Ecologe Li An Phoa: ‘Rivieren zeggen hoe het met ons gaat’

Li An Phoa: ‘Ik denk dat de reiger me heeft leren reizen. Zijn ogen vormden een soort poort naar de wildernis.’ © Carmen De Vos
Tine Hens
Tine Hens Journaliste voor Knack

Duizenden kilometers wandelde de Nederlandse Li An Phoa om aandacht te vragen voor drinkbare rivieren. ‘Als je de raad krijgt slechts één keer per jaar vis te eten uit de Westerschelde, zegt dat genoeg over hoe alarmerend de vervuiling is.’

Hier staat ingevoegde content die informatie op uw apparaat wil opslaan en/of openen. U heeft hiervoor geen toestemming gegeven.
Klik hier om dit alsnog toe te laten

‘Een wit huis met lavendel voor de deur’, had Li An Phoa me als aanwijzing geschreven. En daaronder: ‘We vinden elkaar zeker. Het is er ieniemienie.’ Lanaye is een dorp als een speldenprik op de kaart, een straat groot, op een eiland in de Maas. Een dorp op de grens ook, want de Maas scheidt hier twee landen van elkaar. De ene oever is België, de andere Nederland.

Vier jaar geleden liep Phoa hier voor het eerst, op haar wandeltocht van de bron naar de monding van de Maas. ‘Dag 37 van de 60 dagen wandelen, ik liep vanuit België Nederland binnen.’ We staan in het kniehoge gras en kijken met onze handen als luifels boven onze ogen naar de overkant. Sindsdien keert ze ieder jaar weer, op de eerste dag van de zomer, om het licht te vieren en de liefde, want die vond ze hier ook.

Li An Phoa: ‘Ik denk dat de reiger me heeft leren reizen. Zijn ogen vormden een soort poort naar de wildernis.’ © Carmen De Vos

Phoa is bedrijfskundige, filosofe en ecologe, maar ze is vooral de drijvende kracht achter een even eenvoudig als utopisch project: drinkbare rivieren. Dat meent ze letterlijk, rivieren waarvan het water zo zuiver is dat je ervan kunt drinken. ‘We zijn niets zonder water. We geven graag hoog op over onafhankelijkheid, maar het is soms moediger je afhankelijkheid te erkennen. Van het leven om je heen of van elkaar.’

Phoa is zo’n vrouw wier lichaam en geest onafscheidelijk zijn. Ze valt samen met waar ze zit, staat of loopt. Deze ochtend nog zwom ze in de Maas. ‘Het is heerlijk, je zintuigen staan op scherp, je voelt je deel van het levende systeem.’ Ze zag zwanen, beversporen, maar ook, zoals steeds, resten van achteloos menselijk handelen. Slierten plastic, maandverband, lege zakjes chips, blikjes en plastic flessen. Het is de minst zorgwekkende van alle vervuilingen, legt Phoa uit, omdat ze zichtbaar is. ‘Ik raap de troep zo veel mogelijk op, maar dat is natuurlijk geen structurele oplossing. Nog erger is wat je niet ziet. PFAS, microplastics, resten van pesticiden. Ze zitten in ons bloed, in moedermelk. Als je de raad krijgt slechts één keer per jaar vis te eten uit de Westerschelde, zegt dat genoeg over hoe alarmerend de vervuiling is.’

Vervuiling is niet onomkeerbaar. Wat me verdrietig maakt, is dat zo veel mensen menen dat ze te klein zijn om een verschil te maken.

We draaien ons om en met onze rug naar de rivier waden we door het kruidenrijke gras naar een tafel onder de kersenboom. ‘Het is de reden waarom ik dit doe’, gaat Phoa verder. ‘Waarom ik me inzet, waarom ik mensen probeer te begeesteren met de droom van drinkbare rivieren. Rivieren zijn de spiegels van onze samenleving, alle sporen van hoe we leven, komen erin samen. Ze zijn een graadmeter van hoe het met ons gaat.’

Niet zo geweldig, zou je dan denken?

