In door klimaatverandering zwaarst getroffen landen is extreme honger meer dan verdubbeld

Voedingscentrum in Simiri, Niger op 15 juli 2022. © Getty

In de tien landen waar de klimaatverandering het hardst toeslaat, is op zes jaar tijd ook het aantal mensen dat honger of zelfs extreme honger lijdt meer dan verdubbeld. Dat blijkt vrijdag uit een nieuw rapport van de ngo Oxfam, ‘Hunger in a heating world’.

In 2016 waren er nog 21,3 miljoen mensen in landen zoals Somalië, Niger, Afghanistan en Guatemala die acute honger lijden of op de rand van de hongerdood staan. Dit jaar zijn dat er 47,5 miljoen, of een stijging met 123 procent. Van die 47,5 miljoen zijn er 18 miljoen die op de rand staan van de hongerdood.

Vrouwen en kleinschalige landbouwers zijn de eersten die de gevolgen van de opwarming van de aarde, en de daarmee gepaard gaande honger, ondervinden, merkt Oxfam op. Voor het onderzoek ging Oxfam de hongersituatie na in de landen met het grootste aantal VN-oproepen voor hulp, als gevolg van extreme weersomstandigheden.

“Klimaatverandering is niet langer een tikkende bom, het is een bom die nu in ons gezicht ontploft”, zegt Gabriela Bucher, directeur van Oxfam International. “Voor miljoenen mensen die al te kampen hadden met conflicten en economische crises, worden herhaalde klimaatschokken fataal. Klimaatrampen overtreffen het vermogen van armere mensen om ermee om te gaan en drijven hen dieper de hongerdood in.”

In het West-Afrikaanse Niger is de situatie bijzonder ernstig. Daar leden eind vorig jaar 2,6 miljoen mensen, op een bevolking van 24 miljoen, acute honger, was te lezen in het in mei uitgebrachte VN-rapport over de wereldwijde voedselcrisissen. In datzelfde rapport verwachten de auteurs dat dat in de zomer er 4,4 miljoen zouden zijn.

De ernst van de situatie in Niger en andere lage-inkomenslanden is voor Oxfam “een duidelijk bewijs van de mondiale ongelijkheid”. “De landen die het minst verantwoordelijk zijn voor de klimaatcrisis lijden het meest onder de gevolgen ervan, en beschikken ook over de minste middelen om de crisis het hoofd te bieden”, aldus Oxfam. “De tien zwaarst getroffen landen zijn samen verantwoordelijk voor 0,13 procent van de wereldwijde koolstofuitstoot.”

De ngo vergelijkt dat met de uitstoot van de landen van de G20, die samen tekenen voor meer dan drie kwart van de CO2-uitstoot. Het zijn dus die landen die, tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, later deze maand, en de COP27-klimaattop in november hun beloften moeten nakomen en moeten betalen voor aanpassingsmaatregelen en schade in lage-inkomenslanden, vindt Oxfam nog. “Dit is een morele verantwoordelijkheid, geen liefdadigheid”, besluit Bucher.

Partner Content