Op het dak van de wereld

Ben Herremans

De National Geographic and Rolex Perpetual Planet Expeditions onderzoeken wat er gebeurt op de meest ontoegankelijke maar wel vitale gebieden van de planeet. De expeditie van 2019 naar de top van de Mount Everest, het dak van de wereld, leest als een avonturenroman.

In partnership met Rolex

Everest, basiskamp, Nepal. Vlak na de dageraad van 23 mei 2019 staan de klimaatwetenschappers Tom Matthews en Baker Perry op de South Col van de Mount Everest. Ze bevinden zich op een hoogte van 8427,72 meter. Daar gaan ze geschiedenis schrijven. Maandenlang hebben ze dit historische moment voorbereid: de installatie van het op dat ogenblik hoogste weerstation van de wereld.

Barre koude en orkaanwinden

Met de hulp van ingenieurs heeft het team van Matthews en Perry nauwgezet een weerstation gebouwd: een constructie van iets meer dan 2 meter groot en ongeveer 50 kg zwaar. Op het dak van de wereld heerst extreme koude en er waaien geregeld orkaanwinden. Het weerstation moet die omstandigheden kunnen trotseren. Matthews en Perry hebben het toestel getest in Nepal en in New Hampshire (VS). Met hun team van zes sherpa’s hebben ze getraind om het weerstation zo efficiënt mogelijk te installeren en in werking te stellen. Ze weten dat het gebrek aan zuurstof en de uitputting hen daarboven, op het dak van de wereld, maximaal drie of vier uur de tijd geeft om dat voor elkaar te krijgen. Dan moeten ze weer afdalen.

Een vreselijke vaststelling

En nu de zon over het Tibetaanse plateau rijst, lijkt alles samen te komen en op zijn plaats te vallen. Zelfs het weer, dat daar in dit seizoen fel te keer kan gaan, werkt mee. Maar als Matthews en Perry hun weerstation uitpakken, komen ze tot een vreselijke vaststelling: er ontbreekt een belangrijk stuk.

Om het weerstation naar de top van de wereld te slepen, hebben ze het toestel ontmanteld en de stukken verdeeld over de leden van het team. Tussen de begeleidingsdraad, de aluminium palen en diverse wetenschappelijke instrumenten moesten er ook twee korte metalen buizen zijn, standaarden om de windsensoren met het toestel te verbinden. De mannen zoeken en zoeken, maar de buizen zijn niet te vinden. Matthews en Perry staren elkaar aan. Dan draaien ze gelijktijdig een knop om in hun van zuurstof verstoken brein. Ze zoeken naar een oplossing.

Samen op onderzoek

De tocht van Tom Matthews en Baker Perry op de Mount Everest past in het kader van de ‘National Geographic and Rolex Perpetual Planet Expeditions’. Rolex en de National Geographic slaan al langer de handen in elkaar om op basis van wetenschappelijk onderzoek op de meest ontoegankelijke plaatsen van de planeet nieuwe inzichten te vergaren over de ecosystemen die de aarde in leven houden. De steun aan baanbrekende individuen en organisaties als National Geographic, die oplossingen zoeken voor de uitdagingen van een planeet in verandering, vormt een onderdeel van het engagement van Rolex om het leefmilieu te behouden via het ‘Perpetual Planet Initiative’.

Het partnerschip met National Geographic werd al in 1954 gesmeed, één jaar na de eerste succesvolle beklimming van de Mount Everest door Edmund Hillary en Tenzing Norgay. Hun expeditie was uitgerust met de Oyster Perpetual-chronometers van Rolex.

Moedige mensen met nieuwe ideeën

Exploratie zit in het DNA van Rolex. Al in de jaren 1930 liet Hans Wilsdorf, de oprichter van Rolex, uurwerken testen in buitengewone omstandigheden. Ook National Geographic investeert al meer dan 130 jaar in moedige mensen die met vernieuwende ideeën de grenzen van de exploratie verleggen om de wereld beter te begrijpen en oplossingen te ontwikkelen voor een gezonde en duurzame toekomst voor de volgende generaties.

Deze gedeelde geest van ontdekking dreef Rolex en National Geographic in de loop van de jaren naar een hechte samenwerking. Wetenschappers van de National Geographic Society traden op als lid van de jury voor de Rolex Awards. Negenentwintig laureaten van de Rolex Awards for Enterprise werden gesteund door National Geographic of zijn National Geographic Explorers.

