Mens blijft grootste gevaar voor bosbranden: ‘Meestal zijn het weggegooide sigaretten’

In natuurgebieden met zandgrond en veel naaldbomen is het risico op bosbranden groter. ©  Photonews

Zuid-Europa wordt geteisterd door bosbranden, maar ook bij ons zorgen droogte en hitte voor meer brandgevaar. ‘Glas kan als een vergrootglas werken en voor een eerste vonk zorgen.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Terwijl hitterecords sneuvelen en gazons bruin kleuren door de aanhoudende droogte, is in de bos- en natuurgebieden in Vlaanderen al een hele tijd code oranje van kracht. De waarschuwing wijst op hoog brandgevaar. ‘Omdat we met een kurkdroge vegetatie zitten, is het ontstekingsgevaar groot’, zegt Jeroen Denaeghel, woordvoerder van het Agentschap Natuur en Bos. ‘Helaas ontstaat 90 procent van de branden door menselijk toedoen. Af en toe leidt een blikseminslag weleens tot een brand, maar in de meeste gevallen zijn weggegooide sigaretten de oorzaak.’

Zandgronden

Op de brandgevaarkaart van België wordt duidelijk dat de regio’s met het grootste brandgevaar samenvallen met zandgronden. ‘Wie al eens met blote voeten op een zonovergoten strand heeft gelopen, weet dat zand extreem warm kan worden’, verduidelijkt Denaeghel. ‘Een zandgrond droogt ook sneller uit dan een leem- of kleigrond. Daar komt bij dat op die zandgronden vaak monotone naaldwouden geplant zijn.’ Zoals in de Antwerpse en Limburgse Kempen, en dat is een erfenis van de mijnbouw. Het hout van die bomen werd vroeger namelijk gebruikt om de schachten te stutten. ‘In het Zoniënwoud zal veel minder snel een bosbrand uitbreken’, stelt Denaeghel. ‘Loofbomen branden minder snel dan naaldbomen.’

Uit de statistieken van het Federaal Kenniscentrum voor de Civiele Veiligheid (KCCE) valt op te maken dat het aantal brandinterventies de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld is. Tussen 2012 en 2014 waren het er nooit meer dan 1600 per jaar, in 2020 liep dat cijfer op tot 3027.

‘Het staat in de sterren geschreven dat we door de klimaatverandering steeds vaker geconfronteerd zullen worden met bos- en natuurbranden’, waarschuwt Bert De Somviele, directeur van de vzw BOS+. ‘Brandweerdiensten en natuurbeheerders zullen er dus in toenemende mate aandacht voor moeten hebben.’

© National

Wereldwijd daalt de totale oppervlakte die jaarlijks ten prooi valt aan natuurbranden. Toch is dat geen goed nieuws. ‘Die dalende trend is het gevolg van minder grote branden op de savannes in Afrika’, zegt Seppe Lampe, die aan de VUB de invloed van klimaatverandering op bosbranden onderzoekt. ‘Maar als je naar de totale CO2-emissies kijkt, zie je wel een stijging, en dat wijst op een toename van het aantal bosbranden. Brandende bossen stoten relatief gezien meer CO2 uit dan brandende grassen.’

‘Natuurlijk wordt niet elke bos- of natuurbrand veroorzaakt door de klimaatverandering,’ vervolgt Lampe, ‘maar we weten wel dat droogte- en hitteperiodes vaker voorkomen dan vroeger. En die zorgen voor de ideale omstandigheden om branden te doen ontstaan.’

Volgens De Somviele dienen we veel bewuster om te gaan met de impact van de klimaatverandering. Zo moeten we in Vlaanderen de ruimtelijke ordening onder de loep durven te nemen. ‘We wonen enorm versnipperd en daardoor is de grenslijn tussen menselijke activiteit en natuurgebieden nodeloos lang. Precies daar neemt het risico op bos- en natuurbranden toe.’

