Na twee maanden sluiting gaan de Vlaamse scholen volgende week eindelijk weer open. Al is 'open' hier misschien niet helemaal het juiste woord. Zo zal bijvoorbeeld de poort van het Heilig Hart in Leuven, met circa 3000 leerlingen een van de grotere scholen in Vlaanderen, straks hoogstens op een smalle kier staan.
...

Na twee maanden sluiting gaan de Vlaamse scholen volgende week eindelijk weer open. Al is 'open' hier misschien niet helemaal het juiste woord. Zo zal bijvoorbeeld de poort van het Heilig Hart in Leuven, met circa 3000 leerlingen een van de grotere scholen in Vlaanderen, straks hoogstens op een smalle kier staan. 'Wij starten nu vrijdag al, op 15 mei', vertelt directeur Walter D'Hoore. 'In onze secundaire school ontvangen we dan een deel van onze zesde- en zevendejaars, in totaal gaat het over iets meer dan honderd leerlingen. Twee weken later willen we, zoals voorgeschreven, ook de tweede- en de vierdejaars laten komen. Maar meer zit er voorlopig niet in. De preventieregels laten dat niet toe, zelfs in een hele grote school als de onze kan het niet. Als die regels niet veranderen, zullen we het daarbij moeten houden. Dat zou inderdaad betekenen dat de eerste-, derde- en vijfdejaars het tot het eind van het schooljaar met afstandsonderwijs moeten stellen.' Kort samengevat bestaat dus de kans dat minstens de helft van de leerlingen van Heilig Hart op vrijdag 13 maart voor het laatst dit schooljaar op een schoolbank heeft gezeten. Meer dan 3 maanden lang zullen ze aangewezen zijn op afstandsonderwijs, een vorm van onderwijs die voor deze crisis nauwelijks was ontwikkeld. De situatie in andere scholen zal niet heel anders zijn. Wat de effecten zullen zijn op de cognitieve ontwikkeling van onze scholieren op de langere termijn, dat is vandaag moeilijk te zeggen. Voor een min of meer vergelijkbare situatie moeten we al teruggaan naar de Tweede Wereldoorlog. Een rondvraag van Knack bij mensen 'op het terrein' leert wel dat eventuele leerachterstand vandaag niet de allergrootste zorg is van directies en leerkrachten. Ze verwachten dat die achterstand niet onoverkomelijk zal zijn, en maken zich vooral zorgen over de sociaal-emotionele gevolgen. Bovendien is er de afgelopen maanden ook duidelijk winst geboekt. Zo is de digitale geletterdheid van leerlingen én leerkrachten er met rasse schreden op vooruitgegaan. Christine Hannes is directrice van de Spectrumschool in Antwerpen. De school, die in de tweede en derde graad technische opleidingen, beroepsopleidingen en duaal leren aanbiedt, telt alles samen 1150 leerlingen. Voor die leerlingen was afstandsleren allesbehalve vanzelfsprekend. De leerlingen van de Spectrumschool komen vaker dan gemiddeld uit kansarme gezinnen. 'Onze leerlingen hebben het thuis dikwijls niet breed, dat wist ik natuurlijk al', vertelt Hannes. 'Toch ben ik bij het begin van deze crisis nog geschrokken. 430 leerlingen hadden thuis geen pc of laptop. Onze school heeft dan ook onmiddellijk ingetekend op het project van Ben Weyts. Inmiddels heeft bijna iedereen die er een nodig had een laptop gekregen, maar het heeft wel te lang geduurd. Gelukkig hebben we vrij snel beslist om van Smartschool over te schakelen naar Google Classroom. Die tool is veel beter geschikt voor opdrachten op een smartphone. En smartphones hebben onze leerlingen allemaal, op een paar uitzonderingen na. Ze zijn er ook veel handiger mee dan met een laptop.' De razendsnelle omschakeling naar afstandsonderwijs verliep ook in het Leuvense Heilig Hartinstituut niet zonder slag of stoot. 