Julian King

‘Ondersteuning van slachtoffers moet van terrorisme moet een prioriteit zijn van alle Europese lidstaten’

Julian King Europees Commissaris belast met de Veiligheidsunie

Eurocommissaris Julian King, verantwoordelijk voor de veiligheidsunie, staat twee jaar na de aanslagen in Brussel stil bij het belang van de ondersteuning van slachtoffers van terrorisme.

Vandaag is het twee jaar geleden dat op Brussels Airport en in metrostation Maalbeek verwoestende bommen tot ontploffing kwamen. In sommige opzichten is twee jaar een lange tijd. De materiële sporen zijn grotendeels gewist. Duizenden mensen komen dagelijks langs de bewuste plekken, en staan er niet stil. Maar voor sommigen – zij die het overleefd hebben of zij die er een dierbare hebben verloren – blijft de herinnering springlevend; de littekens moeten nog helen, als dat ooit zal gebeuren.

Ook Europa is het niet vergeten. Wij zijn vastbesloten onze burgers beter te beschermen, en hebben de voorbije twee jaar gewerkt om de ruimte waarin terroristen opereren, stevig af te grendelen. Tegelijkertijd waren onze inspanningen er ook op gericht slachtoffers van terrorisme de steun te bieden die zij nodig hebben.

De nieuwe wetgeving ter bestrijding van terrorisme en voor de aanpak van de terreurdreiging is ook zo ontworpen dat slachtoffers gebruik kunnen maken van ondersteuning zolang zij die nodig hebben.

Ondersteuning van slachtoffers moet van terrorisme moet een prioriteit zijn van alle Europese lidstaten

Eerder deze maand vond de 14e Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van terrorisme plaats en hoorde ik uit de eerste hand dat sommige slachtoffers nog steeds problemen ondervinden om van hun lidstaat de nodige steun te krijgen.

Ik steun de inspanningen die de lidstaten leveren, maar zij moeten hiervan een echte prioriteit maken. In juli jongstleden heeft het Belgische parlement een wet aangenomen waarbij onder meer een herstelpensioen voor slachtoffers is ingevoerd en de vergoeding wordt geregeld van de medische behandelingen die zij nodig hebben als gevolg van terreurdaden. Ook de betalingen aan slachtoffers verlopen nu sneller.

De lidstaten hebben tot september 2018 de tijd om de Europese terrorismerichtlijn in nationaal recht om te zetten. Maar waarom nog wachten? Slachtoffers blijven lijden dag na dag en het beste is zo veel mogelijk voor hen te doen, en hoe sneller, hoe beter.

Ik geloof dat hetzelfde argument geldt voor het andere deel van de richtlijn, dat gericht is op de terroristen zelf. Hiermee wordt reizen binnen, van en naar de EU met terroristische doeleinden strafbaar gesteld. Voorts wordt het geven van training voor het verrichten van aanslagen onwettig en wordt het financieren van terrorisme hard aangepakt. En ook hier geldt: hoe sneller deze maatregelen door de lidstaten worden toegepast, hoe beter voor Europa in zijn geheel en voor elke Europese burger.

Terwijl we de reismogelijkheden en het trainen van terroristen stevig aanpakken, voeren we ook nog een reeks maatregelen in om hen de middelen af te pakken waarmee ze aanslagen verrichten.

Naast de controles die zullen voortvloeien uit de terrorismerichtlijn, zal de richtlijn over het gebruik van persoonsgegevens van passagiers (PNR-gegevens) luchtvaartmaatschappijen verplichten de gegevens die zij over hun passagiers verzamelen, aan de lidstaten te verstrekken. Dit is een belangrijk instrument om terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit te voorkomen, op te sporen, te onderzoeken en te vervolgen. Deze gegevens kunnen helpen om verdachte reispatronen op te sporen en verhinderen dat terroristen zich vrij door de hele EU verplaatsen.