Bergen, regenwouden, oceanen

De ‘National Geographic en Rolex Perpetual Planet Expeditions’ onderzoeken de veranderingen in de verste, minst toegankelijke, nog meest onbegrepen maar wel meest vitale omgevingen op aarde: de bergen, de regenwouden en de oceanen. De ambitie is om in deze buitengewone gebieden de modernste technologie te introduceren en te monitoren hoe menselijke activiteiten elders in de wereld hen veranderen – en hoe dit ons allemaal kan beïnvloeden.

De samenwerking tussen Rolex en National Geographic mikt ook op voorstellen van de wetenschappers en experts van de wereld die deze onherbergzame gebieden betreden. En op de empowerment van de leiders, overal ter wereld, om deze oplossingen in de praktijk te brengen en de planeet te beschermen.

In 2019 vingen de ‘National Geographic en Rolex Perpetual Planet Expeditions’ aan met een tocht naar de top van de Mount Everest. De hoogste berg ter wereld (8849 meter) ligt in de Himalaya, op de grens van Nepal en China. De Tibetanen noemen hem ‘Chomolungma’, Moeder Godin van de wereld.

Een nieuw venster op de wereld

‘Dit is een nieuw venster op de planeet’, zegt Paul Mayewski, directeur van het Climate Change Institute van de Universiteit van Maine (VS). Mayewski nam eerder in zijn carrière deel aan tal van expedities. Hij stak meerdere keren de trans-Antarctische bergen over, trok naar de North Side van de Everest waar hij op 6500 meter hoogte ijsmonsters opdolf. ‘Ik wou altijd al een avonturier en een ontdekkingsreiziger zijn. Pas tien jaar na het behalen van mijn diploma begon ik mezelf als een wetenschapper te zien. Het ergert me dat de meeste mensen wetenschappers beschouwen als lab nerds.’

Paul Mayewski was de wetenschappelijke leider van de expeditie van 2019 naar de Mount Everest. Voor dit ambitieus wetenschappelijk project van The Nationale Geographic Society in samenwerking met de Tribhuvan Universiteit, de regering van Nepal, en gesteund door Rolex, verrichten meer dan dertig wetenschappers uit acht verschillende landen veldwerk op verschillende hoogten van de Mount Everest en in de ruwe Khumbu-vallei.

Om het verhaal van deze onderneming– zowel de menselijke als de wetenschappelijke kant ervan – wereldwijd aan het publiek te vertellen, combineerde National Geographic state-of-the-art wetenschap met het beste in fotografie, filmmaking en reportage.

Aluminium schildwachten

‘We geloven dat we best verschillende vormen van wetenschap op de Everest beoefenen’, legt Mayewski uit. Dus bevatte de multidisciplinaire groep geologen, glaciologen, biologen, cartografen en klimaatwetenschappers die de berg beklommen en honderden samples van water, sneeuw en rotsen verzamelden, sensoren installeerden om de groei van de vegetatie te meten, en lasertechnologie met hoge resolutie inschakelden om het landschap te monitoren.

Kers op de taart: de installatie van vijf weerstations, die als aluminium schildwachten op berg werden opgesteld. Ze leveren een constante stroom van gegevens over het weer daar. De wetenschappers koppelen die data aan de informatie die ze halen uit analyses van ijsstalen, laserscans, mapping en biodiversiteitonderzoeken. Zo schetsen ze een veelomvattend beeld van hoe de hoogste plaatsen van de planeet reageren op de klimaatverandering.

Voorts wilde het team ijskernen verzamelen. Een ijskern is een cilindervormig monster van ijs, afkomstig van een gletsjer of ijskap. IJskernen vormen binnen de aardwetenschappen een belangrijke bron van gegevens, met name in de paleoklimatologie, de wetenschap die zich bezig houdt met de studie van het klimaat in vroegere aardperioden.

De watertorens van de wereld

‘De klimaatverandering treedt overal in de wereld anders op,’ poneert Mayewski. ‘Dit is een van de snelst opwarmende regio’s van de wereld. En deze bergen zijn de watertorens van de wereld. Tussen 20 en 25 procent van de wereldbevolking krijgt zijn water vanuit de Himalaya.’