'Maar ik hou er over het algemeen wel een goed gevoel aan over', zegt directeur Walter D'Hoore. 'Ik heb mijn werkdagen de afgelopen maanden heel vaak afgesloten met een tevreden gevoel. Digitalisering van het onderwijs is geen eenvoudig verhaal. Bij veel leerkrachten bestond een zekere weerstand. Het was mooi om te zien hoe diezelfde leerkrachten de knop volledig hebben omgedraaid en heel snel in actie zijn geschoten.' Het eerste en misschien wel belangrijkste obstakel was in het Heilig Hartinstituut hetzelfde als in de Spectrumschool. Lang niet alle leerlingen bleken thuis over een laptop of pc te beschikken. Al werd het euvel hier wel snel verholpen. 'Het Leuvense stadsbestuur heeft er mee voor gezorgd dat alle leerlingen van wie we wisten dat ze thuis geen laptop of pc hadden er onmiddellijk een kregen. Daar mogen we trots op zijn. Natuurlijk is afstandsonderwijs voor leerlingen uit meer kansarme gezinnen lastiger. Maar ik heb ook gezien hoe onze leerlingenbegeleiders en leraren hun uiterste best hebben gedaan om die jongeren niet te verliezen. Desnoods gingen ze bij die gezinnen thuis aanbellen.' Ook Christine Hannes maakt zich sterk dat haar leerkrachten de overgrote meerderheid van de leerlingen 'bij de les' konden houden. 'Zeven zijn er van de radar verdwenen. Dat noem ik op een totaal van meer dan duizend - vaak kwetsbare - jongeren een groot succes. Ik ben ervan overtuigd dat we daarin geslaagd zijn omdat onze leerkrachten, nog meer dan andere, getraind zijn om met crisissituaties om te gaan. De afstand tussen leerlingen en leraar is bij ons gemiddeld een stuk kleiner. Elke klas heeft een eigen WhatsAppgroep. De leraren staan bijna voortdurend in contact met de leerlingen. Ze hebben hun telefoonnummers, en zullen als het echt moet ook bij hen langs gaan.' Dezelfde teneur overheerst bij de drie leerkrachten die we voor dit artikel benaderden. Allemaal schakelden ze onmiddellijk over op afstandsonderwijs, en allemaal hebben ze daarmee een grote meerderheid van hun leerlingen bereikt. Maar is dat onderwijs ook doeltreffend? 'Ik heb het gevoel dat de meerderheid van onze leerlingen het afstandsonderwijs echt serieus neemt en zich inzet', vertelt Katrien Stuyck, lerares Engels en Duits aan het Sint-Pieterscollege in Leuven. 'Maar er is een verschil tussen bezig zijn met de leerstof en de leerstof echt leren en onder de knie krijgen. Je hebt ook op afstand allerlei mogelijkheden om het werk van de leerlingen te volgen en evalueren, maar de resultaten zijn niet altijd betrouwbaar. Er kan "gespiekt" worden, of ze kunnen vertaalcomputers gebruiken. Ik kan ook niet inschatten hoeveel er echt blijft hangen bij de leerlingen. Ik denk dat dat minder is dan enthousiaste pedagogen inschatten.' Afstandsonderwijs is uiteraard ook niet ideaal voor de leerlingen van de Spectrumschool, die vooral technische en beroepsopleidingen aanbiedt. 'De helft van de lesuren die wij aanbieden zijn praktijkuren', zegt Christine Hannes. 'Lassen of hout bewerken kun je moeilijk leren via afstandsonderwijs. Wij hebben ons dan maar gefocust op de theorie van de praktijk. Maar die aanpak strookt eigenlijk niet met de manier waarop wij normaal werken. Leerlingen begrijpen de relevantie van de theorie veel sneller als je die in de praktijk integreert. Het waren dus allesbehalve ideale omstandigheden.' Ideaal was het ook niet volgens Pauline De Proost, lerares Nederlands aan het Leuvense Sint-Pieterscollege. Leerlingen steken minder op van afstandsonderwijs', denkt ze. Toch was dat zeker niet haar enige zorg. 