Li An Phoa:Nee, maar vervuiling is niet onomkeerbaar. Wat me minstens even verdrietig maakt, is dat we denken dat we niets betekenen, dat zo veel mensen menen dat ze te klein zijn om een verschil te maken. We doen van alles dat ons van het leven wegtrekt. We zitten achter computers, turen op schermen, hebben geen tot weinig relatie met ons voedsel, zorgen niet goed voor onze lichamen en ook niet voor onze omgeving. Ik vermoed dat het de vraag is die ik al sinds ik kind ben met me meedraag. Hoe kunnen we echt samenleven? Hoe kunnen we in lijn leven met de logica van al het leven dat ons omringt? 17 miljoen mensen zijn afhankelijk van de Maas voor drinkwater. Water is de basis van al het leven, van onze levens. We zullen eerder sterven van dorst dan van honger. We zijn waterwezens. Waarom springen we er zo onnadenkend mee om?

Ik kan me amper voorstellen dat ik uit de Schelde, de Maas of een andere stroom zou drinken. Ik kan me zelfs niet indenken dat we dat ooit hebben gedaan.

Phoa: Dat is toch gek, dat we die herinnering kwijt zijn? In de ecologie heet dat shifting baselines. Het geheugen aan wat was, vervaagt en op de duur kunnen we het ons inderdaad niet meer indenken. Er is een schilderij van John Constable uit 1826, The Cornfield, een schaapherder ligt op zijn buik in het gras en drinkt uit de sloot. Vier generaties geleden was dat heel gewoon. Ik wil die herinnering weer wakker schudden, duidelijk maken dat wat toen kon nu ook mogelijk moet zijn. De eerste keer dat ik rechtstreeks uit een rivier dronk, was een levensbepalende ervaring. Ik was 24, maakte een kanotocht op de Rupert in Canada en deed wat mijn inheemse gids deed: ik dronk uit de rivier. Eerst onwennig. Ook ik vond het vreemd. Maar toen ik mijn handen aan mijn lippen zette, voelde ik zo’n diepe ontroering, zo’n innige verbondenheid met alles om me heen. Het was pure schoonheid, en daarbij drong het ook tot mij door dat dat al een hele tijd niet meer kon in de rivieren die ik kende.

Ondertussen is het ook niet meer mogelijk om uit de Rupert te drinken. Maakt u dat moedeloos?

Phoa:De ontginning van zilver in combinatie met de indamming van de rivier voor hydro-energie vergiftigde de rivier met kwik. In drie jaar tijd was een gezonde stroom dood en stierf het leven rond de stroom uit. Mensen verloren hun bestaansgrond, dieren verdwenen. Het was triest om te zien en ik voelde ook ontreddering, maar die pijn is niet noodzakelijk slecht. Ik heb geleerd om het diepe verdriet over vervuiling en vernietiging tot me te laten doordringen. Deal with your shit, noem ik het. Alsof je het in je lichaam verteert en composteert waardoor het je verrijkt om ermee aan de slag te gaan. Voor mij is de snelheid waarmee de Rupert ondrinkbaar werd de brandstof geworden die ervoor zorgt dat ik me inzet voor drinkbare rivieren in de hele wereld. Ik omschrijf het als een diepe liefde voor al wat leeft.

U groeide op in Cappelle aan den IJssel. U noemde het ooit de lelijkste plek op aarde.

Phoa: Het was een nieuwbouwwijk. Nu is het er iets groener, maar toen waren de bomen nog klein. Een inheemse jager vertelde me ooit dat je geboorteplek je eerste leraar is. Opgroeien in Cappelle aan den IJssel heeft me geleerd dat schoonheid niet vanzelfsprekend is. Je moet ervoor zorgen, het vraagt aandacht en zonder die zorg en aandacht gaan zowel mensen als spullen als rivieren makkelijk kapot. Maar ik heb er ook geleerd dat zelfs de kleinste plukjes groen wonderlijk zijn. Als je de tijd neemt echt te kijken naar dat mos tussen de stenen zie je vele tinten groen, stervormige bloempjes, alsof mos een wereld op zich is. Ook de reigers fascineerden me. Ze hadden alle vrijheid om overal naartoe te vliegen en om zich op elke denkbare plek te nestelen, en toch streken ze daar neer. Ik denk dat de reiger me heeft leren reizen. Zijn ogen vormden een soort poort naar de wildernis. Dat trok me aan. Als kind kun je dat niet zo benoemen, maar ik merkte wel dat als ik bij mijn grootouders in Zeeland was en door de duinen holde, ik gelukkiger en vrijer was. Dan sprong ik ‘aan’.

Om ‘aan’ te zijn, moet u buiten zijn? Bewegen? Het leven voelen?