Drie maanden eerder, in februari 2019, publiceerde het International Center for Integrated Moutain Development het ‘Hindu Kush Himalaya Assessment’, een vijfjarig landschapsrapport. Op basis van door 350 onderzoekers en beleidsexperts verzamelde en geanalyseerde data voorspelt de studie wat er de komen 80 jaar waarschijnlijk met de Himalaya en de mensen die er wonen zal gebeuren als de aarde blijft opwarmen.

Het rapport kan gelezen worden als één grote waarschuwing: zelfs als de wereldgemeenschap erin zou slagen de meeste ambitieuze koolstofreductie van het Akkoord van Parijs te realiseren, zou één op drie van de bij benadering tienduizend gletsjers van de regio verdwenen zijn. Voor de 250 miljoen mensen die in de bergachtige regio wonen – en de 1,6 miljard mensen die afhankelijk zijn van het water dat van de bergen komt – verwacht het rapport een enorme ramp, die de meesten nog tijdens hun leven zouden meemaken.

Wat gebeurt er boven 5000 meter?

‘We weten niet echt wat er boven 5000 meer gaande is. Als we beter willen begrijpen welke toekomst ons wacht, dat wordt het heel belangrijk om te weten wat er tussen 5000 en 8000 meter zal gebeuren,’ zegt Mayewski.

Bijna alle gletsjers van de Himalaya ontspringen in de sneeuwzones boven 5000 meter. Wetenschappers hebben nog geen precies beeld van hoe snel de gletsjers op die hoogte smelten zonder zich zelf op die hoogten te begeven. Slechts door er zelf te komen, kunnen ze de omgeving begrijpen waarin de gletsjers zich vormen. ‘Hoe reageert de hydrosfeer (het water op aarde) op de klimaatveranderingen? Hoe veranderen de winden en waar is de subtropische straalstroom? Dat zijn belangrijke kwesties voor de hele noordelijke hemisfeer.’

Een straalstroom is een zeer sterke wind die in de regel op 9 à 10 kilometer hoogte waait. Weerkundigen spreken van een straalstroom als de wind op die hoogte een snelheid heeft van meer dan 100 kilometer per uur. Geregeld bereiken ze windsnelheden van meer dan 350 kilometer per uur.

De analyse van straalstromen is van grote relevantie. Ze beïnvloeden alles: van de het traject dat stormen volgen tot hoe de landbouwseizoenen elkaar afwisselen. Voor klimaatwetenschappers zijn er weinig verschijnselen belangrijker om te begrijpen dan deze straalstroom. Weerstation zijn een cruciale tool waarmee ze gegevens over de straalstroom kunnen verzamelen.

Veldwerk in de ‘dode zone’

Wat zich boven 8000 meter bevindt, noemt men ‘De Dode Zone’. Daar zinvol veldwerk verrichten gaat gepaard met vreesaanjagende uitdagingen. De mens wordt op die hoogte hevig op de proef gesteld. Zijn kracht en zijn leven worden er gerekt tot de rand van het bestaan. Boven 8000 meter hoogte raken de fijne motoriek en de besluitvorming verstoord.

Een weerstation oprichten of een put van 10 meter in het ijs boren, zijn activiteiten die zelfs in de beste omstandigheden meerdere uren van doorgedreven inspanningen vereisen. Maar op de hoogste flanken van de Everest moet je zowel een zuurstofmasker als vuisthandschoenen dragen, en riskeer je op elk moment desoriëntatie en bevriezing.

Een basketter en een marathonloper

Mayewski nam voor de expeditie Baker Perry en Tom Matthews onder de arm. Perry, een lange, zwijgzame klimaatwetenschapper van de Appalachian State University, speelde ooit professioneel basket in Bolivia. Matthews, een snel sprekende Engelse klimatoloog van de Loughborough University, is een enthousiaste marathonloper.

Het team trainde zich maandenlang voor de ontberingen van niet alleen het beklimmen van de hoogste berg ter wereld, maar daar bovendien fysieke inspanningen leveren. Een herculische taak, die het team moest uitvoeren op een pad dat het met honderden andere klimmers diende te delen.

‘Niemand deed eerder veldwerk boven 7000 meter’, signaleert Mayewski. ‘Alles is anders op deze hoogte.’

‘Bergbeklimmers hopen gewoon om de top te bereiken, enkele selfies te nemen en dan vlug weer naar beneden te gaan’, zegt Pete Athans, die zeven keer de Everest beklom en als climbing leader van de expeditie werd aangesteld. ‘Maar dit is andere koek. Dit is zoals bovenop een berg een wagen proberen te assembleren.’

