze vissers te zijn: het laatste visje moet eraan. Je hoeft echter maar de vraag te stellen waarom aalscholvers op een leeggeviste vijver zouden blijven zitten om de absurditeit van die vogelonvriendelijke opmerking aan te tonen. Aalscholvers verliezen geen tijd op vijvers zonder vis. Daar staan vis- en vijverliefhebbers zelden bij stil. De oprisping getuigt van een gebrek aan zelfs de meest elementaire ecologische kennis bij die liefhebbers. Dieren putten de voorraden van hun prooien niet gemakkelijk volledig uit. Wat wel kan, is dat aalscholvers veel vis halen uit vijvers waarin een onnatuurlijk grote hoeveelheid kweekvis is gegooid, dieren die dikwijls geen waterplanten ter beschikking hebben om zich in te verschuilen. Visvijvers zijn niet zelden gewoon een grote kuip water waarin vissers hengels hangen. Aalscholvers doen dan waarvoor ze gemaakt zijn: grote visbestanden terugbrengen tot natuurlijker hoeveelheden. Het is niet de aalscholver die het probleem is, het is de vissende medemens die omstandigheden creëert die vragen om moeilijkheden. Je kunt de natuur niet zomaar uitschakelen of wegdenken, hoe graag sommigen dat ook zouden willen. Als gepatenteerde viseter is de aalscholver eeuwenlang meedogenloos vervolgd. De soort broedt in kolonies, waardoor ze extra kwetsbaar is: je hoeft de broedkolonies maar te liquideren om de vogel onder de knoet te houden. Gecombineerd met watervervuiling en een slinkend visaanbod kreeg de aalscholver het in de tweede helft van de 20e eeuw zwaar te verduren. In de jaren 70 en 80 was hij als broedvogel zelfs uit Vlaanderen verdwenen. Nadien ging het weer beter, dankzij beschermingsmaatregelen en de explosieve groei van enkele kolonies in Nederland. Dan zag je ook in Vlaanderen in de herfst weer V-vormige linies aalscholvers hoog in de lucht naar het zuiden trekken. In 1993 werden er opnieuw geslaagde broedgevallen geregistreerd. Volgens het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek (INBO) rondde de aalscholver in Vlaanderen in 2014 de kaap van 1300 broedkoppels. De vogel past zich moeiteloos aan veranderende omstandigheden aan. Sommige oude kolonies worden verlaten, omdat de bomen niet meer geschikt zijn om nesten te dragen - de uitwerpselen van aalscholvers doen bomen sterven. Elders worden nieuwe kolonies gevormd. Vooral in de kuststreek broeden steeds meer aalscholvers. Ze vissen er in de kustwateren, een gedrag dat nog niet lang wordt vastgesteld. De aalscholver kan nu overal in de buurt van water gezien worden, inbegrepen op verlichtingspalen langs autowegen, waar ze met de vleugels gespreid zitten te drogen. Om hun jachtgedrag onderwater te stroomlijnen, hebben aalscholvers geen waterafstotende pluimen, waardoor ze moeten drogen als ze op land komen. Aalscholvers hebben op grote wateren ook een collectieve jachttechniek: met tientallen tegelijk jagen ze in colonne de vis op, wat hun jachtsucces ongetwijfeld verhoogt. Maar nogmaals: ze zullen niet de laatste vis weggrissen. Als er veel aalscholvers op een plas zitten, betekent dat meestal ook dat er veel vis is. Dat is pure ecologische logica.