Dat stelt de ploeg rond geograaf Jean Poesen van de Katholieke Universiteit Leuven na grondige analyse van 330 grondverschuivingen in het vakblad Quaternary Research.

Vele grondverschuivingen zitten verborgen in de bodem en kunnen alleen met speciale beeldvormingstechnieken zichtbaar gemaakt worden. Maar de techniek levert een schat aan informatie op. De Leuvense onderzoekers vonden opvallende grondverschuivingen in onder meer Alden Biesen en het Hallerbos, en op de Kemmelberg. De recent ontdekte verschuiving in Alden Biesen heeft een oppervlakte van niet minder dan 266,5 hectare.

Een aantal verschuivingen hebben ongetwijfeld een seismische oorsprong en zijn dus een gevolg van lichte bewegingen in de aardmantel. Andere zijn het resultaat van erosie, van het verschuiven van de bodem onder druk van overbelasting met water. Zo'n 8000 jaar geleden, de periode waarin de meeste verschuivingen gesitueerd worden, was het in onze contreien nat, met onder meer veel smeltwater als gevolg van het langzaam ontdooien van de permafrost uit de laatste ijstijd. (DD)

Dat stelt de ploeg rond geograaf Jean Poesen van de Katholieke Universiteit Leuven na grondige analyse van 330 grondverschuivingen in het vakblad Quaternary Research. Vele grondverschuivingen zitten verborgen in de bodem en kunnen alleen met speciale beeldvormingstechnieken zichtbaar gemaakt worden. Maar de techniek levert een schat aan informatie op. De Leuvense onderzoekers vonden opvallende grondverschuivingen in onder meer Alden Biesen en het Hallerbos, en op de Kemmelberg. De recent ontdekte verschuiving in Alden Biesen heeft een oppervlakte van niet minder dan 266,5 hectare. Een aantal verschuivingen hebben ongetwijfeld een seismische oorsprong en zijn dus een gevolg van lichte bewegingen in de aardmantel. Andere zijn het resultaat van erosie, van het verschuiven van de bodem onder druk van overbelasting met water. Zo'n 8000 jaar geleden, de periode waarin de meeste verschuivingen gesitueerd worden, was het in onze contreien nat, met onder meer veel smeltwater als gevolg van het langzaam ontdooien van de permafrost uit de laatste ijstijd. (DD)