Ook de technische uitdaging slorpte maanden van planning en voorbereiding op. Het team ontwierp, bouwde en testte toestellen die kunnen weerstaan aan rukwinden van 350 km/uur en aan neerstortende rotsblokken.

‘Je kan niet echt een full proof weerstation maken’, zegt Perry. ‘Vooral met zonnepanelen en stralingsschilden ben je beperkt door de sensoren die beschikbaar zijn.’

Een decennium geleden probeerde een Italiaans onderzoeksteam vergeefs om een weerstation op de South Col op te richten. De South Col is een scherpe berg tussen de Mount Everest en de Lhotse, respectievelijk de hoogste en de vierde hoogste berg ter wereld. De South Col wordt meestal geveegd door harde wind, waardoor er geen aanzienlijke sneeuwophoping is. Het weerstation van de Italianen werd in stukken gescheurd door kleine stenen die een stormwind rondsmeet.

Voor het ontwerp en de bouw van hun vijf weerstations werkten Perry en Matthews samen met het designteam van Campbell Scientific. De eerste belangrijke stap: de constructie van een drievoetig licht – licht genoeg om het naar boven op de berg te brengen maar sterk genoeg om overeind te blijven in de stormwinden. Een tweede stap behelsde het leggen van een betrouwbare satellietlink om de data in real time van het station naar ontvangers ‘down to earth’ te sturen.

Boren in het gletsjerijs

Terwijl Perry en Matthews hun driepoot maakten, ontwikkelde Mariusz Potocki, een Poolse klimaatwetenschapper die met Mayewski samenwerkt aan de universiteit van Maine, een speciale boor – ook hier: licht genoeg om ermee op de top van de Everest te geraken, maar sterk genoeg om door het rotsharde gletsjerijs te dringen en hoger dan ooit ijsstalen te verzamelen.

Zoals de ringen de groei van een boom in kaart brengen, zo bevatten de ijslagen een historiek van de aanwezigheid van chemicaliën in de atmosfeer op het moment dat de waterdruppels bevroren. Met de data afkomstig van de ijskernen hoopten Mayewski en Potocki de neerslag op de berg te bestuderen alsook de samenstelling van de atmosfeer in pre-industriële tijden – cruciale informatie die kan helpen om de huidige klimaattrends te taxeren.

‘Het probleem was om genoeg power te krijgen om te boren, maar ook het transporteren van de ijsschraapsels rond de put’, legt Potocki uit. ‘Met het boren zouden we automatisch ook ijs schrapen, en dat moet weg van de put om te vermijden dat we in nat ijs zouden werken. Want dan dreigt de boor klem te raken en als dat gebeurt is het game over.’

In een grote diepvriezer in de University van Maine testte Potocki vijf verschillende draadloze boren op min 7 graden Celsius om te achterhalen welke batterij in extreme koude de beste power en langste levensduur had. Daarna reisde hij met Mayewski en twee collega’s naar IJsland om het hele systeem te testen.

De hulp van de sherpa’s

Evenmin te onderschatten: de logistieke kwestie van het transport van uitrusting en materiaal naar bovenop de berg, en het veilig naar beneden brengen van alle ijsstalen. Daarna moesten de monsters in bevroren toestand van Nepal naar de Verenigde Staten, in het Climate Change Institute van de University van Maine moesten ze in op bestelling gebouwde diepvriezers worden opgeslagen.

Het hele team van wetenschappers dat aan de expeditie deelnam, reisde in januari naar Nepal om te proefdraaien – ze voerden dry runs van hun experimenten uit en oefenden het bergbeklimmen met een uitgelezen team van sherpa’s onder leiding van Panuru, een sherpa die zeventien keer de Everest bedwong.

‘We begrijpen heel goed waarover het gaat’, vertelt Panuru. ‘Al heel ons leven zien we de veranderingen in onze vallei. Dus willen we graag helpen. Sherpa’s zijn het bovendien gewoon om met werktuigen en instrumenten naar boven te trekken.’

File op de Mount Everest

Het grootste deel van het werk van de expeditie gebeurde in het basiskamp of op een lagere hoogte. Vanuit het basiskamp wilden Matthews, Perry en Potocki doorgaan en naar de top klimmen. Ze wilden, geholpen door een sterk team sherpa’s, weerstations installeren en ijskernen aanboren op zowel de South Col als op de top zelf.

