Opinie

Pieter Van den Bossche

‘Onderwijskwaliteit verbeteren? Luister dan eindelijk eens naar de leraarskamer’

Pieter Van den Bossche Leraar Latijn, Grieks en filosofie in Gijzegem

‘Net die sluipende invoering van de didactiek uit het technisch onderwijs, heeft in grote mate bijgedragen tot de onthutsende daling in onderwijskwaliteit waar we in Vlaanderen de jongste jaren mee geconfronteerd worden’, schrijft Pieter Van den Bossche. Hij reageert op een opiniestuk van Dirk Van Damme, die pleit voor meer praktische vaardigheden in het technisch onderwijs.

In een veel gelezen opiniestuk breekt onderwijsexpert Dirk Van Damme een lans voor de praktische vaardigheden in het technisch en beroepsonderwijs. Wie met de handen wil werken en een beetje commerciële feeling heeft, komt volgens deze verlichte pedagoog zonder al teveel problemen op de gastenlijst van The sky is the limit terecht. Al dan niet dankzij het obligate zwartwerk waar werkelijk elke Belgische zelfstandige lijkt van te leven. Allemaal goed en wel. Maar beweren dat de belangrijkste reden voor de belachelijk povere uitstroom van leerlingen met een technisch profiel ligt in een misplaatste klemtoon op algemene vakken, getuigt van een ongezien gebrek aan voeling met de leraarskamer.

‘ASO-isering’ van onze praktisch georiënteerde leerlingen? Laat me niet lachen. Amper enkele jaren geleden daalde STEM (een letterwoord dat staat voor het ronkende science, technology, engeneering en mathematics) af als zaligmakend manna uit de hemel in het algemeen secundair onderwijs. Scholen sprongen massaal op de kar op vraag van verontruste ouders die vreesden dat hun kroost in een algemeen vormende opleiding te weinig wetenschappen en techniek zou krijgen. Net die sluipende invoering van de didactiek uit het technisch onderwijs, heeft in grote mate bijgedragen tot de onthutsende daling in onderwijskwaliteit waar we in Vlaanderen de jongste jaren mee geconfronteerd worden. Ons ooit zo geroemd taalonderricht, om maar iets te zeggen, is onder invloed van obscure STEM-adepten, verveld tot een inhoudsloos kader waarin de klemtoon ligt op praktische vaardigheden. Lezen en literatuur zijn al lang uit de mode en vervangen door de weg vragen naar de dichtstbijzijnde bakker of slager. In het Frans of Engels. Want in het Duits lukt zelfs dat niet meer.

Kwaliteit van het onderwijs verbeteren? Luister dan eindelijk eens naar de leraarskamer.

Dat de malaise in het onderwijs hand over hand toeneemt, heeft dan weer diverse oorzaken. Tanende interesse bij jonge mensen om les te geven is er één van. Wie nu kiest voor een job als leerkracht, doet dat vaak na een faalervaring op een ander domein. Gevolg is dat de spoeling heel dun wordt. Directeurs leggen de lat bij nieuwe aanwervingen dan ook ontstellend laag, omdat ze simpelweg niemand meer vinden. Een probleem dat elke beleidsmaker of onderwijsspecialist jaren geleden al kon zien aankomen, maar waarmee nooit aan de slag gegaan is.

Gevolg hiervan is logischerwijs een schrijnend gebrek aan vakkennis bij heel wat mensen die momenteel voor de klas staan. Begaafde studenten kiezen namelijk haast nooit voor de lerarenopleiding. U weet wel: those who can, do. Those who can’t, teach. Verbind je dat gegeven met het feit dat klassenraden monddood gemaakt zijn door een subjectieve angst voor aanvechtingen, dan hoef je geen expert te zijn om te weten waar het verkeerd loopt. Leerlingen raken achterop tijdens het schooljaar en worden niet meer dwingend georiënteerd of bijgewerkt. Nefast gevolg hiervan is onder andere een gevoel van straffeloosheid onder scholieren omdat tekorten op vakken haast nooit meer tot zware gevolgen leiden. Het C-attest in de eerste graad lijkt, net als het B-attest, volledig afgeschaft. Zelfs herexamens zijn uit den boze. Daar heeft het spiedende oog van de heilige doorlichting voor gezorgd. Scholen die teveel leerlingen in augustus laten opdraven, krijgen zonder uitzondering een zware uitbrander.

Dit alles wordt tot slot overgoten met een stinkend sausje dat onderwijshervorming heet en gekruid door een voluntaristische minister die pertinent weigert te luisteren naar de bezorgdheden op de werkvloer. Een mens begrijpt nu allicht beter waarom het aantal burn-outs en langdurig afwezigen zo hoog ligt bij leerkrachten.

Oplossingen zijn er, gelukkig, ook. Eerst en vooral een grondige herdenking van het systeem van de vaste benoeming. Momenteel heeft die werkelijk niets te maken met goed lesgeven, maar draait die helemaal om gelukkig toeval. Een systeem dat dus even demotiverend als beklemmend werkt, want wie uitgekeken is op lesgeven, laat die vermaledijde benoeming dan weer moeilijk los. Gevolg is dat er van personeelsbeleid die naam waardig in het onderwijs al decennia geen sprake meer is.

De lerarenopleiding terug met de voeten op de grond brengen, zou ook al veel zoden aan de dijk brengen. Jonge starters krijgen een complete degout van de stiel omdat ze verstikt worden door een berg administratief werk. Ellenlange lesvoorbereidingen zijn helaas niet bepaald bevorderlijk voor de didactische feestvreugde.

Deze zaken vragen natuurlijk een visie op lange termijn, mee uitgedacht door wie zelf op de werkvloer staat. Uitgerekend kenmerken waar onze onderwijsbeleidsmakers, in tegenstelling tot bezuiden de taalgrens, de jongste jaren niet echt om bekend staan. Hoog tijd dus voor een reset, uitgewerkt door en voor de mensen die de hete kastanjes dagelijks uit het vuur halen. Niet door zelfverklaarde onderwijsexperts en onderling inwisselbare politici.

Pieter Van den Bossche is leraar Latijn, Grieks en filosofie in Gijzegem.

Partner Content