Het onderwijsdebat is verworden tot een stellingenoorlog: 'witte' scholen versus 'zwarte', excelleren versus gelijke kansen, kwaliteit versus welbevinden, koepels versus politiek. Van deze makkelijke maar valse tegenstellingen worden kinderen niet beter. Waarvan dan wel? Hoog tijd om de heilige huisjes te verlaten en te kijken naar wat werkt.

Op het strijdtoneel van het onderwijsdebat vallen makkelijk slachtoffers (leerkrachten en directies vallen letterlijk uit) en wordt weinig terreinwinst geboekt. Gisteren werd de segregatie in onze scholen druk besproken en becommentarieerd. 'Zwarte en witte scholen: dat is gesubsidieerde apartheid', was de titel in De Standaard van een opiniestuk van Martin Valcke, professor onderwijskunde aan de UGent. Onze samenleving is divers, ons onderwijs is dat niet. En dat is een groot probleem. Want net op school leer je samenleven, bovendien is het nefast voor gelijke onderwijskansen.

Sterke school is een school die voor elk van de leerlingen een maximale leerwinst boekt.

De centrale vraag voor mij: hoe boeken we een zo grote mogelijk leerwinst voor alle leerlingen? Anders gezegd: hoe zorgen we ervoor dat elk kind zijn talenten maximaal ontplooit? Lager mag de lat niet liggen: élk kind moet kunnen excelleren.

Eliteonderwijs voor iedereen

Onze ambitie moet daarom zijn om hoogstaand onderwijs te garanderen in élke school. Een sterke school is een school die voor elk van de leerlingen een maximale leerwinst boekt. Het gaat daarbij niet om wit of zwart. Niet de 'witheid' van een school bepaalt de kwaliteit ervan. Sommige zogenaamde 'zwarte' scholen slagen erin een veel grotere leerwinst te boeken dan menige 'witte' school.

Wat is dan wel bepalend? De sterkte van het team (leerkrachten, directie, brugfiguur, zorg, ouders incluis) bepaalt de leerwinst. Het spreekt voor zich dat de kracht van een team in verhouding staat tot de uitdagingen waar het team voor staat. Die uitdagingen overstijgen wit en zwart. Het gaat niet alleen om anderstaligheid en sociaal-economische achtergronden, maar ook om toegenomen zorgnoden (dyslexie, dyscalculie, autisme, ADHD...) en de stortvloed aan regels en rapportages.

Veel leerkrachten zijn aan het einde van hun Latijn. 'Witte' scholen tegenover 'zwarte' plaatsen helpt niemand vooruit.

Dubbele contingentering is niet zaligmakend

De willekeur van het Gentse inschrijvingsbeleid in het basisonderwijs is alvast verkleind. Want voor het basisonderwijs werken we in Gent intussen 11 jaar met een centraal aanmeldingssysteem, dat de schoolplaatsen bedeelt op basis van woonafstand én sociale mix. Die aanpak werpt stap voor stap vruchten af: de helft van alle scholen weerspiegelt intussen de realiteit van de buurt. Het bevordert -rekening houdend met de keuzes die ouders maken- over de jaren heen de sociale mix.

Het systeem werkt maar zorgt in zijn eentje niet voor dé grote omwenteling. Daarvoor is veel meer nodig. Het is niet dé zaligmakende oplossing zoals het soms wordt voorgesteld. Maar moet het daarom op de schop? Wat mij betreft niet. Ook bij de scholen en ouders is intussen een draagvlak opgebouwd. Twee op drie ouders is voorstander van een evenwichtige verdeling van leerlingen over scholen op basis van sociale kenmerken. 1 op 8 is ronduit tegen. Ik wil daar niet licht over gaan. Dat er ingegrepen wordt op de schoolkeuze ligt zeer gevoelig. En ik begrijp dat, het gaat ten slotte over je kind en het grondwettelijk recht van vrijheid van onderwijs.

Het emotionele debat tussen de grote voor- en tegenstanders blokkeerde wel vijf jaar lang de tot standkoming van het inschrijvingsdecreet. Intussen haalde de realiteit in steden als Antwerpen, Brussel en Gent het parlement in en werd dit voorjaar in allerijl een decreet gestemd.

Met zijn allen in het (taal)bad

Ook over de inzet van andere thuistalen dan het Nederlands op school is al veel inkt gevloeid. Ooit pionierde Gent met een experiment waarbij leerlingen les kregen in het Turks. Intussen zijn we daarvan afgestapt. Het effect op de leerwinst was -gegeven de omstandigheden- te beperkt. Met het Onderwijscentrum Gent zetten we intussen in op functioneel meertalig leren: het strategische en geïntegreerde gebruik van de talige hulpbronnen van (ontluikend) meertalige leerlingen. Dit hoeft niet tegengesteld te zijn aan een versterkte aandacht voor het Nederlands. De wijze waarop extra taalklassen georganiseerd worden verdient wel aandacht. Zodat het segregatie niet verder in de hand werkt en het beoogde effect (betere kennis van het Nederlands) ook echt bereikt.

De tijd tikt. Door het lerarentekort is het vijf over twaalf. Directies zijn nu soms al opgelucht wanneer ze überhaupt nog iemand vinden die voor de klas wil staan. Nog meer stellingenoorlogen betekenen nog meer mensen die afhaken en tijdverlies. Dat kost onze maatschappij, ons allen, handenvol geld en energie. Laten we dus zoeken naar wat echt werkt en voorbij de heilige huisjes kijken.