Column

Amir Bachrouri

‘Moedig is het alvast niet: “anoniem”, “apenstaartje 18228” als alias’

Amir Bachrouri Voorzitter van de Vlaamse Jeugdraad

‘Jij hoort hier niet.’ ‘Addergebroed.’ ‘Straattuig.’ ‘Je moet je kop houden of je krijgt klappen.’ ‘Elke agent krijgt een license to kill om een kogel door jouw soort te rammen.’ ‘Ga in Marokko van je kloten maken, stuk stront.’

Als sweet summer child had ik nooit verwacht dat zulke hoffelijke woorden – de vele spellingfouten terzijde – na een televisieoptreden of een tiksel als dit tot de standaardwoordenschat van een onzeker type zouden behoren: de troll. Trolls zijn alomtegenwoordig in de riolen die de sociale media, met Twitter op kop, geworden zijn. Onvermurwbaar. Gewikkeld in een matzwart pak, met een virtueel geladen wapen in de hand waarmee talrijke kogels worden afgevuurd met als ultieme target: kritische stemmen die zich uitspreken.

Moedig is het alvast niet: ‘anoniem’, ‘apenstaartje 18228’ als alias.

Moedig is het alvast niet: ‘anoniem’, ‘apenstaartje 18228’ als alias. Achter een scherm gekluisterd de onzekerheid van zich afschrijven om het eigen leed niet onder ogen te hoeven komen: het moet wringen.

Weerom betrap ik mezelf erop dat ik naar een verklaring zoek. Als iemand me in mijn gezicht zou afblaffen dat ik niet hoor te praten, zou ik dat niet accepteren. Geen weldenkend mens zou dat doen. We zouden moord en brand schreeuwen met vier stippen op onze hand als ultieme bewijs dat we tegen pestgedrag zijn. Mooi!

Tot het decor verandert en de pestkoppen van op de speelplaats naar de sociale media verhuizen. Mijn naïeve zelf droomt van een heruitgave van het programma waarin Gilles De Coster een gezicht achter het vredelievende account apenstaartje 18228 zocht. Om op die manier misschien ooit zo’n troll diep in de ogen te kunnen kijken en aan mijn hart te laten voelen. Omdat ook het mijne bonkt. Niet alleen wanneer spelende kinderen op het plein in mijn straat de buurt wat meer flair geven, maar ook wanneer zijn of haar onmenselijke woorden mij bereiken.

Mijn realistische zelf daarentegen hoopt op meer ondersteuning en begeleiding voor jonge stemmen. Meer lawaai zou ook deugd doen: de stille meerderheid kan deze schreeuwlelijkerds met een IQ lager dan de schoenmaat van Jan Modaal een toontje lager laten zingen. En de stilte doorbreken. Dat zijn we de toekomstige generaties opiniemakers verschuldigd.

Zodat het geluid waarmee ons krijt de grond raakt, weergalmt in de vele echokamers die Twitter rijk is. Tot de afdruk die we in het zand achterlaten eeuwig zichtbaar blijft in de gedachten van die toekomstige generaties. Met een streep in het zand komen we al ver. Het trollen gaat tot hier, en niet verder. Bij dezen.

Partner Content