Toen het team midden april in het basiskamp arriveerde, troffen ze daar een recordaantal bergbeklimmers. Allemaal hoopten die om de top van de hoogste berg ter wereld van hun bucket list te kunnen afvinken. Volgens Everest-blogger Alan Arnette kende het ministerie van Toerisme van Nepal in die periode 382 klimvergunningen toe, en 390 vergunningen om assistentie te verlenen – in totaal 772 mensen wilden die lente van 2019 (de lente eindigt er in het algemeen eind mei) de Mount Everest beklimmen.

Al die mensen hielden nauwlettend de grillen van het weer in de gaten en mikten op het ideale moment voor hun poging om de top te bereiken. Dat moet immers gebeuren in die luttele dagen dat de wind op en over de berg bedaart en de lucht helder staat. Maar met zoveel klimmers dreigde de route naar boven dicht te slibben en zelfs gevaarlijk files op te leveren.

Voldoende lang goed weer gevraagd

Voldoende lang goed weer was natuurlijk ook cruciaal voor de expeditie, niet alleen om de top te bereiken – en nadien weer af te dalen – maar om er meerdere uren te werken. Het weer en het gedrag van de massa mensen op de berg zouden de afloop van de expeditie bepalen. ‘Dicht bij de top is er maar een beperkte ruimte om handelingen uit te voeren, zelfs met zuurstof’, licht Mayewski toe. ‘Eén persoon – niet noodzakelijk van onze groep – kon de expeditie volledig doen ontsporen.’

‘Als er daarboven veel volk rondloopt, moet je vermijden dat je jezelf in de problemen brengt’, weet Athans. ‘Zoals door te lang door te lopen en zonder zuurstof te vallen. Of je kan bij de redding van iemand anders betrokken worden en zelf door gebrek aan zuurstof in de problemen geraken.’

Het gouden ijs van de gletsjer

Op 19 mei wordt er onzeker, wisselvallig weer voorspeld, maar de weermodellen kondigen voor over een paar dagen een verzwakkende wind aan. Matthews, Perry, Potocki en de sherpa’s pakken hun spullen en verlaten het basiskamp. Er wacht hen een klim van drie dagen naar de South Col.

Potocki’s eerste doelwit, een klein overblijfsel van een gletsjer aan de noordzijde van de South Col, is het eerste stuk ijs dat ze tegenkomen wanneer ze zich vanuit Kamp 4 richting top begeven. Voor bergbeklimmers is het een minuscuul obstakel, voor Potocki is het wetenschappelijk goud: oud, ongerept, relatief zuiver ijs.

Zodra de boor in het ijs bijt, breekt hij in een lach uit. De uitzonderlijk koude, droge omstandigheden op 8020 meter hoogte zorgen voor een zuivere boorput, de ijsschilfers laten zich vlot verwijderen. ‘Ik wist meteen dat het een comfortabele booroperatie zou worden. Dat voel je door je ervaring: je wordt gewaar hoe de boor zich gedraagt.’

Het team verwijdert gestaag ongeveer 50 centimeter ijskern. Elk staal wordt in een witte posterbuis van bordkarton verpakt. Wanneer het boorteam terugkeert naar het kamp, heeft het een sectie van 10 meter ijs geboord. Mayewski en Potocki schatten dat de gletsjer tussen 5000 en 10.000 meter oud is. Maar de Pool beseft dat hij te weinig ijs heeft en keert terug voor een tweede boring. ‘Deze keer drong ik 2,2 meter door de vaste kern. We hadden nu de top en de bodem van de gletsjer, daarmee konden we zijn ouderdom en de snelheid van zijn aangroei bepalen.’

De dreiging van een droevig einde

Terwijl Potocki boort, richten Matthews en Perry en zes sherpa’s het weerstation op aan de andere kant van de South Col, op een hoogte van 7925 meter – op dat moment het hoogste weerstation van de wereld. Maar in de plaats van zich bij hun terugkeer te verheugen over die succesvolle installatie, liggen ze zich in hun tent te ergeren en maken zich zorgen over het weer. Zou dat hen beletten om een tweede weerstation, deze keer op de top zelf, te installeren? ‘De weersvoorspellingen spraken elkaar tegen, in een van de prognoses was er sprake van een ongunstige wind’, herinnert Matthews zich.