Phoa:Ik heb altijd van lichamelijke inspanningen gehouden. Mijn lievelingsvak op school was gym en ik turnde en tenniste bijna op topsportniveau. Toen ik terugkeerde van de Rupert heb ik een jaar in Engeland gestudeerd, systeemtheorie aan het Schumacher College. Ik ontwikkelde er ook steeds meer vaardigheden om langere tijd in de wildernis te overleven. Uiteindelijk heb ik de Pacific Crest Trail gelopen, van Mexico naar Canada.

Wilde u lichamelijk uw grenzen verleggen? Uzelf testen?

Phoa:Niet echt testen: gnothi seauton, daar draait het om. Ken jezelf. Dat is een belangrijke basis. Daardoor groeit je zelfvertrouwen en dat helpt je dan weer om anderen in hun kracht te zetten, om hen eraan te herinneren dat ze er wel toe doen. Op mijn tochten ontdekte ik hoe ik was als ik dorstig en hongerig was, bang was, moe was, maar ook dat je vaak meer kunt dan je vermoedt. Natuurlijk hoef je geen tienduizenden kilometers te wandelen zoals ik om tot jezelf te komen. Maar ik had dat nodig. Misschien ook door het contrast met waar ik ben opgegroeid.

U had het daarnet over uw ontmoetingen met inheemse jagers. Betekent dat ook dat u dieren hebt gedood?

Phoa:Ik heb een vis gevangen, ja. Ik ben vegetariër, maar als je bij een jager in Canada logeert, is het logischer vlees of vis te eten dan sojabonen. Zelf een dier vangen en doden, is een vorm van intimiteit. We zouden een tocht maken over de bevroren Rupert, maar we schrapten dat plan omdat een andere jager door het ijs was gezakt. Het was 2006 en hij was hun eerste klimaatdode. Door de klimaatcrisis wordt het ijs steeds onbetrouwbaarder. Ook dat haalt hun bestaan volledig overhoop. Hij zei: ‘Je kunt wel ijsvissen.’ Ik dacht dat hij een grap maakte. Daar zat ik, naast een gat in het ijs met een touwtje met een haak aan in de hand. De derde dag had ik beet. De vis was zo mooi, ik wilde hem teruggooien, maar hij zei: ‘Nu moet je de volgende stap zetten.’ Ik moest hem doden. Niets is moeilijker dan leven nemen. Ik voelde diep respect en innige dankbaarheid en zal de energie die de vis me gaf nooit meer vergeten. Alsof ik hem in mijn lichaam meedraag.

Politici raad ik aan belangrijke keuzes al lopend te maken, liefst langs het water, met een kind aan hun zijde aan wie ze hun plannen moeten uitleggen.

Wat doet wandelen met u?

Phoa:Ik word er blij van. Het grondt me letterlijk en het verbindt me met alles om me heen. Wandelen zet me in beweging en brengt me tot rust. Het tempo is zo traag dat je wat je waarneemt helemaal tot je kunt nemen. Wat ik ook fijn vind, is dat je het overal kunt doen. Je hebt er niet veel voor nodig, geen dure uitrusting, geen geld, en iedereen kan ieder moment met je meegaan. Volgens mij hebben onze voorouders dat altijd gedaan, samen wandelen. Mijn tocht langs de Maas was zowel een oproep voor drinkbare rivieren als een uitnodiging aan alle bewoners rondom de Maas. Hele kleine kinderen die net konden lopen, liepen even met me mee en met een man van bijna honderd ben ik van zijn huis tot aan het graf van zijn vrouw gelopen. Allemaal heel bijzondere ontmoetingen. Ook omdat ik op mijn tocht afhankelijk ben van de mensen die er wonen voor een slaapplaats.

Meestal vinden we afhankelijk zijn van anderen vervelend.

Phoa:Het is een vaardigheid die we niet leren. Ik noem het the art of inviting oneself. Het is een kunst waarbij de ander voelt dat hij altijd nee kan zeggen. Jarenlang heb ik geen huis gehad en bij mensen gelogeerd: boeren, jagers, mensen die ik onderweg ontmoette. Natuurlijk heb ik op de 18.000 kilometer die ik ondertussen gelopen heb minder aangename situaties meegemaakt of ben ik bang geweest, maar dat weegt niet op tegen de schoonheid van heel veel onverwachte contacten. Op de Pacific Crest Trail ben ik als lifter opgepikt door een vrouw die gezworen had nooit een vreemdeling mee te nemen. Te veel nare ervaringen hadden haar leven getekend. Ik mocht in haar tuin slapen en ’s ochtends trakteerde ze me op ontbijt. Uit dankbaarheid, zei ze, omdat haar vertrouwen in de mens wat gegroeid was.

