Beestenboel: de strandplevier in de verdrukking door strandtoerisme

© getty images
Dirk Draulans
Dirk Draulans Redacteur bij Knack

Dieren die van stranden hun belangrijkste leefgebied hebben gemaakt, komen in de verdrukking. De strandplevier is er een schoolvoorbeeld van.

Ooit was er een tijd dat zelfs onze stranden niet exclusief voorbehouden waren aan de mens. Ze herbergden een ruime fauna. Maar die tijd is voorbij. Mensen zijn al vanaf de prehistorie gepatenteerde kustbewoners, maar de zee spreekt nu meer dan ooit tot de verbeelding en staat tegenwoordig synoniem voor vakantiegenoegens met veel drukte.

Dat impliceert dat dieren die van stranden hun belangrijkste leefgebied hadden gemaakt, in de verdrukking kwamen. De strandplevier is er een schoolvoorbeeld van. Historische waarnemingen wijzen uit dat de soort vóór 1950 in ons land nog regelmatig broedde op een aantal stranden – er zou sprake geweest zijn van ‘tientallen’ koppels.

Door de groeiende populariteit van strandtoerisme ging het broedbestand pijlsnel achteruit. Een halve eeuw geleden kwam er eventjes soelaas, toen de bleekgekleurde vogeltjes een uitweg vonden op opgespoten terreinen in havengebieden. De kunstmatige biotopen gaven hun populatie een stevige boost: in 1981 werd een maximum van liefst 172 broedparen geregistreerd.

Maar het mooie liedje bleef niet duren. Strandplevieren hebben grotendeels onbegroeide gebieden nodig, en opgespoten terreinen hebben de neiging snel dicht te groeien. Ook predatoren, zoals de vos, brachten de kwetsbare grondbroeders zware verliezen toe. Vandaag broeden er geen vijf koppels strandplevieren meer in Vlaanderen.

Strandplevieren leggen hun eieren gewoon op de grond in een kuiltje, dat soms gelardeerd wordt met wat stukjes schelp of een beetje vegetatie. Ze gebruiken opvallende afleidingsmechanismen om de kwetsbare eitjes te beschermen. Als ze een roofdier zien naderen, kunnen ze doen alsof ze aan het broeden zijn op een andere plek dan waar hun nest is. Ze voeren ook schijnmanoeuvres uit, zoals wegrennen onder het uiten van een klagend gepiep dat aan een knaagdier doet denken.

Het mannetje en het vrouwtje zetten zich samen in voor het broeden en het beschermen van het nest. Hun gedrag lijkt op elkaar afgestemd: als de ene hevig alarmeert, zal de andere dat ook doen. Als de ene discreet is, geldt dat meestal ook voor de andere. En de kuikens worden actief verdedigd: hoe intenser de verdediging, hoe hoger hun overlevingskansen.

De jongen moeten vanaf het begin zelf hun kostje bij elkaar scharrelen. Ze worden wel enkele weken bewaakt en begeleid, maar wanneer ze een week oud zijn, worden ze dikwijls al door een van beide ouders verlaten. In tegenstelling tot wat bij onze soort de regel is, zijn het bij de strandplevier vooral de vrouwtjes die het vroegst vertrekken. Ze beginnen dan soms nog aan een tweede broedsel, met een ander mannetje.

Buitenlands onderzoek dat gepubliceerd werd in het vakblad Ibis, heeft aangetoond dat mensen met honden (zelfs aangelijnd) een veel grotere impact hebben op het broedgedrag van de vogeltjes op het strand dan mensen zonder honden. Als een wandelaar met een hond nadert tot 250 meter, zullen strandplevieren hun nest altijd verlaten. Zonder hond blijven ze in de helft van de gevallen zitten – ze zijn zo goed gecamoufleerd op een zandige ondergrond dat de meeste mensen ze niet zien. Honden in de natuur – het blijft altijd en overal een moeilijk gegeven.

Reageren op dit artikel kan u door een e-mail te sturen naar lezersbrieven@knack.be. Uw reactie wordt dan mogelijk meegenomen in het volgende nummer.

Partner Content