Opinie

Brent Usewils

‘Om het huis te redden, moet VLD ook de funderingen durven herzien’

Brent Usewils Internationaal secretaris van Jong VLD

In aanloop naar het partijcongres ‘Liberaal Vuur’ van Open VLD roepen Brent Usewills en Tim Bogaert van Jong VLD de moederpartij op om werk te maken van vernieuwing, en een nieuw kiessysteem, waarvoor gekeken kan worden naar onze buurlanden.

Het is een publiek geheim dat Open VLD kampt met bloed- en ideeënarmoede. Het liberalisme, dat nog altijd de kracht heeft om te enthousiasmeren en te engageren, heeft nood aan een radicaal nieuwe richting om dat potentieel waar te maken. Na jaren van regeringsdeelname zit er sleet op de formule, en daarom moet de partij durven wegstappen van de compromispolitiek dat haar zo definieert, met krachtige ideeën die ook het algemeen tij kunnen keren van de Belgische politiek, die steeds vaker gekenmerkt wordt door apathie.

Het is te laat voor gerommel in de marge, en het systeem heeft nood aan een rethink. De burger voelt zich politiek niet meer vertegenwoordigd, met parlementsleden die eerder analoge stemmachines zijn. Electoraal belang van de partijen primeert – denk maar aan de demarche van N-VA die plots onafhankelijkheid van Russisch gas niet meer zo belangrijk vindt, of liberalen die een sterkere staatsinmenging (en -schuld) ondersteunden tijdens de pandemie.

Om het huis te redden, moet VLD ook de funderingen durven herzien.

In één zin: de burger is toe aan nieuwe politiek, en VLD aan een nieuwe insteek – laat ons die twee vliegen in een slag slaan door meteen de funderingen te hertekenen: ons kiessysteem.

Leren van buren, en verder

Of het nu de Federale Kamer, het Vlaams Parlement of de gemeenteraad is, zitjes worden verdeeld volgens een proportioneel systeem. Daardoor hebben partijen ongeveer evenveel zetels als de verhouding van het aantal stemmen. Maar binnen dit systeem heb je geen enkele garantie dat er iemand uit jouw regio in het parlement komt, laat staan iemand die je kent en op straat kunt aanspreken.

Je zou dan kunnen opteren voor een meerderheidsstelsel, zoals het systeem van first-past-the-post in het Verenigd Koninkrijk, waar 650 districten telkens één iemand afvaardigen; de persoon met het hoogste aantal stemmen. In Frankrijk houdt men een tweede ronde indien geen van de kandidaten een absolute meerderheid behaald. Het voordeel van beide systemen is de lokale vertegenwoordiging. Je kan dus je lokaal parlementslid contacteren om lokale problemen aan te kaarten. Als je stemt, stem je dus ook rechtstreeks voor een persoon, die meer aan zijn kiezers dan aan de partijlijn zal gebonden zijn. Deze meerderheidsstelsels zijn wel niet perfect, aangezien het op nationaal niveau geen rekening houdt met de partijvoorkeur.

Er zijn nog andere kiesstelsels. Zo stemmen kiezers in Australië door verschillende kandidaten te nummeren in volgorde van hun voorkeur, het zogenaamde ‘ranked voting’. Dit zorgt ervoor dat een gedragen ‘consensus’-figuur verkozen wordt als de lokale vertegenwoordiger. Stemmen op een kandidaat ‘die geen kans maakt’ of ‘om een statement te maken’ kan je in eer en geweten doen, zonder het risico te lopen dat je je stem ‘weggooit’.

Een kiessysteem op maat van België

Idealiter hebben we een kiessysteem dat toch nog proportioneel is, waar er lokale vertegenwoordigers zijn en waar er geen ‘wasted votes‘ zijn. Dat kan je bekomen door meerdere systemen te combineren, iets wat we vandaag al zien in Duitsland en Nieuw-Zeeland. In beide landen worden via een meerderheidsstelsel lokale vertegenwoordigers gekozen en maakt men het geheel proportioneel door aan de kiezer ook een lijststem te vragen.

Het is echter beter om een breed gedragen kandidaat als lokale vertegenwoordiger te hebben (die dus na één of meerdere telrondes een absolute meerderheid behaalt). In een land als het onze wil je immers niet dat de populairste kandidaat, met pakweg 24%, rechtstreeks verkozen wordt als lokaal vertegenwoordiger.

Daarom stellen we voor om de Kamer voortaan in twee parallelle verkiezingen te verkiezen. In 100 kiesdistricten over het hele land verkiezen we lokale volksvertegenwoordigers via ‘ranked voting’. De overige 50 zetels worden bepaald door de lijststemmen, rekening houdend met het aantal zetels dat partijen reeds behaald hebben.

Taalgroepen en alarmbelprocedures horen in een volwassen federale staat ook niet thuis in een lagerhuis. Daarom moet de Senaat omgevormd worden tot een federale oplossingenkamer, waar naast reflectie over de grondwet ook conflicten kunnen besproken worden. Het moet de plaats worden waar vertegenwoordigers van alle deelstatelijke parlementen onderling en met kamerleden in debat kunnen gaan. Zo ontmoedigen we ook oppositievoering tussen niveau’s, waar de particratie mede voor zorgt.

Is dit een zilveren kogel voor zowel de hernieuwing van Open VLD als partij, en voor de politiek in het algemeen? Allerminst – aan een hertekening van onze politieke fundamenten moet ook een duidelijk plan voor de rest van het gebouw gekoppeld worden. Het kan echter wel een eerste radicaal anders idee zijn dat bewijst dat er nog schwung in onze staat kan zitten, en dat men heus niet extreem moet stemmen om verse ideeën te krijgen. En als er dan teveel vernieuwende ideeën zijn om uit te kiezen, dan hebben we meteen een systeem klaar voor deze te rangschikken.

Brent Usewils is internationaal secretaris van Jong VLD.

Tim Bogaert is lid van de Raad van Bestuur van Jong VLD.

Partner Content