Na het water, de ratten: Verviers en Pepinster liggen nog altijd in puin

Jef Van Baelen
Jef Van Baelen Journalist voor Knack

Een kleine maand na de overstromingsramp is de nood nog altijd hoog in de getroffen gebieden.

1. Heeft iedereen intussen een dak boven het hoofd?

Naar schatting 12.000 mensen kunnen de eerstkomende tijd niet naar hun huis terug. De meesten vonden tijdelijk onderdak bij familie of vrienden. Sommigen verblijven in een hotel of in leegstaande vakantiegîtes. Op lange termijn is dat voor velen geen oplossing, maar de overheid heeft grote problemen om opvang te organiseren. Rusthuizen en studentenhomes werden opgevorderd om mensen te slapen te leggen. De Waalse regering schreef een spoedaanbesteding uit voor wooncontainers, maar het blijft onduidelijk wanneer die er zullen zijn. Een volgende kwestie is wáár die containerwoningen moeten komen. Vrije percelen met elektriciteit en watervoorziening zijn niet zomaar voorhanden.

Mensen met een goede woningverzekering kunnen huren op kosten van hun verzekeraar, maar vastgoedmakelaars melden dat er in de getroffen gebieden intussen geen huurhuizen meer vrij zijn. In de wintermaanden is er minder vakantieverhuur. Men hoopt dat slachtoffers in die huizen terecht zullen kunnen. ‘Mijn medeburgers zullen in ieder geval niet in tentenkampen slapen. We zijn hier niet in Darfur’, zegt de burgemeester van Olne, in het Land van Herve.

2. Welke noden zijn er in het getroffen gebied?

Er liggen nog altijd bergen puin. Alleen al in de gemeente Durbuy werd vorige week meer dan 2000 ton afval afgevoerd. Gemeenten vorderen bedrijventerreinen op om er vuilnis op te slaan. Er is een grote vraag naar containers, zowel voor afvalruiming als voor stockage van meubelen die gered konden worden. Gas- en waterleidingen zijn nog lang niet overal hersteld. Het gasnetwerk in Pepinster en Trooz raakt wellicht niet in orde voor de winter. In Tilff spreekt men van oktober, de overige getroffen gebieden worden wellicht nog deze zomer aangesloten. De elektriciteitsdistributeurs melden dat hun herstelwerken bijna rond zijn. Ze hebben de getroffen woningen meteen ook van slimme meters voorzien. Toch zijn er nog steeds meldingen van wijken die zonder stroom zitten. Nu veel gezinnen alleen elektriciteit ter beschikking hebben, wordt er gevreesd voor capaciteitsproblemen in de winter: wellicht zullen zij zich warmen met elektrische straalkachels.

Waar de nutsbedrijven weer actief zijn, mist men bouwdrogers om de huizen vochtvrij te krijgen. Die apparaten worden gebruikt om ondervloeren in zandcement sneller te laten harden. Firma’s in bouwtuigverhuur kunnen de vraag niet meer volgen. Een geluk bij een ongeluk is dat die bouwdrogers normaliter vooral in de herfst en de winter worden gebruikt. Toch is er momenteel zo’n grote vraag dat verhuurders werken met wachtlijsten. Bij doornatte huizen is het aanschaffen van een bouwdroger mogelijk goedkoper dan er één huren, zegt de woordvoerder van Ethias in Le Soir.

3. Hoe zit het met ratten en schimmels?

Bruine ratten verlieten hun nesten in de riolen toen die werden overspoeld. Tussen het puin doen ze zich tegoed aan de inhoud van weggespoelde voorraadkasten en kapotte vriezers. Urine en uitwerpselen van ratten kunnen virussen en bacteriën bevatten. Leptospirose, ook bekend als ‘de ziekte van de rioolwerkers’, is een reëel gevaar. Ratten schijnen vandaag nog geen groot probleem te zijn, maar de autoriteiten zijn ervoor beducht dat ze dat misschien kunnen worden. Bruine ratten planten zich enorm snel voort: een rattenmoeder kan in drie weken veertien jongen werpen. Het is een bijkomende reden om haast te maken met de ruimingswerken. Helpers worden gevraagd om geen etensafval achter te laten. Sommige gemeenten gingen al in de eerste weken na de watersnood actief op zoek naar voedselresten. De provincie Luik werkt aan een bestrijdingsplan.

Zeker in huizen waar het lang duurde vooraleer het water wegtrok, woekert er schimmel in de muren. De stank valt moeilijk weg te wassen, maar is slechts een secundair probleem. Artsen Zonder Grenzen raadt mensen die last krijgen van hun ademhaling aan om snel medische bijstand te zoeken. Sommige schimmels zijn funest voor de luchtwegen.