'Er is ook nog het sociale aspect. Iedereen mist sociaal contact. Het is voor ons als volwassenen al moeilijk om geen familie of vrienden te zien, wat moet het dan zijn voor de jeugd? Ja, gelukkig zijn er sociale media, maar school is voor hen toch nog altijd de belangrijkste ontmoetingsplaats.' Het is een opmerking die in allerlei variaties terugkeert. 'Belangrijker dan de leerschade, vind ik de vraag naar de sociaal-emotionele impact bij de leerlingen', stelt Susie Wouters, lerares wiskunde in de tweede en derde graad van het Annuntia-Instituut in Wijnegem. 'De manier waarop de leerlingen zelfstandig thuis moeten werken aan opdrachten vanachter hun computer, is allesbehalve aangenaam. Ik merk dat de meeste leerlingen, zelfs de leerlingen die al schoolmoe waren vóór het coronatijdperk, naar school hunkeren. Ze missen hun vrienden, ze missen de lessen met uitleg en persoonlijke contacten. Want de sociale contacten zijn net het belangrijkste voor pubers. Het loskomen van hun ouders is eigen aan hun leeftijd, en net dat kunnen ze nu niet doen.' Christine Hannes maakt een soortgelijke inschatting. 'De sociaal-emotionele schade zou wel eens groter kunnen zijn dan de leerschade. Veel van onze leerlingen komen uit kwetsbare gezinnen. Zij hebben ongetwijfeld zware maanden achter de rug. Ik maak me minder zorgen over hun leerachterstand, ook voor die kwetsbare groep. Wij hebben het grote geluk dat onze manier van werken nogal coronaproof is. Wij evalueren onze leerlingen altijd in april. Wij houden dan klassenraden waarin we risicoanalyses per leerling maken, en stellen de vraag: wat als we nu ons eindoordeel zouden vellen? Voor leerlingen die we geen A-attest zouden geven, sommen we op welke doelen ze nog niet gehaald hebben. Vervolgens beginnen we aan een individueel remediëringstraject.' 'En dat is dit jaar niet anders. Volgende week openen we de deuren, maar alleen voor die leerlingen die in zo'n traject zitten. Wij zullen dus, nog meer dan gewoonlijk, vooral op die groep focussen. De leerlingen die al goed bezig waren, krijgen verder les via afstandsonderwijs. Misschien zijn zij op die manier wat benadeeld, maar laten we daar nu ook niet overdreven dramatisch over doen. Verreweg het grootste deel van het schooljaar is normaal verlopen.' Een soortgelijke relativerende noot komt van haar collega Walter D'Hoore: 'Ik verwacht niet dat we, als gevolg van deze crisis, over tien jaar te maken krijgen met kapsters die niet fatsoenlijk kunnen knippen of chirurgen die niet kunnen opereren. Dit wordt geen generatie idioten, hè. Dat zeg ik vooral uit bescheidenheid. Leerlingen leren niet alleen binnen de vier muren van een klas.' Maar hoe zullen de leerkrachten straks evalueren? Is het wel mogelijk om over dat rare laatste trimester een eerlijk oordeel te vellen? Bovendien kan dat trimester bepalend zijn voor leerlingen die nog iets op te halen hebben. Makkelijk wordt het allerminst, geeft wiskundelerares Susie Wouters aan. 'Een eerlijke evaluatie is moeilijk bij taken waarbij leerlingen kunnen overschrijven. Dat probleem heb je ook bij onlinetoetsen, want ze kunnen samenwerken en hun notities of de computer raadplegen. Bovendien kunnen factoren als demotivatie, een moeilijke thuissituatie, het afgezonderd zijn van hun vrienden, concentratiemoeilijkheden, veel beeldschermuren en onzekerheid een negatieve invloed hebben op hun punten. Daardoor kunnen de evaluaties van het onlinelesgeven en de toetsen tijdens de fysieke lessen niet op dezelfde manier gebruikt worden bij deliberaties. We willen niet iedereen er zomaar doorlaten, maar bij twijfel moet er milder gedelibereerd worden.' Walter D'Hoore twijfelt er niet aan. 