U geeft ook al wandelend les aan mensen uit het bedrijfsleven of die bedrijfskunde studeren.

Phoa:Ik geef gastcolleges aan verschillende universiteiten en hogescholen en heb een nomadische school, Spring College. Af en toe kom ik studenten tegen aan wie ik tien of vijftien jaar geleden les heb gegeven. Vaak vertellen ze me dat ze zich nog bijna alles herinnerden, meestal in relatie tot de plek waar we waren, wie we zagen of dat het regende. Wandelen maakt wat we horen en zien heel visceraal, lichamelijk bijna. Het creëert ook een openheid. Er komt een soort zachtheid over mensen als je buiten rond een boom staat. Al merk ik daar een opvallend verschil met tien jaar geleden. Toen keken zakenlui me met de armen over elkaar geslagen aan en vroegen ze me vooral ‘waarom’. Dan moest ik allemaal argumenten aandragen om hen te overtuigen. Meestal haalde ik het door het over kosten te hebben en hoeveel we konden besparen door niet te vervuilen in plaats van op te kuisen wat we vervuilden. Nu willen mensen vooral weten ‘hoe’. Hoe we de relatie met de wereld om ons heen en met onszelf kunnen herstellen. Er gebeurt echt iets magisch als je wandelt. Je verbindt je met een plek. Besluitvormers en politici raad ik altijd aan belangrijke keuzes al lopend te maken, liefst langs het water, met een kind aan hun zijde aan wie ze hun plannen moeten uitleggen en verantwoorden. Dat zou een wereld van verschil maken.

U bent ‘aan’ als u wandelt en anderen inspireert. Voelt u zichzelf soms ‘uit’ gaan?

Phoa: Ik heb geleerd buffers in te bouwen, want er is veel om zwaarmoedig over te worden en als ik zwaarmoedig ben, kan ik niet doen wat ik doe. Te vaak de krant lezen of naar het nieuws kijken, zet me ‘uit’. Gelukkig heb ik een partner die graag en veel leest en de actualiteit voor mij samenvat. Zodat ik op de hoogte ben van wat er speelt, zonder dat ik de moed verlies. Als kind viel veel me zwaar. Onrecht maakte me verdrietig. Ik was daardoor een moeilijke slaper. Mijn moeder kon me meenemen in haar humor en lichtheid, van mijn vader heb ik geleerd me te verbinden met mensen.

Uw vader heeft Chinese roots. Bent u ooit op zoek gegaan naar uw wortels?

Phoa: Ik heb het geprobeerd, ja. Mijn overovergrootouders migreerden van China naar Indonesië en van hun vijf kinderen verhuisden er vier naar evenveel verschillende werelddelen. Een zus, mijn groottante, bleef in Indonesië wonen. Zodra ik kon schrijven, schreven wij brieven naar elkaar. In 2003 zou ik haar bezoeken, maar toen brak de sars-epidemie uit en daarna is het er niet meer van gekomen. In China ben ik vier keer geweest. Ik koesterde het plan de Yangtze af te wandelen. De voorbereidingen waren zo goed als rond en ik zou in 2020 gaan, maar opnieuw hield een virus me tegen. Nu willen we eerst langs de Thames lopen, voor een wereld met drinkbare rivieren. Als mensen dat lokaal willen omzetten in een drinkbare Thames, dan is dat prima, maar het is niet aan ons om dat te bepalen. Ik heb iets te zeggen over de Maas, die heeft mijn jeugd gevoed, de IJssel ook, en ik ben onderdeel van het Rijnstroomgebied. Maar de Thames heeft haar eigen bewoners.

Li An Phoa

– Groeide met twee zussen op in Capelle aan den IJssel

– Studeerde bedrijfskunde, filosofie en ecologie

– Woont met haar partner in Amsterdam

– Bracht zomers en winters door bij de inheemse bewoners rond de Rupert in Canada

– Wandelde van Mexico naar Canada, door de Kaukasus, in de Alpen

– Trok in 2018 van bron naar monding van de Maas voor drinkbare rivieren

– Schreef samen met partner en journalist Maarten van der Schaaf het boek Drinkbare rivieren (Atlas Contact)

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content