4. Kunnen mensen in de getroffen gebieden blijven wonen?

In Verviers en Pepinster kregen meerdere huizen aan de oevers van de Vesder een bewoningsverbod, toch zijn er minder woningen definitief onbewoonbaar verklaard dan eerst werd gevreesd. Experten gaan van deur tot deur om te zien of er instortingsgevaar dreigt. Een algemene doorlichting moet nog beginnen, maar lokale politici suggereren dat er beter niet wordt herbouwd op plekken die kwetsbaar zijn voor overstromingen. Waals minister van Klimaat Philippe Henry (Ecolo) pleit in L’Echo voor realisme: ‘Het is onhaalbaar om in elk mogelijk overstromingsgebied de woonfunctie te schrappen, tenzij je de helft van de Waalse woningen verplaatst. Er bestaan oplossingen om op die plekken te herbouwen, rekening houdend met de risico’s, paalwoningen bijvoorbeeld.’ Aan de oevers van de Ourthe en de Vesder werd permanente bewoning van vakantiechalets en stacaravans oogluikend toegestaan, hoewel dat illegaal is. Niet langer. In Esneux maakte het gemeentebestuur bekend dat het er streng op toe zal zien dat de lokale campings voortaan louter als vakantieverblijf gebruikt worden.

Heel wat inwoners willen zelf niet terugkeren naar hun ondergelopen huis, maar het laat zich raden dat zo’n woning verkopen lastig wordt. Er speelt ook een sociale dimensie. De studiedienst van Ecolo deelde een kaart van Verviers die per wijk het gemiddelde inkomen weergeeft: de armste buurten werden het hardst getroffen.

5. Wat met het drinkwater?

Dat er nog steeds niet overal water uit de kraan stroomt, hindert de schoonmaakoperatie: het is lastig als er telkens water moet worden aangevoerd. Waar het kraanwater vuil of troebel is, raadt de Société Wallonne des Eaux (SWDE) af om het te gebruiken om te drinken of te eten, ook wanneer het water wordt gekookt. In Marche-en-Famenne installeerde het leger publieke douches en begon het stadsbestuur een openbaar wassalon.

In de getroffen gebieden hangt een stookoliegeur. Brandstoftanks werden meegesleurd met het kolkende water. Stookolie sijpelde in de bodem, maar omdat het om zo’n uitgebreid gebied gaat, is saneren een haast onmogelijke opdracht. Wellicht wordt in sommige streken voortaan afgeraden om moestuingroenten te eten. De waterkwaliteit zou niet in het gedrang komen. SPAQuE, het overheidsorgaan dat milieucontroles uitvoert in Wallonië, meldt dat de vervuiling sterk is verdund, net omdat de rivieren zo opzwollen tijdens de overstromingen. Metingen tonen geen verontrustende concentraties. Wel een probleem is het zuiveren van nieuw afvalwater. De zuiveringsinstallatie van Wegnez, dat de streek rond Verviers bedient, is volledig vernield en minstens een half jaar buiten dienst.

6. Krijgen ze de mobiliteitsproblemen opgelost?

De wegen opnieuw berijdbaar maken is op de meeste plaatsen intussen gelukt, al blijken enkele bruggen in de provincie Luik onherstelbaar beschadigd, zoals de belangrijke brug over de N61 in Trooz. In Aywaille werd de grote brug nabij de Ninglinspo-site getroffen door een aardverschuiving. De schade is geruimd maar de bergflanken moeten opnieuw beveiligd worden tegen nieuwe verzakkingen. De bevoorradingsproblemen lijken achter de rug. De winkelrekken zijn opnieuw gevuld. Respectievelijk tien en zeven winkels van Carrefour en Delhaize blijven voorlopig dicht omdat ze beschadigd werden bij de overstromingen.

Volgens een studie van metaalgroep Comet zijn in de provincies Luik, Waals-Brabant en Namen maar liefst 50.000 wagens onbruikbaar door de overstromingen. Rue de Limbourg in Verviers staat lokaal bekend als Le Boulevard de l’Automobile, wegens de vele autohandelaren. De voertuigen die er op de parkings stonden uitgestald, zijn total loss. Het is moeilijk om nu aan een nieuwe wagen te raken. De autoconstructeurs hebben een beperkte stock, een gevolg van de pandemie, maar zeker in de Ardennen kun je in sommige afgelegen dorpen niet zonder auto. Wie niet over een omniumverzekering beschikt, moet een beroep doen op het rampenfonds. De Waalse spoorwegen hopen de verbinding tussen Pepinster en Chênée en die tussen Spa en Pepinster te herstellen tegen het nieuwe schooljaar.

Dagelijks vertrekt een helikopter vanuit de vliegbasis van Beauvechain om autowrakken los te sleuren die vastzitten in de rivieren. De NH-90-helikopter van het Mobile Air Operation Team van het Belgische leger kan tot 3 ton trekken. Normaal volstaat dat voor een auto, maar door de modder en omdat de wagens gevuld zijn met water, blijkt het een lastige klus. Voor maximale trekkracht neemt de helikopter telkens maar voor 45 minuten aan brandstof mee: er moet dus ook snel weer naar Beauvechain worden gevlogen.

Partner Content