Terwijl we de reismogelijkheden en het trainen van terroristen stevig aanpakken, voeren we ook nog een reeks maatregelen in om hen de middelen af te pakken waarmee ze aanslagen verrichten. Zo verstrengen we de regels voor precursoren voor explosieven – dit zijn chemische stoffen die terroristen kunnen gebruiken om explosieven te maken – zoals de ingrediënten voor het maken van triacetontriperoxide (TATP). Dit is het explosief dat twee jaar geleden met dodelijke gevolgen werd gebruikt in Zaventem en Maalbeek en ook bij andere aanslagen zoals in Parijs in 2015 en opnieuw bij de mislukte aanslag in Brussel-Centraal in 2017.

Dit soort maatregelen kan het best worden genomen in alle 28 lidstaten. Er zijn op dit ogenblik verschillende manieren om deze precursoren aan te pakken, door ze te verbieden of door een vergunning of in ieder geval registratie verplicht te stellen. Terroristen zouden anders in heel Europa kunnen gaan shoppen en in verschillende lidstaten aankopen wat ze nodig hebben. Dit is een goed voorbeeld waarom we wetten in verband met veiligheid moeten harmoniseren in heel de EU.

We sluiten niet alleen de ruimte af en ontnemen terroristen de middelen met het doel het plegen van aanslagen moeilijker te maken. We ondersteunen ook de inspanningen op lokaal niveau om radicalisering tegen te gaan, want daar ligt de kiem van het probleem. In het netwerk voor voorlichting over radicalisering wordt ondersteuning geboden aan mensen die in het veld werken, in plaatselijke besturen, sociale diensten, politie, scholen, gevangenissen en ziekenhuizen over heel Europa. In 2017 werd door de Commissie een deskundigengroep op hoog niveau inzake radicalisering opgericht, waarin experts van de lidstaten en van EU-instellingen en -agentschappen samenkomen.

Er bestaat niet zoiets als honderd procent veiligheid of een nulrisico. Maar we kunnen de ruimte afgrendelen waarin terroristen ons kwaad willen berokkenen, onze veerkracht opbouwen, aanslagen afwenden, indien nodig respons bieden, en zorgen voor de slachtoffers.

Verder zijn we bezig de bestaande onlinekanalen voor radicalisering af te sluiten door druk uit te oefenen op internetplatforms: zij moeten meer en snellere inspanningen leveren om terroristische inhoud proactief te blokkeren, om in de eerste plaats te voorkomen dat deze inhoud opduikt en om deze binnen het uur te verwijderen na melding door de autoriteiten voor wetshandhaving. De EU-eenheid voor de melding van internetuitingen (IRU), die bij Europol is gevestigd, helpt nationale autoriteiten inhoud op te sporen en te melden, en werkt rechtstreeks met de platforms. In het EU-internetforum komen ondertussen overheden, EU-agentschappen, academici en internetplatforms samen om deze schadelijke inhoud af te blokken.

Volgende maand zullen we verdere stappen ondernemen om onze respons op de terroristische dreiging te versterken. We zullen voortgaan met terroristen hun actiemiddelen af te nemen, onder meer met verdere maatregelen inzake explosieven, vuurwapens en valse documenten, en we zullen ons ook toeleggen op grensoverschrijdende toegang tot elektronisch bewijsmateriaal.

Van experts die veldwerk verrichten in gemeenschappen, via lokale en nationale overheden, tot het niveau van de Europese Unie: wij moeten allen samenwerken om steun te geven aan degenen die getroffen zijn door afschuwelijke aanslagen zoals die in Brussel, en we moeten doen wat we kunnen om herhaling van dergelijke aanslagen te voorkomen. Er bestaat niet zoiets als honderd procent veiligheid of een nulrisico. Maar we kunnen de ruimte afgrendelen waarin terroristen ons kwaad willen berokkenen, onze veerkracht opbouwen, aanslagen afwenden, indien nodig respons bieden, en zorgen voor de slachtoffers.

Partner Content