Als de wind in de namiddag rond hun tent ratelt, overwegen Matthews en Perry somber om hun poging om een weerstation op de top te zetten, op te geven. Allebei hebben ze het gevoel dat hun ze missie niet volledig hebben ingevuld als ze zich niet hogerop wagen. ‘Er dreigde een droevig einde aan de expeditie te komen’, aldus Matthews. ‘Ik hoopte dat het weer ons de kans zou geven om een doorstart te nemen.’

Bij het vallen van de avond is de wind gaan liggen en loopt er een positief weerbericht binnen. Perry, Matthews, Potocki en de sherpa’s verlaten het kamp om 23:30. Er ligt een klim van zeven à acht uur naar de top in het verschiet. Over de berg drijven dikke wolken, het begint onophoudend te sneeuwen, het team vordert in een krijtachtige duisternis.

Verboden voorbij te steken

‘We kwamen goed en zonder aarzelen vooruit, maar dan stootten we op de staart van een file’, getuigt Perry. Een file van dozijnen bergbeklimmers – sommigen van hen hadden Camp 4 al om 17:00 verlaten. Op een deel van de route dat bekend staat als Triangle Face (waar het lichaam van de legendarische bergbeklimmer George Mallory’s werd aangetroffen) waren ze tot stilstand gedwongen.

‘Het kwam niet helemaal als een verrassing’, vervolgt Perry. “We hadden de klimmers al opgemerkt op de ijswand en bij de beklimming van de Lhotse.’ De Lhotse (8516 meter hoog, de op twee na hoogste berg ter wereld, hij ligt op de grens tussen Nepal en Tibet) is via de South Col verbonden met de Mount Everest. ‘Voor de sherpa’s was het frustrerend. We konden de mensen voor ons niet voorbijsteken. En we konden het materiaal niet losmaken. Maar hoe trager je beweegt, hoe kouder je het krijgt.’

Na een accordeonfile van twee uur (een voortdurend stop en go) bereikt het team het Balkon – een smal platform op 8400 hoogte, waar je wat kan rusten. Perry: ‘We zagen de rij mensen voor en boven ons en we beseften waar we voor stonden. De keuze voor 23 mei bracht ons in het midden van twee drukke dagen op de Mount Everest.’

‘Je probeert de kansen op succes te optimaliseren door op de beste dag te vertrekken. De ironie is dat iedereen dat doet’, zegt Pete Athans.

Toppunt van ontgoocheling

Panuru, Perry en Matthews hadden vooraf al het Balkon als alternatieve locatie voor het weerstation naar voren geschoven, mocht het bereiken van de top onhaalbaar blijken. Dus verleggen ze nu vlug hun focus naar het Balkon. ‘Natuurlijk waren we ontgoocheld’, erkent Perry. ‘Maar niemand van ons wou het in deze omstandigheden nog wagen naar de top van de Everest.’

‘Dat was het moeilijkste moment van de expeditie’, geeft ook Potocki toe. ‘We hadden zoveel inspanningen geleverd om de top te halen.’ Hijzelf was misschien nog het meest gefrustreerd. De sneeuwlaag op het Balkon is bevuild door het afval dat mensen er achterlaten. Er liggen veel weggegooide zuurstofflessen. Hier naar een ijskern boren heeft geen enkele zin. Potocki: ‘Het deed pijn om daar zoveel mensen te zien. Iedereen vloog de berg op als vliegen naar honing. Er waren gewoon te veel mensen.’

Platte batterijen

Terwijl Potocki foetert omdat hij niet kan boren, stellen Perry en Matthews vast dat de batterijen van de hamerboor door de kou zijn leeggelopen. Met de hamerboor moeten ze de bouten van het weerstation verankeren.

Matthews en Phu Tashi, een van de sherpa’s, steken een batterij in hun donspak om ze op te warmen. Terwijl ze wachten, klaart langzaam de lucht op. ‘Het was moment van anticlimax’, vertelt Matthews. ‘Daar stonden we. Stokstijf stil. Met lege batterijen in onze pakken. Het duurde een hele tijd, maar gelukkig werkte het.’

Eens de batterijen van de hamerboor weer opgeladen zijn, verloopt het indrijven van de ankerbouten vlot. Perry: ‘We hadden een dag eerder het station op de South Col gebouwd, onze sherpa’s wisten wat ze moesten doen.’