Om onze samenleving beter te wapenen tegen de gevolgen van de klimaatverandering, pleit De Somviele ervoor om meer bomen te planten. ‘Bossen zijn de gebieden bij uitstek waar neerslag opgeslagen wordt en de bodem indringt. Bossen zijn de neerslagpompen van de wereld. Bomen in de bebouwde omgeving werken bovendien echt als airco’s. Ze zorgen voor meer verkoeling en een hogere luchtvochtigheid en vormen zo een tegenwicht voor hitte-eilanden. Op die manier kunnen we het grondwater en de vernatting van gebieden meer kansen geven.’

‘Het wordt tijd dat we van klimaatverandering en de strijd daartegen een beleidsprioriteit maken’, betoogt De Somviele. ‘Dat is niet enkel een taak voor onze politici. Ook als burger dragen we een verantwoordelijkheid.’

Klimaatrobuust

De overheid zet al stappen om bossen klimaatrobuust te maken. ‘Zo vervangen we de monocultuur in de naaldwouden beetje bij beetje door gemengde loofbossen’, vertelt Denaeghel. ‘Die kunnen beter tegen droogte en vormen minder brandbare vegetatie.’

Niet roken en geen vuur maken zijn vanzelfsprekende voorzorgsmaatregelen die iedere burger kan nemen, maar ook afval opruimen is belangrijk. ‘Glas en plastic kunnen als een vergrootglas werken en in warme, droge periodes voor een eerste vonk zorgen’, verduidelijkt De Somviele.

© Bron: Jan Baetens, Data Analysis and Mathematical Modelling (UGent)

Toch is een gecontroleerde bosbrand zo nu en dan nuttig. ‘Het klinkt contradictorisch, maar de volmaakte preventie van bosbranden werkt averechts. Als het nooit brandt, krijg je op de bosbodem een dikke laag kurkdroog hout of plantenmateriaal, en dat is een tikkende tijdbom. Wanneer die laag vuur vat, kan de brand zich razendsnel verspreiden’, aldus De Somviele. In Finland laten ze om die reden tijdens nattere periodes gecontroleerd stukken bos branden. ‘Het is niet alleen onrealistisch om bosbranden te allen tijde te willen voorkomen, het is ook niet de juiste strategie.’

Noordelijke regio’s

Ook De Somviele gelooft dat bos- en natuurbranden zich almaar vaker zullen voordoen in meer noordelijk gelegen regio’s. ‘Als je de wereldwijde evolutie van bosbranden onder de loep neemt, zie je duidelijk het effect van de klimaatverandering. Toen ik vroeger naar de landen rond de Middellandse Zee op vakantie ging, zag ik een bruin en verdord landschap. Pas enkele jaren geleden ben ik dat ook in Vlaanderen beginnen te zien. Ook deze zomer is het erg opvallend. Dat we in Vlaanderen evolueren naar een klimaat dat vroeger alleen in het zuiden voorkwam, betekent ook dat onze natuur vatbaarder wordt voor bosbranden.’

Het goede nieuws is dat we in Vlaanderen niet meteen lijken af te stevenen op bosbranden zoals we die vandaag in het zuiden van Europa zien. ‘Je kunt het natuurlijk nooit zeker weten, maar ik zie dat inderdaad niet meteen gebeuren. Simpelweg omdat we in het dichtbevolkte Vlaanderen niet zoveel grote natuurgebieden hebben’, zegt Denaeghel. Door die versnippering zijn onze natuurgebieden ook relatief makkelijk toegankelijk voor de brandweerdiensten. In de Verenigde Staten en Australië, maar ook in Frankrijk en Portugal is dat vaak niet zo omdat daar duizenden hectaren aaneengesloten natuurgebied te vinden zijn. ‘De laatste grote natuurbranden bij ons waren heidebranden’, stelt Denaeghel. ‘Voor grote bosbranden moeten we al terug naar 1976. Maar dat wil zeker niet zeggen dat zoiets nooit meer kan voorvallen.’

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content