De vuurzwamveervleugelkever heeft zichtbare vleugels, maar lijkt niet te willen vliegen

© National
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

De kleinste kever van Europa houdt zich schuil tussen de poriën van een vrij zeldzame zwam.

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

Met een maximale lengte van 0,5 millimeter en breedte van 0,16 millimeter is de vuurzwamveervleugelkever de lilliputter onder de Europese kevers – hij heeft misschien wel de langste naam. Hij is de enige vertegenwoordiger van de veervleugelkevers in Europa. De allerkleinste bekende kever ter wereld is een verwante soort uit Nicaragua, die nooit langer dan 0,3 millimeter wordt.

Pas in 1997 werd het piepkleine diertje met zijn verborgen levenswijze ontdekt en beschreven, in Scandinavië. In 2014 publiceerden Duitse entomologen de resultaten van hun zoektocht naar het beestje. Ze vonden het op vele plekken, inclusief de Belgische provincie Luxemburg. De kever is in 2019 ook in Nederland gesignaleerd. In 2020 en 2021 werd hij aangetroffen in het Egenhovenbos in het Vlaamse Heverlee. Er zijn redenen om aan te nemen dat hij veel algemener is dan tot dusver werd gedacht.

Overal is het kevertje bijna uitsluitend aangetroffen in exemplaren van de bruinzwarte vuurzwam: een dikke paddenstoel die dakpanachtige schorsstructuren vormt op vooral wilgen en populieren, zowel levende als stervende en dode. Paddenstoelkenners vinden het opvallend dat de soort zich van andere vuurzwammen onderscheidt door het feit dat haar onderkant dikwijls beschadigd lijkt. De vraag is of dat een gevolg is van de activiteit van de kevertjes, dan wel dat de kevertjes een voorkeur voor de soort hebben, omdat ze door natuurlijke beschadigingen gemakkelijker toegankelijk is.

De kevertjes hebben zichtbare vleugels, maar niemand heeft er ooit al eentje zien vliegen.

De diertjes leven vooral op de onderkant van de zwammen, waar ze tussen de sporengaatjes of poriën lopen en regelmatig met hun kop vooruit in een porie duiken om er sporen op te eten – hun voornaamste en misschien zelfs enige voeding. Sporen zijn de zaden van een paddenstoel. De poriën zijn piepklein – er zijn er drie tot zes per vierkante millimeter – waardoor de diertjes er niet helemaal in kunnen. Hun achterlijf blijft dus naar buiten steken, wat volgens de weinige mensen die het ooit gezien hebben een koddig gezicht is.

Er is bijna niets over de levenswijze van de diertjes bekend. Ze zouden een voorkeur voor jonge sporen hebben in plaats van oude. Larven en volwassen diertjes komen een deel van het jaar samen voor, maar hoe ze zich voortplanten, is onduidelijk. De kevers hebben zichtbare vleugeltjes, maar niemand heeft er al eentje zien vliegen, dus is het onzeker of ze zich effectief verplaatsen.

Vaak leeft er een stevige kevertjespopulatie op een zwam, maar niet zelden zijn er vrij grote afstanden tussen ‘besmette’ zwammen, zeker naar de normen van piepkleine kevertjes. Men gaat er overigens automatisch van uit dat de relatie tussen kever en zwam een geval van parasitisme betreft, maar waarom zou de zwam niet op een bepaalde manier kunnen profiteren van de aanwezigheid van de kevertjes? Veel vragen dus, maar weinig antwoorden.

Omdat het diertje zo lang over het hoofd is gezien, rijst ook de vraag of het niet om een recente immigratie in Europa gaat. Waar het dan vandaan komt, is niet duidelijk, evenmin hoe het hier zou zijn geraakt. Een piepklein diertje dat niet graag vliegt en op een zeldzame zwam leeft, heeft niet veel opties voor grote ondernemingen. Fervente scrabbelaars op zoek naar een heel lang woord met veel v’s kunnen er wel plezier aan beleven.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content