'De gebruikelijke examenreeks komt er dit jaar niet. Er zijn praktische redenen, maar het zou ook pedagogisch niet verantwoord zijn, zeker niet voor de leerlingen die de laatste drie maanden niet of nauwelijks op school zijn geweest.' Hoe zal in zijn school geoordeeld worden over die leerlingen die bij eerdere evaluaties slecht scoorden, en die zich nu willen herpakken? Dat is nog niet uitgemaakt. 'Maar we willen die leerlingen natuurlijk wel een eerlijke kans geven', vertelt D'Hoore. 'Het is zeker niet uitgesloten dat we specifiek voor hen nog enkele examens organiseren. Die mogelijkheid onderzoeken we nu.' Never waste a good crisis. Zowel de leraren als directeurs die we aan het woord lieten geven aan dat ze, net als hun leerlingen, ook ontzettend veel hebben geleerd. 'De vernieuwingen die deze crisis meebracht zullen ook later bruikbaar zijn', zegt Susie Wouters. 'Zo zal het digitale materiaal gebruikt kunnen worden om afwezige leerlingen bij te werken. Ook voor remediëring, zelfstandige opdrachten of afwisseling in de lessen is dat bruikbaar materiaal. Meer in het algemeen is het belang van de school als ontmoetingsplaats voor jongeren duidelijker geworden. Zonder deze plek zouden veel leerlingen het moeilijker hebben en verloren lopen.' Pauline De Proost wijst op de grote sprong die er gemaakt is in digitale vaardigheden. 'We hebben online vergaderd en klassenraden bijgewoond, Smartschool nog beter leren kennen en powerpoints ingesproken. Allemaal dingen die we voordien nog niet gedaan hadden, en die heel goed lukken. De directies hebben snel moeten handelen, leerkrachten stonden onmiddellijk paraat. We hebben bundels en presentaties in elkaar gestoken en die op afstand onderwezen. De leerlingen bleken flexibel en pasten zich aan. Ik denk dat we het niet zo slecht hebben gedaan.' Voor veel leerlingen was dit ook een moment om 'anders' te leren, geeft De Proosts collega Katrien Stuyck aan. 'Dan denk ik niet alleen aan meer schoolse zaken zoals zelfstandiger werken en zelfdiscipline, maar ook aan creativiteit, sociale vaardigheden of huishoudelijke taken. Sterke leerlingen blijven misschien wat onvoldaan, maar ook zij kunnen nu veel meer lezen en zich helemaal concentreren op zaken waar ze tijdens het schooljaar minder tijd voor hebben. Ze volgen taalcursussen en Moocs aan de universiteit of zijn veel meer bezig met hun hobby's. Het risico dat ze niet zullen slagen aan de universiteit volgend jaar wordt volgens mij een beetje overdreven door angstige ouders. Het komt wel goed. En hopelijk zien ouders en leerlingen nu ook in dat de mensen uit het onderwijs echt wel "krachten" zijn, mensen die hun best doen en soms een beetje onmisbaar zijn.' De coronacrisis was en is een drama voor de slachtoffers en hun dierbaren, besluit Walter D'Hoore. 'Maar als schooldirecteur zie ik veel positieve gevolgen, ook maatschappelijk. Wie weet zal deze crisis ervoor zorgen dat de samenleving anders gaat denken over wat we "de zachte sector" noemen. Als deze grote crisis zich vertaalt in een hogere status en meer aantrekkingskracht van beroepen als verpleger of leerkracht zou ik dat een mooi pluspunt vinden.'