Gered door een schop

Dan breekt het akelige moment aan dat Perry zich realiseert dat ze de standaarden voor de windsensor niet mee hebben. Ze hebben de kruisarm horizontaal aan de mast bevestigd, maar de windsensor aan de kruisarm hechten is geen optie. Perry vat de situatie samen: ‘We konden niet afdalen zonder de windsensoren vast te maken. En we konden niemand naar het kamp sturen om de buizen op te pikken. Dus begonnen we te brainstormen.’

Perry merkt dat het handvat van een lichtgewicht aluminium schop ruwweg dezelfde diameter heeft als de vergeten buizen. ‘Ik werd vroeger al eens geconfronteerd met buizen van een verschillende diameter, ik had dus enige ondervinding in de materie.’

Alleen: het handvat van de schop is ovaal, terwijl de aanhechtsels aan de kruisarm op ronde buizen voorzien zijn. Met een lichtgewicht hamer slaat Lhakpa, een van de sherpa’s, het handvat in de vorm van een cirkel. Perry wikkelt strips van textielplakband rond het handvat om het strakker en nog meer cirkelvormig te maken. Het hoogste weerstation van de wereld – 420 verwijderd van de top van de Mount Everest – is een feit.

‘Het zag eruit als een modern weerstation, maar als je het van dichtbij bekeek, zag je een bos ducktape en het handvat van een schop in fluorescerend oranje en blauw’, vertelt Matthews.

Van de Everest naar de VS

Wanneer het team zich klaarmaakt om te dalen, werpt Perry een laatste blik op het net geconstrueerde weerstation en staart dan naar de top van de Mount Everest. Daar is de lange rij van bergbeklimmers al aardig opgeschoten. Een ogenblik lang vraagt Perry zich af of hij en zijn team toch niet hoger hadden kunnen mikken. Vlug breekt hij de gedachte af, draait zich om en vat de afdaling aan.

Nog terwijl het team onderweg is naar het basiskamp sturen de weerstations al data door naar een computerserver van de Nationale Geographic Society. Een helikopter vliegt Potocki’s ijskernen van Kamp 2 naar Katmandu, waar men ze opslaat in de diepvriezer van de American Club. Kort daarna worden ze naar de Verenigde Staten overgevlogen. Een diepvriestruck vervoert ze van de douanediensten van John F. Kennedy International Airport naar het Climate Change Institute in Maine.

Terug naar de Everest

Ondanks de overbevolkte, uitdagende omgeving van de Everest zien de drie wetenschappers na hun avontuur redenen genoeg om er terug te keren. ‘Het zou de moeite waard zijn om er met radar naartoe te trekken en nog meer over die gletsjer over te leren en tot op de bodem ervan te boren’, zegt Potocki. ‘Maar mijn vrouw zegt dat ze van me wil scheiden als ik dat doe.’

Op 20 januari 2020, zeven maanden nadat het was geïnstalleerd, stopte het weerstation op het Balkon met het doorsturen van data. In mei 2022 keerden Baker Perry en Tom Matthews terug naar de Mount Everest om op het Balkon een moderne versie van een weerstation op te zetten en het onderhoud van de vier andere stations te doen.

Vervolg in het Andesgebergte

Na het succes van 2019 in de Himalaya kregen The National Geographic and Rolex Perpetual Planet Expeditions in 2021 een vervolg: een expeditie naar de Tupungato, een vulkaan in het Chileens Andesgebergte. Op de top van die berg (6570 meter) werd het hoogste weerstation van de zuiderse en westerse hemisferen geïnstalleerd.

Ook onderzocht de expeditie Zuid-Amerika’s meest kwetsbare ‘watertoren’, die meer dan 6 miljoen inwoners van de Chileense hoofdstad Santiago van water voorziet. De gegevens die het weerstation doorstuurt, worden aangewend om management van waterbronnen te modelleren. De status van het hooggebergte werd gemeten, een gat in onze kennis over wat er zich in de hoogste regionen van de wereld werd opgevuld.

Rolex steunt personen en organisaties die voor de problemen van de planeet oplossingen zoeken en ontwikkelen en die zo bijdragen tot het verbeteren van de wereld en bewaren van de planeet voor de volgende generaties. In deze serie zet Knack deze inspanningen in de kijker. Knack realiseerde die verhalen in volle redactionele onafhankelijkheid.